Heiligschennis II
Dec 5th, 2007 by Erik
Zoals ik gisteren schreef heeft martijn op zijn -overigens uitstekende- site mijn eerdere artikel over de duivelse kunstwerken van Sooreh Hera gelinkt. Martijn is zo vriendelijk geweest om in een stuk van vandaag mijn opmerkingen daarop van commentaar te voorzien. En het is niet omdat ik het laatste woord wil hebben dat ik heb besloten daar toch nog inhoudelijk wat commentaar op te leveren. Ik hoop dat dat duidelijk mag worden. Ik wil beginnen met mijn meerdere te erkennen in Martijn als het gaat om hoffelijkheid en zakelijkheid, doch ik wil hem er graag op wijzen dat mijn naam niet Eric is, maar Erik. Een kleinigheidje dat voor niemand van belang is behalve mijzelf, maar dat ik toch niet onvermeld wilde laten. Ter zake:
Ik denk niet dat het een denkfout is in mijn uitwerking van de vrijheid van meningsuiting. Inderdaad redelijkheid is een reden om die vrijheid te beperken; dat had ik wel apart mogen en moeten noemen. Die andere aspecten spelen net zo goed een rol; ze zijn wellicht banaal en daarom doet mijn uitwerking wat karikaturaal aan. Punt is echter dat redelijkheid, net als alle andere aspecten die ik noem, per definitie subjectief is. Het is subjectief omdat iedereen vanuit zijn eigen culturele en ideologische overtuigingen daar anders over zal oordelen. Subjectief ook omdat het onderhevig is aan machtsverhoudingen. De vraag is immers ook: wie bepaalt wat redelijk is. Dat is meestal de dominante partij in een groep of samenleving. Mensen die daar later bijkomen (migranten dus bijvoorbeeld, maar ook jongeren) hebben wellicht een ander idee bijvoorbeeld over de vraag of het redelijkheid is om porno aan restricties te onderwerpen vanwege wat Eric aanhaalt als de seksualisering van de jeugdigen.
Maar spreekt men dan nog van redelijkheid? Maakt hij niet gebruik van equivocatie als hij ‘de subjectieve mening van de meerderheid’ gelijkstelt aan ‘datgene dat billijk geacht mag worden volgens de rede’? Om te stellen dat dat wat redelijk is, gedicteerd wordt door bijvoorbeeld de meerderheid in de samenleving is in mijn optiek wederom het schetsen van een karikatuur. Natuurlijk heeft hij gelijk dat dit in de praktijk het geval is, maar daar zit hem nu juist het probleem! Door te accepteren dat redelijkheid ‘per definitie’ subjectief is, geef je ieder een vrijbrief zijn persoonlijke denkwijze -én religieus oordeel- als redelijk oordeel te mogen presenteren en derhalve als bezwaar tegen het uitoefenen van de vrijheid van meningsuiting van een ander (die plots dezelfde rechten heeft).
Martijn zal het denk ik met me eens zijn als ik concludeer dat niet iedere mening redelijk is. En ik denk dat hij het met me eens zal zijn dat er wel degelijk algemene redeneringen zijn te volgen die ons een duidelijk antwoord kunnen geven op de vraag wat het redelijkheidsgehalte van een mening is en of men derhalve de vrijheid van een ander daarmee mag inperken. Als ik zijn ‘redelijkheidsbeginsel’ mag volgen, dan zou ik mogen stellen dat het naar zijn idee volkomen redelijk is om een lerares op te sluiten omdat zij een teddybeertje de naam van een profeet van de islam gaf. Simpelweg omdat de meerderheid van de bevolking van dit land dit zou vinden. Ik wil niet vervallen in een hersenloze reductio ad Hitlerum, maar de gevolgen van deze denkwijze kan men raden. En als men deze niet kan raden, hoeft men slechts de krant te lezen.
De denkfout die Martijn maakt -ik zal hem niet langer kapitaal noemen- is dat de heersende opinie geenszins als indicatie genomen mag worden voor datgene dat redelijk geacht mag worden. Het feit dat hier in de praktijk wel sprake van is, is juist mijn punt van bezwaar. Heiligschennis, om terug te keren naar het onderwerp, bestaat alleen bij gratie van niet-redelijke argumenten. Oftewel; heiligschennis is bij uitstek van toepassing op de mensen die hetgeen ze schenden niet heilig achten. Omdat de veronderstelde heiligheid geenszins redelijk beargumenteerbaar is.
