Overmoedige ‘wetenschappers’
Jan 11th, 2008 by Erik
Ene Prof. dr. J. H. van Bemmel heeft vandaag in het reformatorisch dagblad een stukje geplaatst met de titel ‘Overmoedige theologen’. Deze meneer is hoogleraar medische informatica en je zou -als je goedgelovig was- heel wat geleerdheid van hem mogen verwachten. Maar deze naïviteit zou direct worden afgestraft door het lezen van zijn artikel. Scepticisme blijkt derhalve, ook in dit geval, wéér de beste uitgangspositie: Eens te meer wordt het compartiment-denken van gelovigen bevestigd.
Het artikel is ruwweg te verdelen in twee stukken. Het eerste stuk handelt over de recente -en minder recente- stroom aan zelfbenoemde theologen en van Bemmels mening over hun bijdragen. Kortweg; van Bemmel vindt het mensen met een “een uiterst wazige en erg inconsequente” levenshouding, die zich simpelweg zouden moeten verwijderen uit het geloof. Van Bemmel meent te kunnen beslissen wat een ander wel en niet mag geloven over ‘Zijn god’. Zonder enige vorm van inhoudelijke argumentatie. Die argumentatie bewaart hij voor het tweede deel.
Deed het eerste deel mijn haren al rechtop staan, bij het lezen van het vervolg tooiden zij zich in bomgordels. Het is zeer verontrustend om te lezen dat een man die zich bezighoudt met de wetenschap met zulke oubollige en onjuiste argumenten probeert weg te komen en zijn integriteit intact meent te laten. Laten wij, volgens goed polemisch gebruik, beginnen met het commentaar van een atheïst die na drie maanden besloot te stoppen met zijn universitaire opleiding en nooit weder is gekeerd: Moi.
Er bestaat gelukkig veel wat je kan helpen je eigen geloofsbasis te versterken. In de eerste plaats zijn er de woorden van Jezus, opgetekend in de evangeliën. Daarnaast is er een brede keur van boeken, zoals dat van John Stott, â€Waarom ik christen benâ€, geschreven in reactie op het boek van Russell, of â€Onversneden Christendom†van C. S. Lewis en de boeken van Alister McGrath. Wie het Engels beheerst, raad ik de preken aan van Tim Keller van Redeemer Church in New York. En vooral geldt de samenkomsten van de gemeente niet te verzuimen.
Zie hier een gratis tip van de hoogleraar. Versterk je geloof door het dogma van de kerk te erkennen en te volgen. Want meer dan dit staat er niet, behalve dat hij meent dat Alister McGrath een goed argument zou hebben. Dit is, mind you, de persoon die meende een heel boek te moeten wijden aan het beantwoorden van Richard Dawkins ‘the god delusion’. Een boek dat vol staat van geloofsverklaringen, maar geen enkel logisch en sluitend argument poneert. Dit is dezelfde man wiens oren werden gewassen door Christopher Hitchens in een debat dat u hier kunt bekijken. Er is geen basis voor geloof en het valt niet te versterken door gebruik te maken van je hersenen anders dan zielloos tot je te nemen wat anderen willen dat je gelooft.
Maar dit is niet oneigenlijk. Dit is louter de mening van een gelovige. Wat wel diep storend genoemd mag worden is de semi-wetenschappelijke verhandeling die volgt en die deze meneer impliciet waarde toekent vanwege zijn status als hoogleraar in de medische informatica. Zoals hij zelf in zijn opening stelt “Als ik dingen beweer die strijdig zijn met de grondslagen van mijn vakgebied, dan kan ik wel inpakken.” En ik overdrijf niet als ik derhalve de beste man alvast aanspoor om zijn bureau op te ruimen en op zoek te gaan naar ander werk. Wellicht kan de kerk hem nog gebruiken, zoals de kerk goed nut ziet in de status van biochemicus McGrath.
Ik vraag me af door wie en wanneer die gespleten theologen dan wel op het verkeerde been zijn gezet. Vast en zeker zijn ze loepzuivere nazaten van de verlichting en menen ze dat het menselijke verstand een goed kompas is. Het feit alleen al dat je daarop meent te kunnen vertrouwen is trouwens een onredelijke geloofsbeslissing.
