Ethisch onverantwoord
Apr 18th, 2008 by Blasfemist
Hoe een gelovige ethicus zichzelf voor schut zet staat te lezen in de Trouw van 17 april. En het begon best aardig, met een uiteenzetting over het verband tussen ethiek en religie. Het eerste stuk is een vrij eerlijke beschrijving van hoe de christelijke godsdienst bedacht is door de kerkvaders. Gerrit Manenschijn verhaalt hoe in het verleden de religie de heersende ethische moraal middels een goddelijk etiket vast zette in een statisch kader. Volgens Manenschijn is een religie tegenwoordig slechts levensvatbaar als het statische er vanaf gaat, waardoor de nieuwste ethische waarden (bijv tav homofilie) worden overgenomen in een vernieuw(en)d religieus kader.
Natuurlijk is religie helemaal niet nodig voor een zuivere ethiek, zeker niet als de ethische grondslagen aan nieuwe inzichten onderhevig zijn. Een god is immers niet flexibel, en evolueert niet zoals mens en maatschappij dat wel doen. En waar zijn stuk tot hier nog redelijk te volgen was, wanneer hij een rechtvaardiging voor geloven in de huidige tijd probeert te geven blijkt dat hij niet anders is dan de rechercheur die vanwege een kokervisie probeert te bewijzen dat de allereerste verdachte de dader wel moet zijn, terwijl het ontlastend bewijs zich opstapelt.
God is volgens Manenschijn verbeelding, en erin geloven wordt dus niet gerechtvaardigd door de waarheid maar slechts doordat het niet-bestaan van god niet te bewijzen is. Hij noemt nog een aantal zaken op die niet direct door bewijzen weerlegt kunnen worden, maar verwerpt deze omdat ze geen verband (zouden) hebben met de ethiek. Even verderop geeft hij zelf toe dat dit wel een erg zwak argument is om te geloven:
„Het geloof is er niet voor de moraal, maar voor de hoop dat het zin heeft goede werken te doen; dat is de meerwaarde die het geloof aan de moraal geeft. Voor gelovigen is dat een kwestie van godsvertrouwen, niet van seculier vooruitgangsgeloof.
En daar is hij weer: zonder het geloof heeft het allemaal geen zin. Waarom zou je zomaar iets goeds doen, als er toch geen toezicht zou zijn van een hemelse opzichter, die je al naar gelang met de wortel of de stok laat kennis maken in een verbeeld hiernamaals.
Blijft het voor mij een raadsel waarom hij juist het christendom heeft uitgekozen voor dit geloof. Want uit het verleden blijkt toch overduidelijk dat deze christenen weinig op hadden met andersgelovigen. De Katharen kunnen daar over meepraten.
Maar het ergste vind ik dat een ethicus geen boodschap heeft aan de aller-belangrijkste deugd: de waarheid spreken. Voor Manenschijn maakt het niet uit of een waarheid overduidelijk verzonnen is, als hij maar niet te weerleggen is.
“Onnozel” is het toverwoord, lijkt mij, om deze blije mensen te kenschetsen. Als je maar onnozel genoeg bent geloof je alles, ook dat het leven goed is, terwijl je van de trap dondert. Onnozelheid is natuurlijk verwant aan heiligheid, indachtig de Onnozele Kinderkens van Bethlehem, de afgeslachte babes zijn bijna heilig van onnozelheid. Gelukkig hebben we ook satanisch geïnspireerde schrijvers als R.G. Price die in zijn Jesus Myth feitelijk wel een eind maakt aan de historiciteit van de Jezus Christus van Golgotha, en die ook van de historiciteit van Satan natuurlijk in een moeite door gehakt maakt. Je bent m.i. ook goed onnozel als je meent dat het christendom door de kerkvaders is verzonnen. Onzin, het christendom was er al voordat de noodzaak werd gevoeld van een historische Christus. Zo’n Trouw-man kent zijn kerkgeschiedenis niet. Hij doorleze eerst maar eens de drie boeken die over zijn van bisschop Theophilus van Antiochië. Ik trek de conclusie dat hij die op zijn minst niet begrepen heeft, gezien het feit dat hij niet tot de conclusies had kunnen komen zoals in het geschetste artikel in Trouw, als hij wél van de woorden van de eerwaarde bisschop weet had gehad.
“Een god is immers niet flexibel, en evolueert niet zoals mens en maatschappij dat wel doen.”
