Een briljant staaltje compartiment-denken van Hirsch Ballin
Apr 4th, 2008 by Erik
Menigeen, waaronder ik, vraagt zich dikwijls af hoe het toch mogelijk is dat overwegend goed opgeleide mensen tóch een geloof in een god kunnen rechtvaardigen. Het lijkt mij met de kennis — en voornamelijk het gebrek aan kennis — die er bestaat onmogelijk om jezelf met argumenten te overtuigen van het bestaan van god. Er is immers geen enkele redelijke grond op basis waarvan je jezelf tot geloof kunt brengen.
Het principe van ‘intelligent genoeg zijn’ en toch ‘geloven in god’, staat bekend als compartiment-denken. Simpel gezegd berust het op de aanname dat geloofszaken die dienen ter troost en ‘verklaring’ niet met dezelfde redelijkheid beschouwd worden als alle andere zaken in het leven. Uit een mailwisseling die ik onlangs had met een behoorlijk fundamentalistisch gelovige kwam de volgende (geparafraseerde) discussie voor:
Gelovige: Ik heb persoonlijk bewijs van het bestaan van god.
Erik: Persoonlijk bewijs bestaat niet. Dat noemen we een mening. Een mening is geen bewijs, want bewijs geldt voor iedereen en overal onder vergelijkbare omstandigheden.
Erik: Wat nu als ik zeg dat ik je verloren broer ben. Neem je dat dan ook zomaar aan, of wil je daar bewijs van?
Gelovige: Dan kan ik dat onderzoeken met DNA-tests en geboortecertificaten.
Erik: Inderdaad. Keihard bewijs. Waarom dan plotseling wel?
Voor deze mensen met een religieuze afwijking geldt dat bewijs niet in alle gevallen hetzelfde is. In 99% van hun leven definiëren zij bewijs zoals u en ik dat doen, maar in die ene procent die met religie te maken heeft, laten zij alle redelijkheid varen.
Vandaag las ik een stukje in het Algemeen Dagblad over het relletje tussen PVV-voorman Wilders en het trio Balkenende, Hirsch Ballin en ter Horst. Het relletje ging over de uitspraken die Wilders vorig jaar gedaan zou hebben over het scenario van zijn film. Waar het kabinet beweert dat Wilders gezegd zou hebben verzen uit de koran te willen verbranden, ontkent Wilders dit in alle toonaarden.
Het kabinet kwam in deze met ‘bewijs’ op de proppen in de vorm van aantekeningen die gemaakt zouden zijn naar aanleiding van het eerder genoemde gesprek. Deze aantekeningen vermelden duidelijk de opzet van Wilders, tot in detail. Vrijwel alles uit deze aantekeningen klopt, behalve het einde: Wilders heeft geen verzen uit de koran gescheurd en verbrand.
Naar aanleiding van Wilders’ doldrieste ontkenning van de authenticiteit van deze aantekeningen werd er een onderzoek gehouden onder ‘ruim’ 1200 Nederlanders. Uit dit onderzoek bleek dat 33% van de ondervraagden meende dat Wilders gelijk had. De constatering op basis van dit onderzoek kon niet anders zijn dat diezelfde ondervraagden menen dat het kabinet glashard gelogen heeft en de aantekeningen heeft vervalst. In reactie op deze constatering verklaarde Minister Hirsch Ballin vandaag:
“Feiten worden niet beslist bij opiniepeiling”, stelde Hirsch Ballin vrijdag na afloop van de ministerraad. “Wat voor mij telt, zijn de feiten. Die heb ik heel precies in mijn antwoord gegeven. Daar zat geen spoortje onwaarheid in.”
