saecularis, het neutraliteitsbeginsel
Aug 3rd, 2008 by Kees
In het eerste saecularis artikel hebben we kunnen zien dat de scheiding van kerk en staat door een aantal verschillende beginselen wordt bepaald. We hebben gesproken over de niet in de wet terug te vinden (1)afspraak tussen de kerk en de staat om zich niet met elkaars zaken te bemoeien, de uit artikel 6 van onze Grondwet voortvloeiende (2)vrijheid van godsdienst en het in artikel 1 van onze Grondwet vastgelegde (3)gelijkheidsbeginsel.
Maar dat zijn ze niet allemaal, er is nog een vierde, belangrijk, beginsel dat de verhouding tussen beide aardse machten bepaalt. Het neutraliteitsbeginsel. Ik heb deze bewaard om als laatste en apart te behandelen omdat dit beginsel meer dan de anderen bepalend is in hoe de scheiding tussen kerk en staat naar de praktijk toe wordt vertaald. Bij het begrip neutraliteit gaat het over welke houding de overheid aanneemt.
Het begrip neutraliteit kent verschillende betekenissen zoals het neutraal zijn tussen verschillende partijen – onpartijdigheid, niet gebonden zij of het niet hebben van een direct belang ergens bij. In discussies over de scheiding tussen kerk en staat, en dieper de scheiding tussen het publieke domein en godsdienst en levensbeschouwingen, worden deze begrippen in wisselende betekenis gebruikt wat verwarrend werkt. Niettemin is een groepering te maken op basis van de achterliggende, bedoelde betekenissen van neutraliteit in deze discussies.
Er valt dan ook in het gebruik van de betekenissen van neutraliteit een driedeling te maken tussen exclusieve, inclusieve en compenserende neutraliteit*.
De exclusieve neutraliteit is beter bekend onder de Franse naam ‘laïcité’. In dit concept van neutraliteit heeft religie geen enkele plaats in de publieke sfeer, religie hoort thuis in de privésfeer. Het publieke domein dient geheel vrij te zijn van religie waardoor in praktijk individuen vrij kunnen zijn zich tot elkaar te verhouden in een ‘religie neutraal’ publiek domein. Op deze manier is het begrip neutraliteit in de Nederlandse situatie, het staatsbestel en de wet- en regelgeving, nog niet (en nimmer) toegepast. Actueel is deze vorm wel, vooral door de opkomst van de Islam. Denk bijvoorbeeld aan het Turkse verbod om hoofddoekjes te dragen op universiteiten en rechtbanken of aan de discussie in Nederland over het wel of niet dragen van een hoofddoekje voor de klas.
In praktijk gaat er veel meer schuil achter de noemer ‘laïcité’ maar het meest belangrijke element om hierbij te onthouden is de zeer strikte scheiding tussen kerk en staat die het nastreeft.
Het begrip inclusieve neutraliteit staat lijnrecht tegenover de exclusieve neutraliteit. Hier is het juist zo dat burgers zoveel als mogelijk de ruimte krijgen om hun handelen en spreken overeen te laten komen met hun eigen religie of persoonlijke levenbeschouwelijke ideeën. Deze vorm van neutraliteit eist een gelijke behandeling van alle levensovertuigingen. Het is belangrijk dat er gelijke ruimte voor iedere groep is (hen wordt gelaten) om te komen tot uiting van de eigen identiteit. In geen geval mag het zo zijn dat een groep wordt bevoordeeld ten opzichte van de anderen. Wel staat het de overheid vrij om daar waar zij het nodig acht ondersteuning te bieden.
De derde versie van het begrip is de compenserende neutraliteit. In deze versie is er net als bij inclusieve neutraliteit ruimte voor religie en levensbeschouwelijke ideeën in de publieke sfeer. Het grote verschil is hier dan ook niet een andere visie op de ruimte tot uiting maar eerder een verschil in de ruimte die de overheid heeft in de ondersteuning die zij biedt aan die uiting. Historisch gezien hebben niet alle groepen dezelfde start en daarmee dezelfde mogelijkheden gehad wat het voor bepaalde minderheden moeilijker kan maken om op gelijke voet hun religie te beleven. Hierbij kun je voor de beeldvorming religie en levensbeschouwing meer in het kader van producten plaatsen die onder druk van marktwerking hun eigen plaatsje moeten veroveren. Nu is de gedachte dat wanneer we alles aan de vrije markt over zouden laten dat sommige groepen geen kans krijgen. De overheid kan dat als argument gebruiken om deze groep(en) extra te steunen. Wel moet de overheid per geval de extra steun uitdrukkelijk beargumenteren met het waarom. In Nederland is naast de inclusieve- ook de compenserende neutraliteit in het overheidshandelen terug te vinden. Dit kan zijn in de vorm van bijvoorbeeld gemeentelijke subsidies aan cultureel religieuze festivals of religieuze onderkomens. Maar, de notitie ‘scheiding kerk en staat’ noemt ook het gelijktrekken van de humanistische zuil met de wetsveranderingen van 1983 als voorbeeld.
Bronnen: notitie Scheiding Kerk en Staat (B&W Amsterdam 2008), WRR rapport Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie.
Gelukkig hebben we een volstrekt neutraal kabinet:
http://www.nu.nl/news/1063780/11/D66_hekelt_subsidie_christelijke_organisatie.html
Off topic: Waarom wordt er de laatste dagen zo weinig gecomment? Vakantie of zo?
terug
Ik ook! Even dan…
Welkom terug, heren. Ik had al lang weg zullen zijn.
Ja was even lekker een weekje ontspannen:) maar ik heb hier en daar, tegen beter weten in en een aanstaande torenhoge telefoonrekening, vanaf de camping hier en daar een GVDtje meegepakt:)
[...] nu bijvoorbeeld op God.voor.dommen in een entry over de scheiding kerk-staat en nog één over het neutraliteitsbeginsel (een illusie mijns inziens, maar wel een [...]