Re:Vrijheid van expressie vs. moslimwoede
Dec 4th, 2007 by Erik
Mijn artikeltje van gister is, zoals in de trackback te zien is, gelinkt in een stuk op martijn.religionresearch.org. Tot mijn verbazing werd mijn artikel gebruikt als ‘bewijsstuk’ in een betoog dat concludeerde dat “terughoudendheid niet hetzelfde was als censuur”. Ik denk dat martijn, wiens artikelen ik met veel plezier lees, een bijzonder grote denkfout heeft begaan en ik voel mij geroepen deze recht te zetten. Tot dit doel zal ik zijn stuk integraal citeren en voorzien van commentaar. Na een uiteenzetting van links naar pagina’s die hetzelfde concluderen als ik, begint martijn zijn betoog:
De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut: er zijn beperkingen voor wat betreft porno bijvoorbeeld en ook moord op mensen die onwelgevallige uitlatingen doen valt niet onder de vrijheid van meningsuiting. Vrijheid van meningsuiting, zo laat ook het voorbeeld van de directeur van het Gemeentemuseum zien, wordt deels uitgeoefend door zelfcensuur. Niet alleen door wetgeving, maar ook door commerciële belangen, politieke belangen enzovoorts. Kranten, politici maken voortdurend afwegingen van wat wel en niet de publieke ruimte ingeslingerd moet worden waarbij men anticipeert op de reactie van het publiek, kijk- luister- en leescijfers en hits en de gevoeligheden in het publiek.
Martijn heeft gelijk en ik ben het bijzonder met hem eens als hij stelt dat vrijheid van meningsuiting niet absoluut is. Ik wil er op wijzen dat ik dan ook nergens in mijn eerdere betoog deze term gebruikt heb. Precies vanwege deze reden. Daarnaast wil ik toch er op wijzen dat martijn een karikatuur maakt van deze vrijheid van meningsuiting. De reden dat deze immers niet absoluut is, is omdat er redelijkheid ten grondslag dient te liggen aan het beroep erop. Zijn voorbeelden geven daarom ook exact aan waar de schoen wringt. Te stellen dat porno niet onder dit recht valt is nogal vaag; gaat het om het uitzenden in het publieke domein, dan zou ik willen zeggen dat dat is omdat de seksualisering van jeugdigen een belangrijk argument is om de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ook de moord die martijn als klein voorbeeld stelt lijkt mij duidelijk geen goed voorbeeld. De beschikking over het leven van iemand anders kan nooit onder de vrijheid van meningsuiting vallen; je berooft namelijk een ander van een groot goed. Zo niet het grootste.
Thuis mag iedereen zeggen wat hij of zij wil, maar zodra je je in het publieke domein wil begeven kun je tot de ontdekking komen dat dat wat je wil zeggen niet acceptabel is, commercieel niet interessant genoeg is, gewoon dom is of te weinig rekening houdt met de sentimenten die leven. Dit laatste heeft mede betrekking op heiligschennis.
En ook hier begaat martijn een kapitale fout. Heiligschennis heeft in eerste instantie niets te maken met sentimenten die leven in de samenleving. Het zijn sentimenten die voortkomen uit een religie. Een religie is inherent onbewijsbaar en kent geen enkele grond waarop men een zinnig argument kan leveren de vrijheid van een ander in te perken. Daarnaast is religie persoonsgebonden. Het beschrijft een persoonlijke relatie met een godheid. Een persoonlijke relatie die wederom niet toetsbaar is en derhalve niet gedragen hoeft te worden door derden. Er is derhalve geen enkele geldige grond om te concluderen dat heiligschennis een kwestie zou zijn van sentimenten waar rekening mee gehouden kan worden of aan de hand waarvan de vrijheid van meningsuiting ingeperkt mag worden.
Terughoudendheid is niet hetzelfde als censuur, terughoudendheid betekent met respect, innemendheid en gevoel je boodschap proberen te overbrengen. De botheid of zelfs hysterie waarmee deze heel zaak weer eens gepaard gaat, is nutteloos en versluiert ook waar het hier echt om gaat: zeggenschap over religieuze symbolen, de positie van religieuze symbolen in de publieke ruimte. Daarbij is er geen wij-zij tegenstelling tussen moslims en niet-moslims, maar hoogstens tussen religieus geinspireerde mensen en seculiere of atheïstische mensen. En de discussie ging toch eigenlijk over religie (islam) en homosexualiteit, dat waren we bijna vergeten…
Terughoudendheid is derhalve een eufemisme voor censuur. Er kan geen sprake zijn voor respect voor een ideologie of religie die drijft op het sentiment andersdenkenden van hun vrijheid van meningsuiting te beroven. Er zijn geen zinnige argumenten die gelden voor ieder. Er zijn slechts argumenten voor religieuzen. En deze argumenten zijn niet beargumenteerbaar. Daarom hoort deze discussie niet thuis in het publieke domein. In zekere zin ben ik het eens met de laatste conclusie. Het is inderdaad een tegenstelling tussen atheïsten en religieuzen. Maar atheïsten zijn niet-moslims, net zoals christenen niet-moslims zijn. De reden dat martijn kan concluderen dat het inderdaad niet de christenen zijn die ageren tegen dergelijke zaken is omdat ze van dezelfde mechanismen gebruik maken om hun eigen religie onder het voetlicht te krijgen. Ze zijn begaan met het sentiment van het eisen van respect voor zaken die niet beargumenteerbaar zijn en om die reden dus geen publiek nut kunnen dienen.
We zijn dus niet vergeten dat de discussie draait om islam en homoseksualiteit. We zijn tot het inzicht gekomen dat gelovigen in het algemeen er graag een andere discussie van maken om maar niet tot de kern van hun problematiek te komen. Een problematiek die zich laat kenmerken door het proberen tot zwijgen te dwingen van derden onder het mom van respect. En dat zul je een atheïst inderdaad nooit zien doen. Een atheïst drijft op vrijheid van meningsuiting. Dat is namelijk de enige manier om tot discussie te komen. De hoognodige discussie die tot inzicht en kennis leidt. Gelovigen hebben daar geen behoefte aan. Hun god voorziet hen in de illusie van kennis. En daar mag geen discussie over zijn.
[...] tweede de uitstekende inhoudelijke reactie van Eric op god.voor.dommen. De naam zegt het al, veel heeft hij niet met religie op en dat blijkt ook wel uit zijn reactie. [...]