Scepticisme: De lofzang op onwetendheid
Dec 24th, 2007 by Erik
Lieve lezers. Uw aandacht graag voor het volgende: Het atheïsme is in tegenspraak met zichzelf. Jawel. Ik wist het eerst ook niet, maar u leest het goed. Het atheïsme klopt niet en dus kunnen we niet anders dan accepteren dat de christelijke god bestaan moet. Deze ‘onfeilbare logica’ valt te lezen op de website scepticisme.nl. Alwaar de webmaster in een stuk met de titel ‘Inleiding Atheïsme en Theïsme’, probeert het atheïsme te ontkrachten. De titel dekt de lading dus niet geheel, daar de subtitel gelijk is aan hetgeen ik vermeldde in de aanhef. Laten wij het stuk eens sceptisch bekijken. De opening:
Dit stuk verklaard[sic] waarom Atheïsme in tegenspraak is met zichzelf.
Er zijn mensen die God erkennen, die noemen we theïsten.
Er zijn mensen die God niet ervaren en uitsluiten, dat zijn agnosten
Er zijn mensen die God ontkennen, dat zijn atheïsten.
Ik zou willen opperen dat dit niet bijzonder volledig is, en op enkele punten zelfs domweg fout. Ten eerste zijn er zowel theïsten als deïsten. Mensen die geloven in een persoonlijke god en mensen die geloven in ‘een god’. De laatsten zijn voorstanders van een godsbeeld waarin god weliswaar een schepper is, maar waar deze na de schepping zich geenszins nog bemoeid heeft met zijn creatie. Deze god is niet aanspreekbaar middels gebed en verricht geen wonderen. De Theïsten denken daar anders over. Zij menen god te kennen en met hem te communiceren. Het verschil tussen beiden laat zich kenmerken door het verschil tussen transcendentie en immanentie.
De simpelheid waarmee de schrijver deze mensen op één hoop kiepert doet ons al beseffen uit welk hout hij of zij gesneden is. Daarnaast gaat deze meneer of mevrouw er abusievelijk vanuit, net als bij de definitie van atheïst, zoals we straks zullen zien, dat er slechts één god bestaat. Laat staan dat deze in het volledige scala van goden de enige mogelijkheid zou kunnen zijn. Het spellen van de titel god met een hoofdletter is derhalve een grote fout. Het gaat niet om de christelijke god, het gaat om de ‘godsdefinitie’. God als hypothese, zo zou men kunnen zeggen.
De definitie van agnosten laat ik voor wat het is. Het agnosticisme is zo’n vage houding dat je er werkelijk alle kanten mee op kunt. Het atheïsme echter niet. Toegegeven, er zijn mensen die het bestaan van god ontkennen. Maar dat is niet wat de atheïst een atheïst maakt. Een atheïst ziet simpelweg geen reden om te geloven in god, en acht de kans op het bestaan van god niet even groot als het niet bestaan van god, zoals de agnost. Niet in God, maar god, want ook hier impliceert de schrijver dat atheïsten louter het bestaan van zijn of haar god ontkennen. De waarheid is natuurlijk volkomen anders. Het gaat om alle mogelijke goden. Een atheïst neemt simpelweg niet aan dat er bewijs is voor het bestaan van Jahweh, Allah, Brahma, Zeus, Wodan en zo kunnen we nog even doorgaan. Het is een niet-theïst (en niet-deïst), die niet claimt bewijs te hebben voor het niet-bestaan van god (dat zou behoorlijk vreemd zijn. Immers; sinds wanneer kun je bewijzen dat iets niet bestaat?), maar die simpelweg stelt dat het niet-bestaan een logische standaard aanname is omdat het bestaan van iets te allen tijde bewezen dient te worden. We lezen verder.
Iedere mens kan God leren kennen en ervaren door God te zoeken, zoekt en gij zult vinden.
Wetenschappelijk rationeel is niet te stellen dat God niet bestaat. Sommige mensen delen echter een andere mening. Die ontkennen God, dit doen zij door alleen hun eigen ervaring en blikveld te gebruiken voor werkelijkheidskennis. Onze zintuiglijke ervaring is echter beperkt, we ervaren dat waar we ons er op te richten en ons ervoor open te stellen.
