saecularis, scheiding van kerk en staat
Jul 27th, 2008 by Kees
In veel van de discussies die hier op .god.voor.dommen gevoerd worden is een van de onderliggende vragen hoe er met religie in het publieke domein omgegaan moet worden en in welke mate de rol en bijkomende uitingsvrijheid van acterende religieuze groepen afgebakend mag worden. Hoe gaan we als maatschappij daar nu mee om, en is de weg die we daar vandaag de dag in kiezen, ingegeven door de wetgeving hieromtrent, wel de weg die je als atheïst graag gekozen ziet?
Wanneer je deze vragen over religie in het publieke domein stelt kom je onvermijdelijk uit op het beginsel van scheiding tussen kerk en staat, een begrip dat niet altijd even zuiver wordt gehanteerd. Het lijkt mij dat ook een goed idee om die scheiding nog eens onder de loep te nemen alvorens in te gaan op de bovenliggende vragen.
De korte versie is dat er van scheiding tussen kerk en staat gesproken kan worden wanneer de kerkelijke macht en de staatkundige macht niet in dezelfde handen zijn en zij geen beslissende invloed op elkaar uitoefenen. Kerk en staat zijn beide gehouden zich niet te bemoeien met elkaars zaken, zowel organisatorisch als bestuurlijk. Beide kampen dienen geen onderlinge verbanden of wederzijdse verplichtingen te hebben. Aldus en tot zover wikipedia.
Waar komt deze definitie vandaan, of liever waar vloeit deze uit voort? Er is geen één wet die de scheiding tussen beide partijen regelt. Vanaf de Bataafse omwenteling in 1795 is de scheiding van scheiding tussen kerk en staat een feit, maar geen helder feit. De verhouding tussen beide, om de staatsmacht concurrerende, grootheden waren namelijk alles behalve duidelijk. Er zijn dan ook groot aantal veranderingen en aanpassingen geweest sinds de Bataafse Republiek.
De laatste verandering deed zich in 1981 voor. Toen werd na overleg tussen de Nederlandse staat en het CIO (interkerkelijk contact overheidszaken) besloten tot een afkoopregeling die een einde maakte aan de directe subsidieverlening van de staat aan de kerk. Ook, en misschien zelfs nog wel belangrijker dan het beëindigen van de subsidies, was de aanpassing van de wet waardoor alle artikelen onder de kop ‘Van de Godsdienst’ werden geschrapt. In plaats daarvan kwam art. 6 in de Grondwet. Een en ander werd in 1983 goedgekeurd en actueel.
Samen met het al aanwezige art 1 van de Grondwet waarborgen beide artikelen het gelijkheidsbeginsel en de vrijheid van belijdenis van godsdienst en levensovertuiging.
Artikel 1 Grondwet
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Artikel 6 Grondwet
1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Zowel artikel 1 als artikel 6 maken ruimte voor persoonlijke en vooral individuele ontwikkeling en bieden bescherming van en voor invloeden van buitenaf. Je hoeft geen geleerde te zijn om te kunnen zien dat dit niet de scheiding tussen kerk en staat regelt. Wat nu is dan de scheiding, hoe zie deze eruit? De scheiding tussen kerk en staat is een beginsel dat in grote lijnen omschrijft hoe beide zich tot elkaar dienen te verhouden.
Het beginsel houdt het volgende in:
1. Het betekent dat er in de verhouding tussen kerk en staat geen institutionele zeggenschap over en weer mag zijn. De overheid mag de staat volgens eigen inzichten, zonder zeggenschap van de kerken inrichten. De kerken zijn vrij van overheidsinmenging bij de vormgeving van hun kerkelijke organisatie en in de aanstelling van hun functionarissen.
2. Evenmin mag er over en weer rechtstreekse inhoudelijke zeggenschap zijn. De kerken zijn vrij van overheidsinmenging in hun geloofsleer. Omgekeerd hebben de kerken geen formele positie in de publieke besluitvormingsprocedure en kunnen aan het handelen van de overheid niet louter godsdienstige maatstaven worden aangelegd.
