Een bijbels argument voor atheïsme
Sep 4th, 2007 by Erik
In ‘Elia en de profeten van Baäl (1 koningen 18:20-38)’ wordt een sterk argument voor atheïsme gegeven. Voor degenen die onbekend zijn met het verhaal eerst een kleine samenvatting. Profeet Elia daagt in deze verzen de priesters van (af)god baäl uit tot een wedstrijdje ‘bewijs het bestaan van je god’. Elia daagt ze uit om een offer voor te bereiden met als lijdend voorwerp een stier. De stier dient geplaatst te worden op een offeraltaar en beide partijen mogen het vuur niet aansteken. De test bestaat uit het feit dat de goden van beide kanten de kans krijgen om zélf het vuur aan te steken waardoor het offerdier in rook op zal stijgen naar de hemel. De priesters van baäl gaan akkoord en beginnen met de uitdaging.
26 De profeten namen een van de twee beschikbare stieren en maakten die voor het offer gereed. De hele morgen lang riepen ze Baäl aan: ‘Baäl, geef ons antwoord!’ Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord, hoe ze ook dansten en sprongen rond het altaar dat daar was opgericht. 27 Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: ‘Roep zo hard u kunt! Hij is toch een god? Hij heeft zeker iets anders te doen. Ik denk dat hij zich even moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u hem wekken!’ 28 De profeten riepen uit alle macht en brachten zichzelf, zoals hun gewoonte was, met zwaarden en lansen verwondingen toe tot het bloed over hun lijf stroomde. 29 In vervoering bleven ze schreeuwen, maar ook toen het middaguur allang voorbij was en het uur voor het graanoffer aanbrak, was er nog steeds geen enkele reactie gekomen: het bleef stil, niemand gaf antwoord.
Natuurlijk -het blijft de bijbel- gebeurde er niets. Ondanks verwoede pogingen van de priesters liet baäl zich niet zien, noch vatte het offerdier spontaan vlam, teneinde als offer ten hemel te stijgen. Na deze vruchteloze pogingen van de priesters was de beurt aan Elia.
30 Elia zei tegen de Israëlieten dat ze naar hem toe moesten komen. Toen ze bij hem waren komen staan, bouwde hij het verwoeste altaar van de HEER weer op. 31 Hij nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen van de zonen van Jakob, tot wie de HEER had gezegd: ‘Israël is je nieuwe naam.’ 32 Met die twaalf stenen maakte hij een altaar ter ere van de HEER, en daaromheen liet hij een geul graven met een lengte van tweehonderd el. 33 Hij stapelde het brandhout op, sneed de stier in stukken en legde die op de brandstapel. 34 Toen zei hij: ‘Vul vier kruiken met water en giet die over het offer en het brandhout uit.’ Toen dat gebeurd was, liet hij het nog een tweede en een derde keer doen. 35 Het water liep over het altaar heen en de geul eromheen kwam vol water te staan. 36 Toen het uur voor het graanoffer was aangebroken, trad de profeet Elia op het altaar toe en zei: ‘HEER, God van Abraham, Isaak en Israël, vandaag zal blijken dat u in Israël God bent, en dat ik u dien en dit alles in uw opdracht gedaan heb. 37 Geef mij antwoord, HEER, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat u, HEER, God bent en dat u het bent die hen tot inkeer brengt.’ 38 Het vuur van de HEER sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout, stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op. 39 Alle Israëlieten zagen het, en allen vielen op hun knieën en riepen: ‘De HEER is God, de HEER is God!’
En voorwaar; god ging in op de uitdaging, stak het hout op wonderbaarlijke wijze aan en nam het offer tot zich. Na deze eclatante overwinning der Israëlieten ontaardde het gezellige samenzijn zoals altijd in een bloedbad.
40 Toen zei Elia tegen hen: ‘Grijp de profeten van Baäl; laat niet één van hen ontkomen!’ De profeten werden gevangengenomen, en Elia liet hen afdalen naar het dal van de Kison, waar hij hen ter dood liet brengen.
Maar dit terzijde. De essentie voor gelovigen is zonder twijfel dat men mag concluderen dat hun god de enige echte levende god is, die reageert op de smeekbeden van zijn volgelingen en zijn macht toont aan ieder die het vraagt. Een andere conclusie uit dit verhaal wil ik u echter niet onthouden.
Het eerste dat ons zou moeten opvallen is dat Elia’s god in zijn geheel niet negatief staat tegen het geven van een wetenschappelijk bewijs van zijn bestaan. Als we aannemen dat de offeraltaren van beide partijen nauwlettend gecontroleerd zijn op enige trucage dan is het heel wel mogelijk te concluderen dat er inderdaad een bovennatuurlijke kracht aan te pas moet zijn gekomen teneinde het vuur te ontsteken. Dit verhaal laat ons duidelijk zien dat gods wonderen te onderzoeken zijn en te testen zijn maar bovenal dat god zelf bijzonder wel willig is om te participeren in een eventueel wetenschappelijk bewijs aangaande zijn bestaan.