Zonder al te veel aandacht te schenken aan het onbeargumenteerde, ongefundeerde en derhalve achterlijke stuk christenpropaganda in de eerste zin van dit citaat, richten wij ons op hetgeen waar het werkelijk om gaat. Wetenschappelijk is inderdaad (nog) niet in staat te stellen dat god niet bestaat. Maar ook hier maakt de beste man -vanaf nu refereer ik naar de schrijver als man, zijn bijbel heeft daar namelijk ook geen problemen mee- een gigantische blunder op legio fronten.
Ten eerste is het wederom niet God waar we van spreken, maar god. Het gaat namelijk niet louter om jahweh, maar om alle goden. Sterker nog; het gaat niet alleen om goden, maar om alles dat wij ons kunnen bedenken te bestaan. Ergo: het atheïstische uitgangspunt wordt door de schrijver zelf gevalideerd. Er IS geen reden om iets aan te nemen als het niet bewezen kan worden. Hieruit volgt logisch dat alles dat men claimt te bestaan, bewezen dient te worden. En deze redenering maakt zijn opmerking volstrekt onzinnig en betekenisloos. We kunnen immers ook niet bewijzen dat Zeus niet bestaat. Maar ik garandeer u dat dat zijn geloof in Zeus niet sterker doet worden.
Ten tweede stelt de schrijver dat onze zintuiglijke ervaring beperkt is. Natuurlijk is dit waar, maar dit betekent niet automatisch dat er iets bestaan kan dat buiten dit zintuiglijke veld kan bestaan, laat staan een god. Ook voor deze aanname ontbreekt het bewijs.
Ten derde spreekt de schrijver zich hier tegen. Hoezo ervaren wij datgene waar wij ons voor openstellen als hij zelf stelt dat niet alles met zintuigen waargenomen kan worden? Het moge duidelijk zijn dat de schrijver hier een zintuiglijke rechtvaardiging in het ‘argument’ smokkelt dat later misbruikt zal worden om god mee waar te nemen. Maar niet zomaar een god, zijn God. Het ‘bewijs’ dat onze zintuiglijke waarneming beperkt zou zijn volgt:
Zonder te proeven, zullen we de smaak niet ervaren.
Zonder ogen te openen zullen we niet zien.
Zonder onze oren open te stellen, zullen we niet horen.
Afijn, u begrijpt het wel. Als we zintuig ‘x’ niet bezitten, kunnen we gebeurtenis ‘y’ niet waarnemen. Natuurlijk heeft de schrijver strikt genomen gelijk, maar het bewijst zijn punt niet. Als wij immers gebeurtenis ‘y’ niet waarnemen, betekent dat niet alleen niet dat gebeurtenis ‘y’ niet bestaat, maar ook het tegenovergestelde. Niet waarnemen kan ook betekenen dat het daadwerkelijk niet bestaat. Door een lijstje te maken van onze zintuiglijke waarnemingen zet de schrijver ons namelijk op het verkeerde been. Hij veronderstelt immers een waarneembare gebeurtenis en stelt; wat nu als we deze niet konden waarnemen, zou het dan niet bestaan? Nee, schrijver, dat betekent het inderdaad niet, maar dat lijkt me logisch als we het in de realiteit wel kunnen waarnemen en derhalve weten dat het wel bestaat. Ik kan talloze voorbeelden noemen van zaken die we niet waarnemen. Zegt dit ook maar iets over hun bestaan? Het argument werkt beide kanten op. Niet louter in de richting die de schrijver veronderstelt.
Het opvallende van onze ervaringen is dat we ervaren door ons te richten en ons open te stellen. Zonder ons op God te richten en voor Hem open te staan, zullen we Hem niet snel erkennen of ervaren. Dus stel je ervoor open, richt je op God en je zult ervaren wie God is.
Een bijzonder vreemde conclusie. Wederom definieert de schrijver niet wat ‘openstellen is’ en daarnaast introduceert hij hier weer een zintuig waarmee we god zouden kunnen waarnemen, zonder te beschrijven wat dit zintuig is, waar het zit en hoe het werkt. Als deze schrijver zou willen poneren dat het de hersenen zijn, dan bewijst hij tegelijkertijd de waarheid van alles dat wij fantaseren. Nu lijkt mij dat onder sommige omstandigheden geen naar principe, doch het is simpelweg onjuist en niet waar. Daarnaast stelt de schrijver ook hier weer dat wij louter zijn god zouden kunnen kennen middels dit zintuig. Ook dit is, blijkens het bewijs door het bestaan van een ontelbaar aantal religies, een onjuiste aanname. Een bewijs dat overigens eerder in de richting wijst van de levendigheid van de menselijke fantasie dan de levendigheid van zijn god. Hoe verklaart hij immers het verschillende aantal godsbeelden van zijn eigen god alleen? Welke christelijke kerk heeft het juist? Het is namelijk een groteske oversimplificatie om net te doen alsof alle christenen in exact dezelfde god geloven.