Heiligschennis betekent een aantasting van datgene wat men heilig (onaantastbaar) acht. Eric reserveert dat duidelijk voor religie en met recht want daar komt de term natuurlijk vandaan. Maar dat wil niet zeggen dat er daarbuiten geen heiligschennis kan plaatsvinden. Als men de vrijheid van meningsuiting onaantastbaar acht en die wordt door anderen toch aangetast, dan kun je naar mijn mening voor die eerste rustig spreken van heiligschennis. Heiligschennis levert meestal nogal felle reacties op en dat is hier ook gebeurt door bijvoorbeeld de directeur dood te wensen zoals Robert Engel op zijn weblog doet.
Deze manier van redeneren doet mij denken aan de gemiddelde religieuze argumentatie: “Als de natuur wetten heeft, dan MOET er een wetgever zijn. Deze wetgever is god. God bestaat. Q.E.D.” Ook hier pleegt Martijn een equivocatie. Ik reserveer heiligschennis voor religie omdat de vrijheid van meningsuiting geenszins heilig kan zijn in dezelfde betekenis als binnen een religie. Wetten mogen wellicht in naam heilig genoemd worden (alhoewel, wanneer heeft u dat voor het laatst gehoord?), maar feitelijk is er nogal een verschil tussen de heiligheid van een wet en de heiligheid van een onderdeel van een religie. Het schenden van heilige zaken noemen ‘seculieren’ simpelweg een overtreding en geen heiligschennis. En dit is niet zonder reden: Wij achten de vrijheid van meningsuiting niet onaantastbaar en daar was Martijn het eerder nog mee eens. Ik kan derhalve niets anders constateren dan een tegenspraak. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut en derhalve mag zij ‘geschonden’ worden, mits daar goede reden voor is. Dit in tegenstelling tot de uitwassen van de zoveelste religie; dat wat heilig is, mag niet geschonden worden. De oorzaak hiervan ligt in het feit dat er binnen religie een superieure autoriteit buiten de mens is, die de mens de wet voorschrijft bij gratie van het feit dat hij/zij/het de schepper is van het al. Deze wetten zijn niet des mens, maar om zonder enige tegenspraak uitgevoerd te worden. Met de goddelijke wetgever kan en mag men niet in discussie. Heiligheid is geenszins gelijk aan onaantastbaarheid. Net zo min als heiligschennis ook maar vergeleken mag worden met het aanscherpen van wetgeving.
Eric heeft deels gelijk met zijn opvatting dat religie een persoonlijke relatie is met het transcendente; iets dat niet toetsbaar is. Maar religie is natuurlijk nog veel meer als we de mensen erbij nemen (en als antropoloog kan ik moeilijk anders). Dan gaat het ook om instituties, om hiërarchieën en machtsstructuren en wel degelijk ook om groepen mensen.
Absoluut. Maar dat rechtvaardigt geenszins de opvatting dat religie meer is dan een onbeargumenteerbare en persoonlijke mening.
Terughoudendheid is, net als redelijkheid, niet meer of minder dan de afweging of en hoe je een bepaalde boodschap naar buiten brengt. Het kan leiden tot (zelf-)censuur, maar is niet noodzakelijkerwijze hetzelfde. Je kunt immers besluiten dezelfde boodschap naar buiten te brengen, maar op een terughoudende manier waarbij de redelijkheidsafweging onder meer is dat je niet de groep wil aanspreken met wie je geen probleem hebt (dus niet generaliseren bijvoorbeeld).