Interessant om op te merken is dat wat niet geregeld wordt in het beginsel, ofwel dat waar het beginsel zich niet tegen uitspreekt. De notitie ‘scheiding kerk en staat’ van de gemeente Amsterdam zegt daar dit over:
Zo verzet het beginsel van scheiding van kerk en staat zich niet tegen elke betrekking met of
elke vorm van steunverlening aan kerken en/of instellingen op religieuze of
levensbeschouwelijke aard. Overleg of dialoog tussen overheid en kerken en/of religieuze of
levensbeschouwelijke organisaties worden niet door het beginsel van scheiding van kerk en
staat uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de subsidiëring van maatschappelijke activiteiten van
kerken c.q. organisaties op religieuze, levensbeschouwelijke grondslag.
De uiteindelijke invloed op ons dagelijkse leven die van religie uitgaat wordt dan ook niet zuiver gereguleerd door deze twee wetten en het beginsel. Die invloed wordt hoofdzakelijk bepaald door de mate waarin ruimte wordt toegekend, in ruimtelijke en financiële zin, aan de verscheidene religies en levensovertuigingen. Hierin speelt het neutraliteitsbeginsel een belangrijke rol. Maar daarover een volgende keer meer.
Wat mij betreft valt er nog wel wat aan te merken op beide grondwetsartikelen:
Artikel 1 Grondwet:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Wat verstaat men onder discriminatie? Gaat het hier om gelijke behandeling, of gaat het ook om bescherming tegen uitingen die als discriminerend ervaren worden, of kunnen worden? Dit wordt hier niet nader uitgewerkt, ofwel: verbale en artistieke uitingen worden niet expliciet genoemd. Het is dus de interpretatie van dit artikel dat leidt tot uitwassen van het Openbaar Ministerie, zoals bijvoorbeeld in de zaak Nekschot.
Artikel 6 Grondwet:
“1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.”
ad1: mijns inziens zou dit artikel qua strekking de grens kunnen aangeven: het vrij belijden betekent nog niet het vrije recht om anderen, in casu jeugdigen, op te voeden in de aard en strekking van de religie van de ouders, noch de eventueel in dit kader veronderstelde lichamelijke consequenties aan te doen. Mijnheer Donner: dit artikel lijkt mij dus vrij expliciet.
ad2: hier gaat dit grondwetsartikel even wat dieper op de materie in: gezondheid, als eerste genoemd, verkeer en wanordelijkheden. Wat het eerste betreft kan dit slaan op weigerachtigheid van ouders om hun kinderen een beoogde, eventueel een levensreddende geneeskundige behandeling te doen ondergaan, of vaccinatieplicht ter bescherming van de bevolking tegen besmettelijke ziektenverwekkers.
Het genoemde beginsel van niet-inmenging in elkaars aangelegenheden wat betreft politieke besluitvorming enerzijds en vormgeving van de gezindte en benoeming van functionarissen lijkt mij evident. Nochtans worden deze nogal eens overschreden: inmenging van de kerk in zaken als o.a. plaatsing kruisraketten, abortus, euthanasie zijn bekende fenomenen. Het principe wordt dan omzeild door de parlementarier of minister die zich op grond van zijn persoonlijke overtuiging een bepaald oordeel aanmatigt. Het zal heel lastig worden dergelijke verschijnselen met de wet in de hand te bestrijden.
De notitie SK en S bevindt zich mijns inziens op glad ijs: het beginsel van scheiding van kerk en staat verzet zich niet tegen elke betrekking met of enke vorm van steunverlening aan kerken etc. Het lijkt mij een vrije interpretatie waarbinnen van alles mogelijk is. We zien de gevolgen in de praktijk bij de ellenlange reeks gebeurtenissen rond de voorgenomen bouw van de westermoskee in Amsterdam, of de ongenuanceerde pro-religieus-onderwijsverklaringen van stadsdeelvoorzitter Markouch. Ik meen dat, omwille van de zuiverheid nog wel amenderingen nodig zijn in de grondwetsartikelen, waarbij ik het liefst de vrijheid van godsdienst in zijn geheel zou vervangen door het begrip individuele gewetensvrijheid, ter bevestiging van het principe dat de keuzes beslist behoren tot het domein van het individu en geen stap daarbuiten!