Atheïsme is vanuit niet alwetendheid een inductieve drogreden. Iemand claimt werkelijkheid door te stellen iets niet te ervaren. Als ik mij op dit stuk richt en al de lezers van dit stuk niet ervaar, is het dan voor mij gegrond om te stellen dat zij er niet zijn, omdat ik hen niet ervaar? Dit terwijl mijn omgeving door hen gebouwd en ontworpen is, en ik continu energie gebruik die door andere wordt aangeleverd. Ben ik gerechtvaardigd te claimen dat al deze mensen niet bestaan? Of omdat het mensen zijn en ik vaker mensen ben tegengekomen is dat niet acceptabel? Dus dan is het wel gerechtvaardigd de micro organisme te ontkennen? Zij dragen ertoe bij dat mijn lichaam gezond functioneert. Maar toch ervaar ik hen niet. Of is dit nog te plaatsen binnen de meetbaarheid in onze wetenschap en daarmee niet gerechtvaardigd te stellen? Hoe zit het dan in de tijd voordat de wetenschap ze had ontdekt? Toen was die claim van niet weten wel gerechtvaardigd, omdat ze nog niet bij de door wetenschap aanvaarde kennis hoorde? Als iedereen daar aanvast zal hebben gehouden dan was de wetenschap nu nog niet verder gekomen.
De schrijver heeft een lachwekkende pagina met ‘atheïstische drogredenen’ en ik wil dan ook van de gelegenheid gebruik maken er één aan de schrijver te introduceren: de stroman. Het atheïsme stelt immers niet dat omdat iets niet waarneembaar is, het niet bestaat. Het atheïsme stelt dat iets dat bestaat, bewezen moet worden. Dat lijkt wellicht simpelweg het tegenovergestelde, maar dat is geenszins het geval. Bovendien spreken we hier ook weer niet louter van zijn god, maar van alle mogelijke goden. Jahweh is bijzonder onwaarschijnlijk omdat alles dat men claimt dat hij gedaan heeft, ofwel de feiten tegenspreekt (schepping, zondvloed) of wel bijzonder onlogisch is. Een god, daarentegen, is inderdaad niet te weerleggen en is zelfs heel marginaal onwaarschijnlijk te maken. Maar jahweh is niet zomaar een god. Het is een god met specifieke eigenschappen, zo claimen zijn fans. En dat maakt die god toetsbaar en tegelijkertijd bijzonder onwaarschijnlijk. Het beroepen op de stand van de wetenschap in de laatste zin is niet minder dan een schande. Als we zouden vastgehouden hebben aan het geloof, dan zouden we nu nog van mening zijn dat de aarde het middelpunt was van het heelal en dat de sterren geschapen zouden zijn voor ons vermaak. En dat terwijl we de meesten niet eens kunnen zien.
Is het zo dat men geloof ontkent omdat men het geloof in God ziet als een sociaal construct en men het voor de verklaringskracht niet meer nodig heeft? Of is het zo dat men liever geen verantwoording wil afleggen voor alles wat men doet?
De reden voor het geloof van de schrijver worden duidelijker en duidelijker. Hier blijkt eens te meer dat geloof zich manifesteert in afwezigheid van kennis en begrip. Dit is namelijk geen argumentatie voor geloof, louter een knieval voor de complexiteit van de realiteit. Een realiteit die de schrijver eerder nog afdeed als simpel: “Als we iets niet kunnen ruiken…” Hoe dan ook, natuurlijk is ook dit een foutief argument. Ik ontken geloof niet. Ik ontken dat de god van de schrijver plausibel is en derhalve zie ik geen reden om aan te nemen dat hij bestaat. Met verantwoording heeft het niets te maken, want ik leg verantwoording af aan mijzelf en aan mensen waarmee ik omga. En die verantwoording is niet minder dan hetgeen men aan een god zou toekennen. Deze is zelfs meer. Want ik ben mijn eigen rechter. Dat de schrijver zich niet kan voorstellen dat ik daarom niet gewoon zou doen en laten wat ik wil is eerder zijn gebrek dan het mijne. Daarmee geeft hij impliciet toe aan het feit dat hij dat wel zou doen. Wat is dan nog de kracht van die veronderstelde god, behalve zijn fans in toom te houden? Is dan de vraag niet gerechtigd welke soort moraal ethischer is? Is het de opgelegde moraal van een god op straffe van onthouding van het eeuwige leven, of is het de atheïst die uit medemenselijkheid zijn moraal ontwikkelt, zonder enige vorm van beloning in een hiernamaals?