En mijn mond viel open van verbazing. De minister heeft gelijk! De waarheid is niet iets dat zich richt naar de mening van mensen. De waarheid laat zich niet meten door een democratisch proces. De waarheid is. Zij is onbeïnvloedbaar door denken en hopen. Hetzelfde geldt voor het bestaan van god, beste minister Hirsch Ballin. Het bestaan van god wordt niet aannemelijker als er een aanzienlijk aantal mensen zijn die zich beledigd voelen door uitspraken die hun geloof in twijfel trekken of zelfs ‘belachelijk maken’. Maar moet je ook dan niet juist besluiten eerst de feiten te onderzoeken en daarna pas vast te stellen of dat geloof niet simpelweg belachelijk ís, voordat je blijft vasthouden aan een wet op de smalende godslastering?
Waar Hirsch Ballin volkomen terecht revanche neemt op ‘de publieke opinie’ als het gaat om de waarheid inzake een setje aantekeningen, gaat diezelfde minister hopeloos de fout in als het aankomt op zijn eigen geloof. Kritiek op religie, beste minister, is pas godslastering als men kan aantonen dat het object van lastering bestaat. Dat u en velen van u menen dat dit zo is en zich derhalve aangesproken voelen, is volgens uw eigen argumentatie geen enkele reden om vast te houden aan deze achterlijke wet. Eerst de waarheid onafhankelijk vaststellen, en dan pas maatregelen nemen, zou het devies dus moeten zijn.
Maar natuurlijk is Hirsch Ballin het hier, zoals het een goede gelovige betaamt, plotseling niet mee eens. Liever pleit hij ervoor om zijn geliefde geloof te blijven beschermen door iedereen onder de paraplu van religie te trekken. Waarom mag ons allemaal duidelijk zijn: Religie is een afwijking die het denken vertroebelt en daarom moet religie en politiek gescheiden worden.
Was het nou slim of was het nou dom van Wilders om zich geen kopie van die aantekeningen te laten sturen? Dom: Daardoor konden Hirsch Ballin, mevrouw Ter Horst en mevrouw Ongering natuurlijk ongecontroleerd schrijven wat ze wilden, en misschien (te goeder trouw) vragen verwarren met antwoorden.
Het zou slim van Wilders geweest kunnen zijn, omdat hij zo alles “rustig” of met veel misbaar (wat het uiteindelijk werd) zou kunnen ontkennen.
Dat compartimentdenken, een term die nieuw voor me was, dank Erik, noem ik overigens (deel-)denkluiheid. Gewoonweg niet nadenken over sommige zaken, omdat je er al zo lang voor gestaan hebt, dat er een andere opvatting omhelzen gezichtsverlies inhoudt.
Was het niet ook een feit dat het bewuste gesprek op een 31 november had plaatsgevonden?
Maak niet zo’n drukte om die datum. Gewoon een vergissing.
De echte datum staat getypt, 31 oktober 2007.
Aan de paraafgevers was waarschijnlijk gevraagd of ze “ff een krabbeltje met de datum” willen zetten, dat ze het gelezen hebben.
Meer waarde moet je er niet aan hechten.
Goede conclusie. Is ook mooi borduurbaar, politici zouden hem in hun jasje geborduurd moeten hebben.
Pieter,
Nou, nou, “drukte”…
Aangezien ik moet kiezen tussen een club christen-democraten en een hysterische populist, weet ik niet wie ik moet geloven.
En zo sluipt de lange arm van de politieke islam langzaam de Nederlandse rechtsstaat binnen, mede dank zij de goede zorgen van de christenen van Hirsch Balling.
Een jaarclubgenoot van mij vertelde mij ooit eens: “Nick, je kunt àlles in het leven kritisch en wetenschappelijk benaderen, maar religie niet”.
Over denkluiheid/compartimentdenken gesproken…
Wat is een jaarclubgenoot?
Corporaal tuig.
Maar bovenstaande opmerking (@KidC) terzijde, ik denk dat Hirsch Ballin die opmerking nog wel terugkrijgt bij de parlementaire behandeling van z’n onderzoek naar de uitbreiding van godslastering. En waarschijnlijk zegt ie dan dat we in een democratie ook respect moeten hebben voor minderheden, of een soortgelijk verhaal. En daar uiteraard mee wegkomt. Helaas.