Kritiek op de islam draagt bij aan radicalisering
Oct 3rd, 2007 by Erik
De telegraaf van vandaag kopt: “Eén vijfde jongeren voor verbod op koran“. Begeleid met een twee mooie foto’s van respectievelijk Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali. Het onderzoek dat deze conclusie tot gevolg had is gehouden onder 2000 jongeren waaronder 200 moslims. Ondanks dat mijn schrijven door sommigen een telegraaf-stijl wordt aangemeten, kan ik me toch zelden vinden in de schreeuwerige conclusie van hun artikelen. Zo ook bij dit artikeltje. Bij het lezen ervan valt mij op dat het verbod op de koran eigenlijk het minst interessante aspect is van dit onderzoek. Een veel belangrijkere bevinding is dat twee-derde van deze groep vindt dat het verbod op “Mein Kampf” opgeheven zou moeten worden. Helaas wordt niet vermeld hoe de verdeling onder deze jongeren precies was; Waren de moslim-jongeren in meerderheid voor of tegen deze sub-stelling? Hoe was de verdeling van andere religies onder de 1800 niet-moslims? De Telegraaf vertelt ons dit niet en het artikel is derhalve leeg van enige maatschappelijke betekenis. Christenen zouden vanwege hun affiniteit met het jodendom doorgaans tegen deze stelling zijn. Moslims hebben een broertje dood aan joden (en vice-versa). Het resultaat van deze ‘cultuurkwestie’ mag inmiddels duidelijk zijn.
Het tweede aspect dat door de titelgeving volledig teniet wordt gedaan is dat vijfenzestig procent van de gehele groep de vrijheid van meningsuiting belangrijker vindt dan vrijheid van godsdienst. Omdat, zoals eerder vermeld, geen duidelijkheid bestaat omtrent het aantal christenen en andersgelovigen in deze groep is ook deze conclusie volledig onnozel en leeg van enige betekenis. Wat wél interessant is, is dat vijfenzeventig procent van de 200 moslim-jongeren kiest voor vrijheid van geloof boven vrijheid van meningsuiting en dáár zou dit artikel daadwerkelijk de nadruk op moeten leggen. Het toont namelijk eens te meer aan hoezeer geloof van belang is als het gaat om de drang tot inperking van de rechten van andersdenkenden. Het is verontrustend dat de moslim-jeugd een door papa en mama ingegoten verhaal van absolute onderwerping belangrijker vinden dan vooruitgang en zelfreflectie. De conclusie die tachtig procent van de moslim-jeugd trekt dat de uitspraken van Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali bijdragen aan radicalisering binnen de islam is derhalve niet meer dan ‘logisch’ te noemen. Klaarblijkelijk zorgt religie ervoor dat je zelf niet meer verantwoordelijk bent voor het vaststellen van de manier waarop je je frustraties mag uiten als iemand je geloof ‘beledigd’.
Deze laatste manier van denken blijkt onder religieuzen, maar onder moslims in het bijzonder, een volstrekt normale denkwijze te zijn. Al eerder zagen we de meisjes van halal dit op dezelfde manier presenteren aan Hans Teeuwen. “Eerst mensen opjutten en dan raar opkijken dat ze gewelddadige dingen doen”, was de strekking van hun argumentatie. Religie heeft klaarblijkelijk de rechtvaardiging in zich dat geweld zo’n extreem middel nog niet is als je aanvallen van derden niet langer verbaal kunt verdedigen. En dus concludeert de gelovige dat “vrijheid van meningsuiting” in veel gevallen een uitlokker is van radicalisering oftewel gewelddadig gedrag. Ik vraag me af hoe de moslim-jeugd (heeft u ook al kippenvel?) zou reageren als het christendom in Nederland, niet murw-geslagen door eeuwen van seculiere verlichting, dezelfde militante houding erop na zou houden. Zou men dan wél voor vrijheid van meningsuiting zijn? Ongelovigen kun je immers de mond snoeren door ze vrijheid van meningsuiting af te nemen. Een andersgelovige mag zich namelijk beroepen op dezelfde vrijheid van godsdienst en onder deze noemer beweren wat hij denkt dat zijn geloof hem vertelt.
