En weer is religie de boosdoener
Mar 1st, 2008 by Erik
Indringende blikken en zelfs het gebruik van het woord ‘crisis’. Onze goed functionerende premier had het er moeilijk mee, gisteravond. Balkenende had natuurlijk deels gelijk; gevolgen van de film van Wilders zullen binnen de verandwoordelijkheid liggen van het kamerlid. Vele mensen hebben problemen om exact te duiden waar die verantwoordelijkheid in zit en waar het toe zou moeten leiden. Ik begrijp dat niet zo goed.
Geweld, bedreigingen en andere onlusten (hoeveel auto’s zullen er deze keer uitbranden?) mogen immers nooit het gevolg zijn van het maken van een film over een boek. Punt. Geweldplegingen kunnen en mogen dus nooit tot de verantwoordelijkheid van Wilders gerekend worden. Dat is immers niet zomaar een detail; het is waar Nederland voor staat. En niet, zoals de premier meent:
Nederland staat voor vrijheid en respect. Mensen verdienen respect voor wat hen ten diepste beweegt, hun geloof, hun eigenheid. Grondwettelijke vrijheden dienen te worden verdedigd. Extremisme en terrorisme dienen te worden bestreden.
Want dat basale respect kan de premier ook niet opbrengen als het gaat om het beantwoorden van een paar eenvoudige kamervragen, de vrijheden van homoseksuelen en vrouwen, het recht tot het beëindigen van het eigen leven en het recht op zelfbeschikking in het algemeen. Balkenende betoogt automatisch respect voor ‘hetgeen mensen ten diepste beweegt’, maar vraagt zich niet af of dit redelijk is. Laat staan dat hij zich dit afvraagt als het gaat om mensen wiens denkbeelden en levenswijze hem ‘wezensvreemd’ zijn: Zoals atheïsten. Die moeten zich gewoon niet zo aanstellen, immers.
Wat Wilders wel terecht kwalijk genomen mag worden is dat hij weigert inhoudelijk in gesprek te gaan. Interviews geeft hij niet, behalve aan het buitenland. Op directe verzoeken aan zijn persoon de film niet uit te zenden vanwege eerdergenoemd geweld geeft hij geen gehoor behalve een welgemeend “ze kunnen de pot op”. Dit is een redelijk mens onwaardig. Wilders gedraagt zich als een moslim; die weigert ook elke inhoudelijke discussie over zijn geloof. Het zou hem sieren de premier aan te spreken op het veronderstelde automatische respect dat een geloof verdient. DAT is immers de kern van de zaak, en daarom is een figuur als Balkenende ongeschikt om een inhoudelijk oordeel te vellen: Hij kan niet ageren tegen het onredelijke geloof van moslims, want daarmee invalideert hij ook iedere claim op een superwezen die hij zelf meent te moeten doen.
Wilders heeft daarom niet alleen het recht deze film te maken en zijn mening over de koran te tonen, hij heeft ook de plicht. De weerstand en de inhoudelijke argumenten die ik heb mogen horen van moslims en hun pleitbezorgers dwingen hem ertoe.
De Nederlandse regering zou zich voor Wilders moeten stellen en iedere vorm van geweld als antwoord op een ‘godlasterende film’ moeten afkeuren. Onze regering zou even fundamentalistisch moeten zijn aangaande de vrijheid van haar burgers en het vrije woord als de mensen die menen dat hun geloof en god beledigd zou worden door een filmpje.
De conclusie is duidelijk. De film moet er komen, de moslims moeten leren dat hun boek geen enkele reden is om meer respect te claimen dan wie dan ook én onze regering moet leren dat er maar één grens is aan vrijheid: Geweld.
Maar wat verwachten we van een kabinet dat zélf respect eist voor geloof en een premier die niet zonder geloof kan functioneren. Wat is er eigenlijk nodig om Balkenende tot geweld te ‘dwingen’, en wiens schuld is dat dan?
Weer een prima verhaal, Erik. Alleen, is Balky niet al medeschuldig aan geweld, t.w. het geweld van de inval in Irak?
Balky keurt zelfs de verontwaardiging van moslims goed. Geloof dient immers gerespecteerd te worden. Hij spreekt liever het land toe én Wilders, dan dat hij een streep trekt en tegen de wereld roept: IK ben minister president. IK ben Nederlander en ik sta pal voor de beginselen van ons SECULIERE land.
Maar hij houdt liever de deur voor religie open. Hij gelooft namelijk zelf. Belangenverstrengeling, noem ik dat.