Mijn opmerking: “Terughoudendheid is derhalve een eufemisme voor censuur”, was dan ook louter bedoeld in de context van de museumdirecteur die terughoudend was en derhalve zichzelf en anderen censureerde. Daarnaast wil ik opmerken dat ook hier bijzonder belangrijk is dat we beseffen wie we niet willen aanspreken en waarom. Ik denk dat we begrijpen dat het bijzonder ongepast is om te besluiten geen Joodse kunst op te hangen in een museum omdat ze de moordenaars zijn van jezus christus. Ik denk ook dat het duidelijk is dat het ongepast is om te besluiten geen schilderijen met negers erop op te hangen in een museum, omdat we de ‘neger-hatende’ medemens wel eens op de teentjes zouden kunnen trappen. De conclusie mag duidelijk zijn: ALS je besluit om rekening te houden met (lees: te zwichten voor het geklaag van) moslims door de ‘scherpe kantjes’ achterwege te houden op basis van hun persoonlijke en onbeargumenteerbare levensovertuiging, dan heb je zojuist de eerste stap gezet op een hellend vlak zonder stijgingspercentage. Om nog te zwijgen van het feit dat het tonen van deze kunst geen inbreuk zou zijn geweest op de vrijheid van meningsuiting van de ‘gekwetste moslims’, maar het niet tonen wel degelijk een inbreuk is op de vrijheid van meningsuiting van de kunstenares. En van ieder ander die deze vrijheid voorstaat.
Niet-religieuze (of atheistische/seculiere) argumenten zijn ook maar deels beargumenteerbaar. Iemands culturele, sociale en politieke achtergrond speelt altijd een rol. Zo zijn we vaak blind voor de wijze waarop het christendom nog steeds in het publieke domein flinke voet aan de grond heeft door middel van symbolen, kleding enzovoorts en zien we juist die elementen die we als nieuw of vreemd ervaren. Daarbij leidt het verbannen van religieuze argumenten uit het publieke domein ook tot het aantasten van de vrijheid van meningsuiting van de ander.
Alles is maar deels beargumenteerbaar. Maar dat is geen reden om alles dat niet-beargumenteerbaar is dezelfde waarde toe te kennen. Als dat zo zou zijn, dan zou deze hele discussie bij voorbaat nutteloos zijn geweest omdat we beiden (on)gelijk gehad zouden hebben. Natuurlijk spelen achtergronden een rol in de inrichting van iemands leven. Ik zou een rund zijn als ik dat zou ontkennen. Het is echter volledig bezijden het punt om als argument aan te dragen dat het christendom nog steeds flinke voet aan de grond heeft, want dat is nu exact waar ik tegen ageer!
Het is onterecht dat zij zo prominent aanwezig is in het publieke domein. Het verbannen van de symbolen van religie uit het publieke domein zorgt er geenszins voor dat iemand wordt aangetast in de vrijheid van meningsuiting. Religie is een persoonlijke aangelegenheid. Geen publieke; het besluit tot het accepteren van de verklaringen van een religie (en de kerk) is van persoonlijke aard. Een besluit dat geen redelijke argumentatie kent en derhalve niet van toepassing geacht mag worden te zijn op mensen zoals ik, die wel op basis van redenering hun besluiten nemen. Derhalve word ik door de stevige voet van het christendom nog immer beperkt in mijn dagelijks leven. Ik mag mijzelf niet vermoorden als ik ziek ben, ik mag niet uitslapen als ik naast een kerk woon, ik ben gedwongen nog steeds te betalen met een twee-euro munt met de tekst “god zij met ons” op de zijkant, en ga zo maar door! Het zijn niet de atheïsten die hun leefwijze opdringen aan de gelovigen, want atheïsten hebben geen levensovertuiging zoals gelovigen die hebben. Het is andersom. Een maatschappij waar ieder werkelijk vrij is zijn mening te uiten, is een maatschappij die uitingen van meningen die niet gedeeld worden terugdringt tot de persoonlijke sfeer. Daar heeft niemand er last van. Religie is als naaktlopen. Ik heb er geen bezwaar tegen, zolang je het maar in je eigen huis doet, bij voorkeur met de gordijnen dicht. Of in een bos ver van de bewoonde wereld. Dat mag ook.