Als de persoon die zich atheïst noemt volledig zeker is van zijn uitspraak, dan dient deze alle ware kennis te hebben wat inhoud dat deze persoon alwetend moet zijn. Als deze persoon alwetend is, dan zal deze God zijn, wat dus het niet erkennen van God in tegenspraak met zichzelf brengt.
Wederom een misverstand, oh beste schrijver. Geen enkele atheïst stelt de waarheid in pacht te hebben. Sterker nog; het atheïstische standpunt is: “Als we iets niet weten, laten we het dan proberen te onderzoeken.” Als er één levensbeschouwing is die meent de waarheid in pacht te hebben, dan is het de gelovige wel. Als de schrijver derhalve op een rare manier meent te moeten concluderen dat de atheïst alwetend moet zijn, dan zou ik simpelweg moeten verwijzen naar zijn geloof. Dat is pas een veronderstelling die alwetendheid poogt te benaderen en tenminste claimt dat het haar aan zijn kant heeft. Dat een gelovige meent dat ondanks dat hij niet weet hoe zaken exact werken, het antwoord altijd moet zijn dat zijn god het gemaakt heeft, in werking heeft gezet en zelfs niet onderhavig is aan haar wetten. Zonder enige vorm van bewijs.
Atheïsme is een geloof in de futiliteit van het leven, waarbij vanuit rationele gronden nooit gesteld kan worden dat een mens zeker weet dat God er niet is. De slang bijt zichzelf in de staart, atheïsme kan dus niet meer zijn dan een beperkte opvatting van de mens.
Atheïsme is niet meer dan dezelfde houding die de schrijver heeft ten opzichte van allah, zeus, wodan en alle andere goden waarin mensen geloven en geloofd hebben. Het is zelfs niet meer dan het ‘ontkennen’ van het bestaan van elfjes, kabouters en centaurs. Hij neemt ook niet aan dat die bestaan, en wel om dezelfde reden als ik zijn god niet aanneem als feit: Er is geen bewijs van. Er is echter één verschil tussen de schrijver en ik. Ik stel dat een oud boek nooit bewijs is. Hij stelt dat alleen zijn oude boek bewijs is en al die andere boeken van al die andere goden niet. Met die kennis weet men dat atheïsme geen geloof is en zeker niet in de futiliteit van welk leven dan ook. Alles is van waarde. De waarde van een object of een individu wordt niet ontleent aan de veronderstelde maker, zoals men dat doet bij een tasje van Louis Vuitton. De waarde van een dier is niet minder dan van een mens, zoals zijn god aan adam mededeelt in het ‘eerste hoofdstuk’ van zijn geliefde boek.
Rationeel gezien kan een atheïst dus alleen atheïst zijn als deze God wil ontkennen. Want als deze het niet doet dan is de persoon agnost. Het woord is afgeleid van het Griekse gnosis (weten) met het voorvoegsel a (niet). Letterlijk is dus een agnost “iemand die (het) niet weet”, die dus niet weet of er een God is.
Ik hoop te hebben aangegeven dat er niets rationeels is aan deze veronderstelling aangaande de atheïst. Ik kan bepaalde goden ontkennen op basis van de plausibiliteit van hun eigenschappen. Zeker als deze de wetenschap direct tegenspreken. Bovendien zie ik niet in wat de meerwaarde is om het atheïsme te proberen te invalideren door te stellen dat het agnosticisme een meer houdbare stelling is. Het agnosticisme is in beginsel verre van houdbaar omdat het niets te maken heeft met zijn god, maar ook met alle andere mogelijkheden van goden die bestaan. Nogmaals en wellicht ten overvloede: Jahweh kan niet bestaan, want zijn eigenschappen komen niet overeen met de werkelijkheid. Als je stelt dat de schepping niet letterlijk gelezen dient te worden, en de zondvloed ook niet en dat eigenlijk de zondeval dus ook bijzonder onlogisch is, dan is de vraag gerechtigd of we het überhaupt nog wel over jahweh hebben.
