Brief aan de Tweede Kamer over de risico’s van buitenlandse financieringen aan moskeeën
Mar 19th, 2009 by Kees
Gister heeft de minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de risico’s van buitenlandse financieringen van en invloeden op in Nederland gevestigde moskeeën. Dit naar aanleiding van een motie van Kamerleden Van Toorenburg en Dijsselbloem.
De minister heeft daarbij ook een wegwijzer voor lokale overheden ontwikkeld die bedoeld is deze te ondersteunen bij het herkennen en voorkomen van façadepolitiek van salafistische moslims. Deze Wegwijzer Façadepolitiek treft u hieronder aan.
Interessant aan de brief is het beginsel van scheiding van kerk en staat waar de minister kort over spreekt. De minister lijkt namelijk een verschil van inzicht te hebben met het Amsterdamse college van B&W over de invulling van het beginsel van scheiding van kerk en staat. Deze laatste heeft haar visie helder verwoord in de notitie Scheiding Kerk en Staat.
Daar waar het college van B&W helder is op het punt van wederzijdse inmenging zet de minister de deur op een kiertje. Zo stelt het college dat er ‘geen institutionele zeggenschap over en weer mag zijn’. Waar het duidelijk zegt dat vanuit de overheid geen inmenging mogelijk is in de samenstelling van bijvoorbeeld een moskeebestuur. De minister echter stelt in haar brief onder de mogelijk te nemen maatregelen dat inmenging ‘niet altijd’ mogelijk is en dat er ‘in beginsel’ geen invloed op een samenstelling uitgeoefend kan worden. Twee heel verschillende interpretaties van één en hetzelfde principe.
Het betekent dat er in de verhouding tussen kerk en staat geen institutionele zeggenschap over en weer mag zijn. De overheid mag de staat volgens eigen inzichten, zonder zeggenschap van de kerken inrichten. De kerken zijn vrij van overheidsinmenging bij de vormgeving van hun kerkelijke organisatie en in de aanstelling van hun functionarissen. – B&W Amsterdam, 2008
Als gevolg van het beginsel van scheiding van kerk en staat in onze democratie is overheidsinmenging in kerkgenootschappen niet altijd mogelijk, noch wenselijk. De overheid kan vanwege dit beginsel, alsmede de vrijheid van godsdienst, in beginsel geen maatregelen nemen ten aanzien van de samenstelling van een moskeebestuur en de financiering van een moskee, ook als deze (gedeeltelijk) vanuit het buitenland plaatsvindt. – minister minbzk G. ter Horst, 2009
Een tweede punt van verschil is de eventuele financiële ondersteuning die door een overheid bij de bouw van een moskee gegeven kan worden. De minster stelt dat door de scheiding van kerk en staat er ‘meestal geen beroep’ op financiële steun mogelijk is. Dit is misleidend. Het is namelijk niet de scheiding van kerk en staat die dit regelt maar het neutraliteitsbeginsel. De aanwezige vorm van dat beginsel (exclusief, inclusief of compenserend) bepaald of er al dan niet steun verleend kan worden.
Het college zegt hier in haar notitie het volgende over:
Om de gelijkheid van alle godsdiensten en levensbeschouwingen daadwerkelijk te garanderen kan de overheid in voorkomende gevallen groepen die achterblijven extra ondersteunen. De overheid zal die extra steun dan wel van geval tot geval moeten beargumenteren, al kan men proberen daar beleid op te voeren: achterstelling of sociale cohesie kunnen dergelijke argumenten zijn. Er zijn in de recente Nederlandse geschiedenis voorbeelden van deze vorm van [compenserende, red.] neutraliteit, zoals de gemeentelijke subsidiëring van een kerkverzamelgebouw in Amsterdam Zuid Oost.
En:
Subsidiëring van (de activiteiten van) moskeekoepels en/of (migranten)kerken zijn een instrument in deze maatschappijvisie [compenserende neutraliteit, red.] om ongelijkheid weg te nemen en iedereen, ongeacht religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond volwaardig deel te laten nemen aan de samenleving; dergelijke subsidiëring kan ten goede komen aan de sociale cohesie binnen de samenleving.
Dit lijkt haaks te staan op de geruststellende woorden van de minister. De gewekte suggestie is dat er geen financiële ondersteuning is vanuit de overheid, echter de gemeente Amsterdam hanteert in praktijk het mechanisme van de lagere canon bij erfpacht. Zo zegt het college dat naast ‘de indirecte tegemoetkoming in de kosten van de Church of Pentecost in Zuid-Oost in 1991 door de erfpachtcanon naar beneden bij te stellen om de vaste lasten van de kerk draaglijk te maken’:
Er zijn in het (recente) verleden nog andere voorbeelden te vinden waarbij de gemeente Amsterdam een lagere canon voor de uitgifte in erfpacht in rekening heeft gebracht bij verschillende religieuze organisaties, zowel kerken, tempels als moskeeën. Het betreft in ieder geval tien gevallen in de periode 1967 – 2007.
Enerzijds is er dus een minister die suggereert dat het wel meevalt met subsidiëringmogelijkheden en anderzijds is er de gemeente Amsterdam die structureel de door haar gekozen geloofsgemeenschappen subsidieert.
Voor een uitleg over het beginsel Scheiding Kerk en Staat en het bijbehorende Neutraliteitsprincipe tref je zie hier en hier eerdere artikelen.
Volgens mij is dat hele gedoe met financiële overheidssteun aan kerkgenootschappen niet te handhaven en is er maar één oplossing: afschaffen voor alle religies.
@2 Het idee dat nou juist leeft is het tegenovergestelde. Die religies die ‘minder’ of ‘in de minderheid’ zijn. Dusdanig financieel helpen dat zij een voet tussen de deur kunnen krijgen. Dat zal dan de deur der redelijkheid moeten zijn denk ik.
Tja… atheisten worden ook een beetje achtergesteld of niet?
Dan wil ik ook geld voor een mooi pandje, om in te praten met mede-(on)gelovigen.
Geen inmenging = geen geld. Simpel.
Maarja… om op te boksen tegen de organisaties die vanuit andere landen worden gefinancieerd is het misschien niet eens zo’n heel vreemd idee. Anders gaan die zwaar de overmacht krijgen.
@3
Dat wisten we natuurlijk allang. Punt van aandacht, of wat ik opvallend vond, is het verschil dat tussen deze twee machten zo duidelijk naar voren komt. Beide zijn PvdA.