Door grof en provocerend te zijn speel je in op de sentimenten die leven in de grote groep terwijl dat lang niet altijd nuttig, integendeels zelfs ineffectief kan zijn. Je zorgt er namelijk voor dat politieke entrepeneurs hun kans schoon zien om hun gehele achterban te mobiliseren en de discussie ergens anders heen te leiden dan waar die oorspronkelijk over ging. Wanneer je preciezer bent, zorgvuldiger en tactischer is die mogelijkheid veel minder sterk omdat niet iedereen zich aangevallen voelt en dus ook niet de noodzaak voelt om in het geweer te komen.
Maar dit is wederom de kern van het probleem, Martijn. Er zijn zoveel geloven als er mensen zijn. Dat wat de ene als bijzonder redelijk ervaart is voor de ander een grove belediging. Het is natuurlijk eenvoudig om te stellen dat we allemaal weten dat moslims gaan koken als je mohammed wilt afbeelden en dat SGP jongeren boos worden van Madonna aan een kruis. Maar waar houdt het op? En waarom zouden wij onszelf tactisch moeten uitlaten over zaken die simpelweg onwaar zijn? Als je als moslim gelooft dat mohammed op een gevleugeld paard rondgevlogen heeft, dan neem je jezelf gewoonweg in de maling. Dan ben je niet verstandig bezig en zelfs een beetje dom. Als je wilt volhouden dat de vrouw uit de rib van Adam geschapen is, dan WIL je gewoonweg niet meewerken.
Natuurlijk zijn er de mensen die het allemaal zo nauw niet nemen, maar dat zijn bij uitstek de mensen die je niet hoort klagen. Waar het om draait is dat het defect niet bij degene ligt die zegt waar het op staat, maar bij degene die meent persoonlijk beledigd te worden door deze mening. Als je wilt beargumenteren dat we tactisch moeten zijn, dan beargumenteer je dat deze mensen hun lange teentjes moeten houden en dat ieder die langs de religieuze massa loopt, moet sluipen teneinde er niet op te gaan staan. Maar dan wel sluipen in het donker, want hoe weet je in godsnaam wat wel en niet beledigend is? De waarheid voor de één is een belediging voor de ander.
En Martijn zegt: “laten we dan maar de waarheid niet direct spreken, maar haar inpakken in madeliefjes”. Nu begrijp ik dat religieuzen makkelijk in het ootje te nemen zijn, maar het is beneden mijn stand om te liegen en mee te werken aan een leugen. Het is niet ‘ons’ probleem, het is ‘hun’ probleem. En het oplossen van een probleem begint bij (h)erkenning van de persoon die het heeft. Zo ver zijn we nog lang niet en tentoonstellingen zoals die van deze kunstenares zouden daar bij uitstek het middel voor zijn als er niet zulke lafbekken waren als de directeur van het Haagse museum. Zijn ‘terughoudendheid’ werkt de genezing tegen en maakt het alleen maar erger. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.
En nogmaals, het verbannen van religieuze argumenten is ook een inperking van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat dan ook vooral om de positie van religie in de publieke ruimte en een poging van, in dit geval moslims, het gebruik van religieuze symbolen te monopoliseren (wat naar mijn mening een achterhoede gevecht is).
Het verbannen van religieuze argumenten is hetzelfde als het verbannen van het argument dat je kindertjes van een flat mag gooien omdat je geloof in elfjes je daartoe noopt. Religieuze argumenten bestaan niet en hoeven derhalve niet gehoord te worden. Religie is geen argument, maar een mening over hoe de wereld in elkaar steekt. Een bijzonder slecht onderbouwde, onbenullige, met de feiten conflicterende en voornamelijk persoonlijke mening. En dergelijke meningen hoeven niet gewogen te worden zoals redelijke argumenten. Ze voldoen niet aan het criterium.
Als je wilt stellen dat er met dergelijke meningen rekening gehouden moet worden, dan stel je feitelijk dat het redelijke argument geen waarde meer heeft. Waarom zou je dan nog nadenken en redeneren? Waarom zou je nog een commentaar schrijven op een stuk van derden of een artikel? Simpelweg roepen dat iets je mening is zonder deze te beargumenteren is toch voldoende? Eén persoonlijke en intieme goddelijke openbaring in het diepst van de nacht en je vrijheid van religie -en de inperking van de vrijheid van meningsuiting van een ander- is gegarandeerd.