Ten tweede valt de nauwgezette lezer nog iets op; god heeft er, gezien Elia’s gedrag tegenover de profeten omstreeks vers 26, in zijn geheel geen problemen mee dat goden en zijn volgelingen belachelijk worden gemaakt op het moment dat de laatste geen blijk geeft van zijn bestaan. Christenen die nog immer reppen van godslastering of wel belediging hebben volgens hun eigen bijbel geen enkel recht van spreken. Eén van hun profeten heeft immers de trend gezet. We keren nog éénmaal terug naar vers 37.
37 Geef mij antwoord, HEER, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat u, HEER, God bent en dat u het bent die hen tot inkeer brengt.’ 38 Het vuur van de HEER sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout, stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op.
U ziet, zo raar is het niet om god te vragen zijn bestaan te bewijzen. Iedere gelovige die beweert dat het geloof in god een geloof is omdat er geen bewijs kan zijn van gods bestaan is bij deze met het eigen boek spreekwoordelijk om de gelovige oren geslagen en de vraag wat we er van moeten denken dat god tegenwoordig niets meer van zich laat horen is derhalve zo vreemd nog niet. Ik stel voor dat we dit experiment dubbelblind gaan opzetten en voor eens en voor altijd het vraagstuk omtrent gods bestaan uit de wereld helpen. Als ons offerdier geen vlam vat, kunnen we de bijbelse god eindelijk aan het dwaze verleden van de mens toeschrijven. Als het offer wel vlam vat, hoeven we niet meer zonder bewijs te geloven. Iedereen tevree.
En niet aankomen zetten met: Het offerdier vatte geen vlam omdat we niet genoeg geloof hadden in het bestaan van god, want daar hadden de Israëlieten in dit verhaal overduidelijk ook geen last van.
21 Daar sprak Elia het volk als volgt toe: ‘Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken? Als de HEER God is, volg hem dan; is Baäl het, volg dan hem.’ De Israëlieten zeiden niets.
Het atheïstische standpunt ‘als god bestaat, bewijs je het maar’ is dus zo vreemd nog niet en verbazingwekkend genoeg: Bijzonder bijbels.
http://home.versatel.nl/gemeente.van.god/zevenbewijzen.html
Alleen voor gelovigen die versterkt willen worden door bewijzen.
Voor atheïsten: bespaar je de moeite.
Een leuk stuk om te bekritiseren. Ad ignorantiam, ad ignorantiam, non-sequitur en voila: Het is bewezen. God bestaat. Het enige bewijs is de armoe van het geloof.
Haha, geweldig. Deze ga ik gebruiken als ik me er ooit nog toe kan bewegen om een disscusie te voeren met een gristen.
Misschien moet je eens de rest van de Bijbel gaan lezen? Dan zou je er meer van begrijpen…
Dit is slechts een loze argumentatie, waar slechts een paar regels uit een 1000blz+ dik boek geplukt zijn…
Inderdaad. Net zoals de tien geboden, gods afkeer van homofilie en andere zaken waar gelovigen in plegen te geloven: Als jij het mag, mag ik het ook.
Wil je inhoudelijk nog even ingaan op dit stuk, of geef je het bij voorbaat al op?
Beste Erik,
Ik ben christen en ik ben het helemaal eens met je stukje. Ik moet zeggen dat ik er zelfs een beetje om gelachen heb.
Weet je, ik heb God ook in mijn leven die vraag gesteld, en ook als christen heb ik er wel eens aan getwijfelt. Geen probleem. Maar ik heb dat bewijs ook gekregen, misschien niet altijd, maar genoeg om te weten dat Hij bestaat.
Christenen zouden niet zo hypocriet moeten doen en gewoon helemaal moeten instemmen met wat je geschreven hebt. Dus ik zou graag op je uitdaging in gaan.
Vertel mij wat je graag zou willen zien in je leven als bevestiging dat God bestaat. Dan zal ik dit aan God vragen. En vraag dan wel iets waar je ook echt naar verlangt maar waarvan je denkt dat je het nooit zult bereiken of krijgen.
En ga vooral door met bijbel lezen….
Beste Hans,
Dankjewel voor je comment en dankjewel voor je oprechte lezing. Ik stel voor dat we een veldje opzoeken, een altaar oprichten en een paar hamlapjes erop gooien.
Als jij jouw god, net als Elia, zover weet te krijgen dat deze het offer ontsteekt en tot zich neemt, dan is voor mij bewezen dat er een god bestaat. Dat is immers de kern van dit artikeltje.
Voorts op je opmerking: “Maar ik heb dat bewijs ook gekregen, misschien niet altijd, maar genoeg om te weten dat Hij bestaat.”
Dit is natuurlijk problematisch, want het is geen bewijs. Ik kan het namelijk niet verifieren. Dat is nu het mooie van dit stuk uit de bijbel, waarin god duidelijk aangeeft dat hij zijn bestaan wil bewijzen.
Wanneer spreken we af?
Gay Piss Enema
Gay Piss Enema
zelf christen: “Ik moet zeggen dat ik er zelfs een beetje om gelachen heb.” Daar lig ik dus dubbel om…