Daarnaast is de uitleg van de vertaling van het woord a-theïst natuurlijk een schande. Als een ‘a-gnost’ iemand is die niet weet, dan is een ‘a-theïst’ een niet-theïst. Maar omdat de beste man, zoals eerder beschreven, geen idee heeft van het verschil tussen een deïst en een theïst, kan hij niet anders dan concluderen dat een ‘a-theïst’ het bestaan van god ontkent.
Het is beter te weten wat je niet weet dan helemaal niets te weten. Dit omdat het bewustzijn iets niet te weten, de beste uitgangspositie is om dingen te weten te komen.
Toch heeft hij hier gelijk zonder dat hij het weet. Hij heeft namelijk niet alleen bewezen dat mensen die stellen dat alle godsbeelden onjuist zijn niet correct zijn in hun veronderstelling, maar ook dat mensen die het tegenovergestelde doen onjuiste conclusies trekken. En dit komt uit de mond van een christen. Zijn conclusie stelt eigenlijk dat het ontkennen van het bestaan van god en het geloven in het bestaan van god beiden incorrect zijn. De conclusie dat de agnost de enige juiste houding heeft is echter incorrect. Als de waarheid onbekend is, wil dat niet zeggen dat de ‘voors en tegens’ een evengrote plausibiliteit hebben. Daarom is de agnost degene die ernaast zit en de atheïst de enige die werkelijk volgens het credo leeft dat de schrijver hier als conclusie poneert. Ik weet immers niet of er een god bestaat of niet. Ik ga er niet van uit, maar ik sta open voor bewijs. Te stellen dat zijn god echter evenveel kans heeft te bestaan als geen god is complete onzin. We weten immers al dat zijn god de aarde niet geschapen heeft zoals zijn boek vermeldt.
Tot slot wil ik de schrijver, en ook u, meegeven dat weten niet hetzelfde is als geloven. Ik ben atheïst omdat ik geloven een onnodige toevoeging vind op het pad naar weten. Geloof is, ook al zou er een god bestaan, onverstandig en onnodig. Dat is het enige dat correct is aan het agnostische standpunt. Als het gaat om het bestaan van welke god dan ook, ligt de waarheid immers niet in het midden. Hij bestaat, of hij bestaat niet. En voor theologen die dit een categoriefout vinden: Er is een god, of hij is er niet. Hoe je ‘zijn’ ook definiëren wilt. Het zoeken naar bewijs is het enige dat we kunnen doen terwijl we in afwachting daarvan simpelweg moeten concluderen wat de atheïst concludeert ten opzichte van god zoals de a-kabouterist concludeert ten opzichte van kabouters. Tenzij de schrijver het ook redelijk acht om agnostisch te staan tegenover het bestaan van kabouters, in welk geval geen enkele vorm van logica deze man zou kunnen overtuigen.
Juist Erik, bizar dat men de atheïst verwijt zijn atheïstische visie, over de niet-bestaande goden, niet te kunnen bewijzen, en daarom zou het belachelijke sprookjesboek over de onstoffelijke tovenaar die zich verstopt in een brandend bramenbosje waar moeten zijn ? Tsssss.
Dus als ik niet kan bewijzen dat eenhoorns niet bestaan moeten ze wel bestaan.
“Atheïsme is een geloof in de futiliteit van het leven, waarbij vanuit rationele gronden nooit gesteld kan worden dat een mens zeker weet dat God er niet is. De slang bijt zichzelf in de staart, atheïsme kan dus niet meer zijn dan een beperkte opvatting van de mens.”
Het moet natuurlijk zijn dat de gelovige mens gewoon blijk geeft van een beperkte opvatting. Ten eerste ontkennen ze de evolutie als verschijnsel (ik heb het niet over het verwerpen van de verklarende theorie, de evolutie theorie, want dat is inderdaad een theorie. Ik heb het over evolutie als verschijnsel, dat wetenschappelijk bewezen is, maar nog niet geheel verklaard). Veruit de meeste gelovigen hangen precies dezelfde wanen aan als hun ouders, dit terwijl er duizenden versies van de goddelijke waarheid zijn. Wie is er nou beperkt, diegene die kritiekloos een dom verhaal voor waarheid overneemt of diegene die zelf nadenkt over de waarheid ?
Dit soort lieden moet je eigenlijk gewoon vertellen dat er talloze aantoonbare leugens staan in de bijbel, en dat het idee van een god die de hel heeft geschapen getuigt van een zieklijke vorm van sadisme.