Och, volgens de christenen zijn wij mensen geschapen naar het evenbeeld van god. Ook god zou dus best eens last kunnen hebben van het verschijnsel van “voortschrijdend inzicht”. Dat verklaart natuurlijk ook meteen waarom de islam de beste godsdienst is en waarom men in de islam de latere hadith beschouwd als beter dan de oudere.
Zo’n redenering van gelovigen zou overigens te verwelkomen zijn omdat zulks immers tevens impliceert dat hun boeken, oud en stofffig als zij zijn, niet meer van deze tijd zijn en een update behoeven. Waarmee tevens gezegd is dat deze niet de absolute waarheid bevatten en de interpretatie ervan aan twijfel onderhevig kan, mag en wellicht zelfs moet zijn.
@ 2, “Waarmee tevens gezegd is dat deze niet de absolute waarheid bevatten en de interpretatie ervan aan twijfel onderhevig kan, mag en wellicht zelfs moet zijn.”
Goed gezegd, dat bedoel ik. Want hoe kan je een absolute waarheid aan god ophangen en later een andere waarheid bepleiten. Dan zou god dus feilbaar moeten zijn.
Ik hoop dat mijn puntje in het stuk duidelijk was: Manenschijn, die het over deugden heeft, vindt het deugdelijk om zelf een ‘waarheid’ te verzinnen (verbeelden, in zijn woorden). Voor hem is alles acceptabel als waarheid waarvan niet bewezen kan worden dat het niet waar is. Als er maar positieve idealen aan ten grondslag liggen. Erg realistisch is de uitkomst niet: een onstoffelijke tovenaar met een hemel en een hel.
(wat die positieve idealen betreft: dan kan hij het oude testament zo verscheuren lijkt mij. En ook de joods-christelijke geschiedenis loopt niet nou bepaald over van naastenliefde voor anders denkenden. )
Volgens mij hebben we hier weer de welbekende stelling dat je alleen maar “goede werken” kan doen als je het idee hebt dat je daar later een beloning voor krijgt. Terwijl ik met mijnongelovige moraal diverse goede doelen ondersteun vanuit mijn eigen egocentrische “goede gevoel” zonder daar verder een beloning voor te verwachten.
Ik heb het stuk in Trouw gelezen. Volgens mij is het te samenvatten met: ‘je moet doen wat ik je zeg, want ik heb ervoor doorgeleerd’.
@ 1 Ka-Leo-Lani, eigenlijk was dat mijn conclusie, dat hij vertelt dat het christendom verzonnnen is door de kerkvaders. Vanwege
“Maar om de Aristotelische deugdenleer voor christenen salonfähig te maken, hebben kerkvaders in de loop der tijd drie deugden toegevoegd: geloof, hoop en liefde.”
Val Manenschijn daarom dus niet te hard, waarschijnlijk heeft hij er meer over gelezen dan ik. Maar alsnog vind ik dat hij eigenlijk niets anders zegt dan dat het christendom een bewust verzinsel is.
@ 6 Blasfemist Oei, ik versta de term “christendom” op meerdere wijzen. Het christendom van bisschop Theophilus van Antiochië was een christendom zonder een historische christus. Het christendom van de kerkvaders was een christendom mét een historische christus. Het christendom van de apostel Paulus was het christendom dat nog in de maak was. Het christendom dat al bestond vóór er ooit iemand op het idee was gekomen om Jesus anders dan als een mythologische figuur te zien, dat is minimaal in de eerste eeuw vóór het begin van onze jaartelling, is het christendom van bisschop Theophilus. In “Jesus Myth- The Case Against Historical Jesus”, van R.G. Price, staat het allemaal heel uitgebreid en die studie deed mij reageren in de trant dat het niet de kerkvaders zijn geweest die het christendom verzonnen hebben. Het is wat ingewikkelder dan dat. Als Manenschijn zoiets schreef als dat het christendom een bewust verzinsel is, een Joodse mythologie rond een messias figuur, welke mythologie heeft geleid tot het verzinnen van een historische Christus, vanwege een op de historiciteit van een heiland gebaseerde theologie, dan vermoed ik dat we het misschien wel over hetzelfde hebben.
Manenschijn beweert mi. dat een reeds bestaande filosofie (over deugden) voorzien is van een god. Ik ben nu wel benieuwd naar die Theophilus, ik ga eens op zoek.
(maar eerst naar m’n werk)
@ Ka-Leo-Lani, bedoel je hiermee dezelfde Theophilus (= vriend van god) als uit het evangelie ?