Gelovigen zijn slechte ouders. Deel II.
Oct 4th, 2007 by Erik
Na het publiceren (jaja, Henk, ik publiceer ook!) van Deel I op nujij.nl heb ik (voor mijn doen) bijzonder veel commentaar ontvangen op mijn schrijven. Ik heb op betreffende site zo goed mogelijk geprobeerd om iedereen van een antwoord te voorzien en volgens mij is dat ook redelijk gelukt. Toch blijft bij mij het idee achter dat heel veel mensen niet willen inzien wat ik nu daadwerkelijk beweer. Het merendeel van de commentaren beperken zich namelijk tot een gevoelsmatige en intuïtieve reactie die zich meestal uit in verontwaardiging of een complete bagatellisering van het resultaat van een religieuze opvoeding. Er zijn ook mensen die klaarblijkelijk de moeite niet hebben genomen om het artikel te lezen en onmiddellijk roepen dat niet ‘alle gelovigen slechte ouders zijn’, ondanks het feit dat ik dat ook helemaal niet beweer. De meest interessante commentaren richten zich op de stelling dat ‘alle zaken die je je kinderen leert een persoonlijke opvatting zijn’ en dat religie daar derhalve geen uitzondering op is. Hieruit concludeert men tevens onterecht dat het niet bijbrengen van religie -het opvoeden met ongeloof- even kwalijk zou zijn. Ondanks dat ik, zoals eerder gezegd, heb geprobeerd om iedereen van een antwoord te voorzien wil ik deze voornaamste argumenten die ingebracht zijn nog eens goed toelichten teneinde aan te tonen dat dit feitelijk geen goede argumenten tegen mijn bewering zijn. De stelling die ik overleg in Deel I is vrij eenvoudig en ik zal haar kort aanstippen als inleiding. Ze valt eigenlijk uiteen in twee redeneringen waarvan de tweede menigeen wellicht terecht ontgaan is.
God kan ook niet bestaan
De eerste redenering is dat het fout is, en ik noem dat persoonlijk misdadig, om kinderen van jongs af aan het eigen geloof als ‘het ware geloof’ te presenteren en ze hiermee exclusief op te voeden. Op deze manier prent je namelijk een persoonlijke mening in het kind terwijl je het als feit presenteert. De stelling drijft op de aanname dat iedere gelovige middels simpele redeneringen kan en moet vaststellen dat zijn of haar geloof geenszins een feit is. Men mag geloven dat god bestaat, maar dat betekent niet dat hij ook daadwerkelijk bestaat. Er is een verschil tussen ‘geloven’ en ‘weten’ en het is simpelweg fout om tegen je kinderen te liegen. Het is in mijn optiek zelfs misdadig, omdat je opzettelijk misbruikt maakt van de aangeboren neiging van het jonge kind alles dat de ouders zeggen te accepteren als waarheid. Ik gebruik het woord ‘opzettelijk’ omdat onwetendheid aangaande bovenstaand geen excuus mag zijn voor een volwassen en zelfstandig individu. In dit scenario stel ik dat het bestaan van god niet bewezen kan worden en dat niemand derhalve kan claimen de kinderen de waarheid te vertellen als men zegt: “God bestaat. Je moet met hem praten door het gebed en zo een persoonlijke relatie met hem onderhouden.” Dit, ondanks wat je zelf wilt geloven, is een leugen wanneer men het presenteert als waarheid en naar mijn mening zelfs misdadig als men dit de kinderen leert. Men brengt de eigen religie bij als een persoonlijke en exclusieve levenshouding, terwijl religie een zaak zou moeten zijn van een eigen keuze van het kind. Het is de taak van de ouders om oprecht en eerlijk te zijn: “Er zijn mensen die niet geloven en andere dingen geloven. Het is niet zeker dat mijn god bestaat en het zelfde geldt voor al die andere goden. Daarom zijn er ook mensen die niet geloven. Je zult ooit zelf moeten kiezen als je daar aan toe bent.” Het is namelijk ook fout te suggereren dat een kind überhaupt zou moeten kiezen. Sommige mensen kiezen nooit. Daar is niets mis mee.
God bestaat, maar welke?