Want dit, beste van Bemmel, is een schande. Ten eerste pleegt u een equivocatie door te impliceren dat het besluit te werken met de dingen die je hebt, hetzelfde zou zijn als te besluiten in een god te geloven. Te geloven dat menselijke attributen -zoals de hersenen- enige vorm van waarheidsvinding kunnen bewerkstelligen is geen geloofsbeslissing. Het is een beslissing waartoe wij gedwongen worden omdat we simpelweg waarnemen dat dingen werken zoals wij ze kunnen beschrijven en onderzoeken. Dit is niet het geval bij de geloofsbeslissing van van Bemmel en zijn kerk en ik denk ook niet dat van Bemmel zijn studenten zou vertellen dat wetenschap ook maar een geloof is. Daarnaast impliceert hij dat er iets anders zou moeten zijn dat wel een goed kompas is. Waarom anders ageren tegen het enige kompas dat wij hebben? De non-sequitur ligt op de loer wanneer men zou stellen dat geloof dat kompas mag zijn. Ik zou zelfs zover willen gaan te stellen dat een ad ignorantiam de onvermijdelijke oorzaak is, maar ik kan dat hier niet hard maken. Dat hoeft ook niet, want van Bemmel geeft ons deze later op een presenteerblaadje aan. We komen er dus nog op terug.
Ook zijn ze onder de indruk van de moderne wetenschap als unieke weg naar de waarheid. Maar iedereen die zich aan het front bevindt van de wetenschap weet hoe voorlopig zijn bevindingen zijn, en hoe snel we oplopen tegen de vaak onoverbrugbare grenzen van ons kennen.
Op wie zou van Bemmel doelen als hij spreekt van degenen die “zich aan het front bevinden”? Heeft hij het wellicht tevens over zichzelf en maakt hij hier gebruik van de witte-jassen drogredenering, zoals ik de ad verecundiam verkies te noemen? En hoe komt deze meneer in godesnaam tot de conclusie dat deze grenzen onoverbrugbaar zijn? Welk bewijs kan deze hoogleraar voor deze onnozele stelling overleggen? U ziet, het misbruik van zijn status begint nu duidelijke vormen aan te nemen, terwijl hij tussen neus en lippen door een karikatuur maakt van wat wetenschap verondersteld wordt te zijn. De wetenschap is geen unieke weg naar welke waarheid dan ook. Het is een proces waarin men continu op zoek is naar verklaringen. Vondsten inzake deze verklaringen zijn het onderwerp van een voortdurende evaluatie. In tegenstelling tot zijn geloof, dat hij eerder nog op slinkse wijze probeerde gelijk te stellen aan “de geloofsbeslissing” die hij wetenschap noemt. Sterker nog; iedere ‘overmoedige theoloog’ die het standpunt van de kerk probeert te beredeneren en te nuanceren wordt door deze man in hetzelfde stuk afgeschilderd als iemand die “niets toevoegt”, waarna hij oproept om in jezusnaam toch terug te keren naar de dogmatiek van de evangeliën!
Wetenschap analyseert en kijkt wat werkt en voornamelijk: wat niet werkt. Er is geen waarheid in wetenschap, er is hooguit waarheid in haar kennis. Ondanks de veronderstelde beperktheid van onze geest is er meer waarheid in de wetenschap dan in welk geloof dan ook. En na een nog onnozeler en niet ter zake doend citaat van Einstein (witte jas, iemand?) komt de hoogleraar met de volgende conclusie op de proppen:
Juist in de wetenschap neem je Gods aanwezigheid miljardvoudig waar. Daardoor groeit je vertrouwen dat God achter de werkelijkheid staat.
Hier is de ad ignorantiam waar deze man in het hele stuk naar toe heeft gewerkt. De aap is uit de mouw. Van Bemmel meent te mogen concluderen dat omdat iets (wetenschappelijk) onverklaarbaar lijkt, het de aanwezigheid van god aantoont. Let wel; het is niet dat het zou kunnen, neen. Het is zo. De onvermijdelijke religieuze argumentatie dat wetenschap naar god wijst wordt weer eens uit de kast getrokken. En dat nog wel door dezelfde man die meent dat personen als Hendrikse met niets nieuws komen. Het boekje van Hendrikse is “oude koek die niets toevoegt”, maar de ad ignorantiam dat de afwezigheid van kennis onherroepelijk moet leiden tot het accepteren van de aanwezigheid van god wordt door dit pathetisch excuus voor een man van de wetenschap geponeerd als finaal argument. En om deze lofzang op de domheid te besluiten citeert de hoogleraar als een trouwe aanhanger van Jahweh de bijbel. Dat het tot voorbeeld mag dienen aan de twijfelaars.
Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld nemen aan Job. Na alle gesprekken roept God hem ter verantwoording: Waar was je, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het als je inzicht hebt! (Job 38:4). God vraagt dóór: wil Job dan wel eens vertellen hoe de aarde is ontstaan en alles wat daarop leeft? De zee, de sterrenhemel, de wolken, het nijlpaard, de krokodil? Job staat perplex. „Ik leg mijn hand op mijn mond†(Job 39:37). Dit antwoord staat haaks op dat van de moderne wetenschap die overmoedig denkt alles ooit te kunnen verklaren.
De hoogleraar medische informatica moet welhaast een aanhanger zijn van intelligent design als hij meent dat de wetenschap ons niet heeft geleerd hoe wij heden ten dage antwoord zouden geven op deze vraag! Ook hier blijkt de onnozelheid van van Bemmel doordat hij exact aantoont wat zijn misvatting is aangaande het vakgebied waar hij zichzelf klaarblijkelijk heeft onderscheiden (alhoewel ik inmiddels begin te vermoeden dat sommige hoogleraarschappen gratis verkrijgbaar zijn bij een pak koffie). Zou god mij die vraag stellen in de hypothetische aanname dat hij bestaat, dan zou mijn antwoord simpel zijn:
Wat een rare vragen stelt u, god. Als u claimt alles geschapen te hebben, dat weet u ook dat ik daar niet bij was. Maar indien u deze stijlfiguur aanwendt om mij te wijzen op het feit dat ik niet zou kunnen weten hoe het universum en alles daarin is ontstaan, dan kan ik u zeggen dat dit het onderwerp is van wetenschappelijk onderzoek. Ik wil u echter wel wijzen op het feit dat de diversiteit van het leven niet door u is geschapen. Evolutie door natuurlijke selectie is, zoals u ongetwijfeld weet, daarvoor verantwoordelijk. Nu ik u trouwens toch bij de kladden heb, oh hemelse wetenschapper, waarom evolutie? Had u een gebrek aan creativiteit of was u op goed wetenschappelijke wijze bezig met een experimentje?
Want dat is wat meneer van Bemmel vergeet. Als god de schepper is van alles dat bestaat, dan is hij de wetenschapper pur sang. De professor der professoren. De hoogleraar der hoogleraren. Zonder kennis van alles zou hij geen universum kunnen bouwen. En zeker niet op bovenwetenschappelijke wijze uit helemaal niets! Een tweede ding dat hij vergeet is dat het antwoord “dit weten we niet, we onderzoeken het”, geen schande is. Het is van Bemmel die meent dat wanneer de wetenschap geen antwoord kan geven er een rechtvaardiging voor god gevonden is (zie het citaat van Job). Het is van Bemmel die wetenschap in relatie tot zijn geloof meent te moeten afschilderen als een methode die meent alles te weten en te kunnen weten, terwijl het juist zijn geloof is dat dit veronderstelt.
En zonder deze veronderstelling blijft er niets over van zijn godsdienstwaanzinnige relaas. Het is een schande dat dit soort mensen hoogleraar zijn en tegelijkertijd ben ik blij met dit soort voorbeelden. Het laat exact zien op welke oneerlijke wijze het geloof ingrijpt in het intellect van mensen. Want dat men niet zomaar hoogleraar wordt in de medische informatica wil ik nog wel geloven.
Doet me denken aan iets wat, naar ik meen, Stephen Hawking ooit gezegd zou hebben over god en wetenschap, namelijk dat god een model is voor alles wat we niet begrijpen.
Sorry meneer de gelover! Maar Einstein is geen gelovige!
Einstein noemde geloof in god een “kinderlijk bijgeloof”.
–> http://www.hln.be/hln/nl/957/Belgie/article/detail/274846/2008/05/13/Einstein-noemde-geloof-in-god-kinderlijk-bijgeloof-.dhtml