“o.a. plaatsing kruisraketten, abortus, euthanasie zijn bekende fenomenen.” wat nog onschuldige voorbeelden zijn in mijn optiek. Onschuldig niet omdat het geen grensoverschrijdende inmenging zou betreffen, dat betreft het namelijk wel, maar omdat het om gevallen gaat die over een specifiek onderwerp gaan. Onderwerpen waarvoor maatschappij breed aandacht is en waarbij iedereen de ruimte moet hebben zijn of haar geluid te laten horen. En dat geldt dan ook voor het laten horen van het religieuze geluid. Gegeven; laten horen is anders dan inmenging. Wat mij vooral aandacht moet krijgen is de geïnstitutionaliseerde vorm van inmenging die religie door middel van structurele overlegorganen heeft in bijv. de Europese unie.
@2,
Sorry Kees, ik heb hier duidelijk niet verder gekeken dan mijn neus lang is.
Er zou in mijn opinie pas gesproken kunnen worden van scheiding tussen kerk en staat als religieuze zaken niet meer apart worden behandeld in de wet, maar gewoon valt onder het hoofdstuk ‘vrijheid van vereniging’? Met alle rechten en plichten die daarbij horen.
Maar dit vergt studie.
? —> .
valt —> vallen
@4Pieter;
Een hele goeie: binnen de muren van hun “kerk” alles kunnen doen, behalve hun kinderen indoctrineren: hosties eten, roken, drinken (hoort bij hosties eten), toneelstukje genaamd “mis opdragen”, op de knietjes naar Mekka of Rome.
Ik vind dit wel een aardige opmerking:
Ondanks de vrijheid van vereniging, is het in principe mogelijk om een vereniging te verbieden en te ontbinden. Het Openbaar Ministerie moet daartoe een vordering indienen bij de rechtbank. De vordering kan alleen worden toegewezen als de werkzaamheid van de vereniging in strijd is met de openbare orde. Niet iedere onfatsoenlijkheid lijdt tot strijd met de openbare orde; er moet meer aan de hand zijn. Bijvoorbeeld zal sprake moeten zijn van (stelselmatig) gebruik van geweld of bedreiging, aanzetten tot haat of verboden discriminatie.
Bron: http://www.wieringa-advocaten.nl/nlblawg.php?id=103
Maar ik zou ‘lijdt’ anders schrijven.
@Kees
Kun je ook aandacht besteden hoe de scheiding van kerk en staat is geregeld in bijvoorbeeld onze buurlanden Belgie en Duitsland waar ze een kerkbelasting kennen ? En in Marokko en Turkije ? Ik heb begrepen dat de Marokkaanse Koning voor al zijn onderdanen ook nog een soort Paus of Patriarch is terwijl de rol van universeel geestelijk leidsman voor de meeste Turken wordt vervuld door de President van de Diyanet. Een staatsorgaan met meer dan 70.000 imams (waaronder al 100den vrouwelijke) in directe dienst.
[...] 3, 2008 door keesdejong In het eerste saecularis artikel hebben we kunnen zien dat de scheiding van kerk en staat door een aantal verschillende [...]
[...] heldere en accurate uiteenzettingen zoals nu bijvoorbeeld op God.voor.dommen in een entry over de scheiding kerk-staat en nog één over het neutraliteitsbeginsel (een illusie mijns inziens, maar wel een [...]
[...] helder god.voor.dommen overzicht inzake deze grondwetkwestie benadrukt het nog eens: de wet Scheiding Staat en Kerk zit [...]