De tweede redenering, waar ik opvallend genoeg geen enkel commentaar op heb gekregen behalve een persoon die stelde dat zij het niet erg vond te gokken met het eeuwige leven van haar kinderen, volgt uit de aanname dat het wel of niet bestaan van een god eigenlijk irrelevant is voor de stelling in mijn eerste artikel. Laten we gezamenlijk de volgende aanname doen: “Gelovigen hebben gelijk. God bestaat.” De eerste vraag die hieruit voortvloeit is: “Welke god bestaat?” De logische conclusie is dat we dat helaas niet zomaar kunnen vaststellen. Moslims zullen claimen dat het allah is, christenen zullen de god van de bijbel aanwijzen (etc. etc.). We weten pas dat we van de god van de bijbel mogen uitgaan als god verschijnt aan ieder en zegt: “Ik ben het, de god van de christelijke bijbel.” Let wel, als hij zou zeggen: “Ik ben het, de god van Abraham”, dan weten we nog steeds niet of de joden, de moslims of de christenen gelijk hebben. In het eerste geval weten we feitelijk ook niet welke christelijke stroming nu daadwerkelijk de juiste god aanbeden heeft, maar dit detail zal ik achterwege laten. Ik beperk me opzettelijk tot de drie abrahamitische geloven om het verhaal en het voorbeeld simpel te houden. Feitelijk geldt dit voor iedere god die op aarde aanbeden wordt en alle goden die we nog nooit bedacht hebben. Maar ik wil het niet al te ingewikkeld maken, terug naar het argument. Als we uitgaan van de aanname dat gelovigen gelijk hebben te veronderstellen dat hun god kan bestaan of zelfs bestaat, dan zou men heel eenvoudig kunnen concluderen dat ik uit mijn nek klets en dat het opvoeden met religie derhalve juist een goed iets is. Niets is helaas minder waar. Als we uitgaan van de drie geloven die ik in mijn voorbeeld stel, dan zal de meerderheid van de ouders (twee-derde) er derhalve eigenhandig voor zorgen dat hun kind niet in de juiste god gelooft. We weten allemaal wat ‘de straf’ is voor het aanbidden van afgoden of het niet geloven in de ware god. Laat ik voorzichtig stellen dat deze ouders hun kinderen beroofd hebben van het eeuwig leven en daar laten of deze kinderen ook daadwerkelijk in een hel terecht komen. Als we de stelling aanpassen en niet langer de drie religies als voorbeeld nemen, maar daadwerkelijk alle religies in ogenschouw nemen, dan kun je simpelweg stellen dat de kans bijzonder groot is (zeker boven de 90 procent!) dat gelovige ouders van religie ‘X’ hun kinderen zonder pardon een ‘enkeltje hel’ voorschotelen. Zelfs als het bestaan van god bijzonder plausibel zou zijn, dan nog is een religieuze opvoeding volkomen fout. Het is zelfs nog fouter dan in mijn eerste redenering. Als god ook niet kan bestaan kan men nog het risico nemen omdat er een gerede kans is dat het kind niet eeuwig zal lijden wegens het besluit van de ouders. Als god wel bestaat is dergelijk ‘opvoedkundig’ gedrag werkelijk niets minder dan misdadig te noemen! Wat is er misdadiger dan je eigen kind het eeuwige leven ontnemen? Laat ze zelf verantwoordelijk zijn voor dat besluit!
En al die andere dingen die we onze kinderen meegeven dan?
Hieruit blijkt ook onmiddellijk het verschil tussen je kind opvoeden als veganist (zoals sommigen als voorbeeld gebruikten) en je kind een religie ‘meegeven’ (wat klinkt dat toch beschaafd en vriendelijk). Veganisme is een deel van het leven, zoals eten een deel van het leven is. Het past een beperkte aanpassing toe op een moreel standpunt, maar bepaalt niet -zoals religie- het volledige spectrum van je leven. Religie staat hier los van omdat religie veronderstelt de bron te zijn van normen en waarden. Veganisme is maar één aspect van een persoonlijke norm. Als men het al wil vergelijken met andere methoden van opvoeding, dan stel ik voor dat religie een levens-ideologie is. Net zoals fascisme, racisme, communisme en dergelijke. Het bepaalt in grote mate de argumentatie van je mening in elk aspect van het publieke domein. Vrijwel iedereen zal het met me eens zijn als ik stel dat het verkeerd is je kind te presenteren als communistisch kind dat van van jongs af aan communistische lectuur heeft moeten lezen of als een fascistisch kind dat van jongs af aan fascistische lectuur heeft moeten lezen. Ideologieën bepalen je denkwijze omdat ze een sterke drang hebben regels voor te schrijven. Het enige verschil is dat een ideologie beargumenteerd kan worden. Dat voordeel heeft, zoals u boven ziet, een religie niet eens. Religie is niet meer dan een ideologie die onverdedigbaar is middels argumenten. Net zoals het ieder zou verontwaardigen een kind te benoemen als communistisch, fascistisch of misschien zelfs politiek ‘links’ of ‘rechts’, zo zou het ieder moeten verontwaardigen dat kinderen opgevoed worden in een geloof en naar scholen en kerken gaan die louter dat geloof als waarheid prediken. Net zoals het misdadig is je kinderen te leren dat er übermenschen en üntermenschen zijn, is het verkeerd om kinderen te leren dat al die mensen die niet geloven wat zij geloven naar de hel gaan of het eeuwige leven mis zullen lopen. Dergelijke ‘geavanceerde’ eenheden van denken zijn voer voor discussies onder volwassenen. Ze zijn niet geschikt voor een kringgesprek in de kleuterklas.