Maar hij is ook en vooral LAF. Ik zat in Indonesië toen hij daar op een Islamitische universiteit (waar ik vaak op mijn motor langskwam) zijn laffe uitspraken deed over het homohuwelijk. Ik zie hem voor me, bang voor die islamitische heethoofden. (Overigens vind ik Religieuze Universiteiten een contradictio in terminis, of een oxymoron.)
Tja, volgens is mij is Balkie zelf de oorlog tegen Al Qaida begonnen en daarna tegen de Talibaan in Afghanistan. Als ze dan vervolgens even dreigen met geweld vanwege een nog nooit vertoonde film dan schiet hij in een kramp.
Is een oorlog ver weg gemakkelijker dan dichtbij? De militairen hebben al verklaard dat een paar extra kogels van de Talibaan niet erg is.
De echte boodschap had natuurlijk moeten zijn richting de baardmannen;
In Nederland hebben we vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat we achteraf pas toetsen of een uitlating in strijd is met de wet. Het is het democratisch recht van een parlementslid om zich op deze wijze te uiten en we dulden geen buitenlandse inmenging in ons binnenlandse politieke proces en we laten dat zeker niet stilzetten door dreiging met geweld. Sterker nog we zullen iedere regering van landen waar geweld tegen Nederlanders wordt uitgeoefend n.a.v. deze film ter verantwoording roepen.
In fundamentele zin is je analyse correct, Erik, lijkt me. Maar in concreto ben ik zelf niet helemaal ‘uit’ het volgende:
heeft een volksvertegenwoordiger (in tegenstelling tot bijvoorbeeld een kunstenaar) een speciale maatschappelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting – iets waar momenteel van links tot rechts op wordt gewezen: http://www.parool.nl/nieuws/2008/FEB/29/o1.html
Zo ja (wat ik eigenlijk wel denk): hoe bepaal je wanneer die verantwoordelijkheid aan de laars wordt gelapt en de uitingen van de begreffende volksvertegenwoordiger moeten worden veroordeeld en bijvoorbeeld genegeerd of geïsoleerd? Het geweldscriterium is daarbij niet voldoende.
Terzijde: ik ken de wet inzake de vrijheid van expressie niet zo goed om te beoordelen of Marijnissen een punt heeft met zijn opmerking dat daarin de bepaling is opgenomen, dat er een morele verantwoordelijkheid bestaat die verplicht tot afweging van doel en middel (iets wat dan trouwens niet speciaal voor volksvertegenwoordigers zou gelden).
Het problematische van een speciale verantwoordelijkheid voor parlementariërs is natuurlijk, dat deze niet of zeer moeilijk te objectiveren is.
In het geval Wilders: mogelijk is de man er heilig van overtuigd dat bij uitstek hij de speciale maatschappelijke verantwoordelijkheid waarmaakt die past bij zijn positie, namelijk het als zodanig benoemen en bestrijden van een door een aanzienlijk deel van de bevolking aangehangen fascistoïde gedachtengoed (niet-gekozen orgaan van (baard)mannen als hoogste politieke macht; doodstraf voor afvalligen, overspelige vrouwen en homoseksuelen; verbod op godslastering en andere expressie die god – lees voornoemde club mannen & vriendjes – onwelgevallig is) . Tegenstanders vinden Wilders opvattingen op hun beurt fascistoïde (verbieden van een boek; met scherp schieten op Marokkaanse hooligans, migratieverbod op grond van raciale kenmerken; c.q. “niet-westerse allochtonen”; en jij noemt zeer terecht: onwil in debat te gaan een een toenemende neiging zich ‘per decreet’ te laten gelden).
Misschien moet je het wat betreft Wilders zoeken in de feitelijke onnauwkeurigheden van zijn beweringen, die – daardoor – neerkomen op laakbare en verwerpelijke beledigingen. Wilders zegt de facto: iedere moslim is een fascist, of het nu gaat om Ahmadinejad of Aboutaleb.
Misschien moet de speciale verantwoordelijkheid van een volksvertegenwoordiger worden gezocht in een bijzondere plicht zich nauwkeurig en conform de feiten uit te drukken, zeker als hij mensen of groepen mensen krachtig aanvalt en zelfs diskalificeert. Waarmee ik eindig bij jouw grootste bezwaar tegen zijn optreden; het keer op keer weigeren verantwoording af te leggen van zijn standpunten door daarover in discussie te gaan, tot achter de komma als je tegenstanders je daartoe uitdagen. De weigering dat te doen, zou iemand in het parlement wellicht tot een persona non grata moeten maken.