Ik denk dat dit simpele argument duidelijk maakt dat radicalisering niets te maken heeft met hetgeen andere mensen mogen zeggen over jouw religie, maar met de manier waarop religieuze mensen deze meningen opvatten. Als er derhalve iets zou moeten verdwijnen is het wel de beschermende paraplu die men vrijheid van geloof wil noemen. Geloof, dames en heren gelovigen, is namelijk niet meer dan een mening over de werking van ‘de wereld’ om ons heen en valt als zodanig simpelweg onder de noemer “vrijheid van meningsuiting”. Geloof stelt dezelfde vragen die wetenschap stelt met één verschil: Geloof heeft het doorgaans volledig fout. Dat is niet vreemd: De methodiek die religie gebruikt deugt niet. Dát is de reden dat religie niet met antwoorden komt en dat is tevens de reden waarom radicalisering niet aangepakt kan worden middels argumentatie. Een stelling zonder argumenten is namelijk niet te bekritiseren. Sterker nog; de onmacht van de gelovige zijn standpunt te kunnen verdedigen middels acceptabele argumenten, terwijl hij in dit land daar wél op aangesproken wordt en mag worden, is de hoofdoorzaak van radicalisering en de hoofdoorzaak van de wens deze kritische geluiden jegens de religie in te perken. Hoe anders moet je je god verdedigen tegen ‘smadelijke opmerkingen’ van die verdoemde kritische en vaak goddeloze mensen dan ze hun vrijheid van meningsuiting af te nemen en net te doen als of vrijheid van geloof iets volstrekt anders is dan het hebben van een ongefundeerde mening?
Het onderscheid tussen ‘vrijheid van geloof’ en ‘vrijheid van meningsuiting’ is net zo kunstmatig als tussen micro- en macro-evolutie. Er IS geen verschil. Er is alleen verschil voor de mensen die het recht willen behouden hun ongefundeerde religieuze onzin te mogen spuien, terwijl men de terechte weerstand ertegen niet kan verdragen.
* Ongelovigen kun je de mond snoeren door ze vrijheid van meningsuiting af te nemen. Een andersgelovige mag zich namelijk beroepen op dezelfde vrijheid van godsdienst en onder deze noemer beweren wat hij denkt dat zijn geloof hem vertelt. *
Goed stuk. Deze geciteerde zin geeft precies weer waarom godsdienstvrijheid de mogelijkheid verschaft om alle andere mensenrechten ongeldig te maken. Het moet heel duidelijk worden gemaakt dat het niet de bedoeling is om onder het mom van godsdienstvrijheid te mogen discrimineren, onderdrukken, demoniseren, haatzaaien, mensen hun mensenrechten af te nemen, voor jezelf extra rechten op te eisen, dat je categorieën mensen uit de openbare politiek weert, mensen hun seksuele vrijheid ontzegt, mensen mishandelt, verstoot of vermoordt op basis hun seksuele voorkeur, ongehuwde moeders samen met hun kinderen verkettert, vrouwen het recht op abortus ontzegt, belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen zoals stamcelonderzoek ondermijnt, etc., wat ‘god’ zelf hier ook allemaal van zegt. Godsdienstvrijheid mag hooguit zeggen dat je voor jezelf een keuze maakt op basis van je persoonlijke geloof, en dat jij persoonlijk helemaal mag bepalen hoe je dit doet.
God zal zich net als iedereen moeten onderwerpen aan de persoonlijke vrije keuze, jammer voor hem. Theocratieën staan lijnrecht tegenover de mensenrechten.
Volmondig eens met je kordate samenvatting van wat ‘vrijheid van geloof’ moet betekenen.
Door sommigen? Wij voelen ons vereerd door dit royale pluralis
Je weet dat ik je als persoon hoog inschat, piet