Vrijheid van geloof!
Tevens zou ik iedereen die onmiddellijk roept “Er is vrijheid van geloof in dit land hoor! Mensen mogen zelf beslissen wat ze met religie doen in hun eigen huis!” willen wijzen op het feit dat ze gelijk hebben, maar een onnozele denkfout maken. Vrijheid van geloof geldt voor het individu. Een kind is een individu en dient derhalve beschermd te worden door dit ‘gebod’. Mensen die beweren dat vrijheid van geloof betekent dat mensen hun kinderen mogen leren wat ze willen op religieus gebied, misbruiken niet alleen hun kinderen maar ook de vrijheid van geloof. Vrijheid van geloof betekent namelijk dat IEDEREEN het RECHT heeft om zelf een keuze te maken. Ouders die kinderen vanaf de geboorte tot de jong-volwassen leeftijd inprenten dat er maar één god bestaat, ontnemen deze individuen dat recht. Daarom stel ik dat het misdadig is. Het is tegen het grondwettelijk recht op vrijheid van geloof en het is bijzonder ironisch en wrang dat gelovigen nog immer in staat zijn om de vrijheid van geloof te misbruiken voor hun eigen doeleinden.
Maar jij voedt je kinderen ook op met ontkenning van god!
Als atheïst zou ik mijn kinderen nooit atheïstisch (in de definitie van: “het ontkennen van het bestaan van god”) opvoeden. Ik zou ze leren dat er meerdere geloven zijn en dat ze zelf mogen kiezen, maar dat niet kiezen voor een god óók een optie is. Geef kinderen de informatie en geef ze methoden waarmee ze met die informatie iets nuttigs kunnen doen. Breng ze de heersende moraal bij van de samenleving waarin ze opgroeien, maar laat ze aan de hand van de geschiedenis duidelijk zien dat moraal geen vaste set met waarden is. Leer ze de gulden regel die geannexeerd is door het christendom als “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Daar heb je alle ingrediënten om van onbeschreven bladen evenwichtige individuen te maken. En mochten ze ooit kiezen voor het geloof in een god, dan hebben ze dat op eigen kracht gedaan en nemen ze zelf de verantwoordelijkheid van het leven. Het zal mij om het even zijn wat mijn kinderen zouden geloven. Als ze er maar op een verantwoordelijke manier mee omgaan.
Een lesje voor ouders?
Je kind opvoeden doe je niet voor jezelf, maar voor anderen. Ten eerste voor het kind en ten tweede voor de maatschappij waar het in zal moeten functioneren om van een volwaardig leven te kunnen genieten. Ieder die deze regel niet hanteert ontneemt zijn kinderen die kans en zou zich moeten schamen. En nee, religie is geen excuus.
Mijn vader had een heel simpel argument om mij de mond te snoeren bij mijn vraag waarom ik altijd mee moest naar de kerk, terwijl ik me er alleen maar verveelde en er geen gevoel bij had: “Je bent toch gedoopt?” En mee moest ik, desnoods middels ‘opvoedkundige’ slagen en schoppen.
Ja, zo liefdevol kun je naar je kinderen zijn als je ze het geloof wilt ‘meegeven’.
Inderdaad. Daar heb je die volledige aantasting van het vrijdenken weer die religie met zich meebrengt. Zaken die voor denkende mensen volstrekt onlogisch zijn, zijn met een religieus sausje prima te verhapstukken door de religieuze medemens.
Religie tast je denken aan. Dat mag de samenvatting zijn van mijn twee stukken. En iemands denkwijze met opzet aantasten is misdadig. Dat neemt, en dat wil ik toch even vermelden, niet weg dat ik heus inzie dat deze ouders van hun kinderen houden. Ze weten alleen zelf niet beter. Rara, hoe kan dat?
Net de draad op nujij uit gelezen.
Strak geantwoord op de standaard relidrogredenen.
Ben het 100% eens, alleen vind ik je conclusie niet erg praktisch. het gehele justitiële apparaat zal dan waarschijnlijk vastlopen.
Het zal eerder moeten komen van voortschrijdend menselijk inzicht, je aanzet hiertoe is een goed begin! succes ermee.
Dankjewel! Je hebt gelijk; juridisch gezien kun je er weinig mee en dat is ook niet een opmerking die practisch bedoeld is. Het is meer een aanzetter tot nadenken.