95 Antwoorden – Deel II
Oct 29th, 2009 by Erik
Een nieuwe dag, een nieuwe gelegenheid om een aantal stellingen uit het nieuwe creationistische pamflet te lichten. Dus, zonder verdere inleiding op naar stelling 2!
Onderzoek brengt steeds meer onsystematisch verdeelde kenmerken van levende wezens aan het licht, zodat de hypothese van een stamboom van de soorten als weerlegd moet worden beschouwd.
Ik zal eerlijk zijn; ofwel ik snap niets van deze stelling, ofwel ze is simpelweg onjuist. De feiten zijn dat met de ontdekking van DNA en de mogelijkheden deze inzichtelijk te maken er alleen maar meer details van de stamboom van het leven zijn ingevuld. Daarnaast is het duidelijk geworden dat bepaalde evolutionaire mijlpalen meerdere malen onafhankelijk van elkaar bereikt zijn. Bijvoorbeeld de evolutie van het oog dat bij zoogdieren volkomen anders is dan bijvoorbeeld bij weekdieren (waarbij het interessant is om op te merken dat de laatste categorie voorzien is van de meest elegante oplossing, die van de mens is wat dat betreft het resultaat van een ‘tweedehands ontwerper’). Voor zover er echter sprake is van losstaande ‘struiken’ in de stamboom van het leven, kunnen we simpelweg stellen dat we inderdaad nog niet alles weten en dat ook niet zullen claimen. Zo werkt wetenschap. Het claimen van het kennen van de hele waarheid laten we over aan religieuzen.
Stelling 3
Voor de opbouw van niet reduceerbaar complexe systemen, zoals zij in de levende wezens voorkomen, is geen mechanisme bekend.
Een klassieke cirkelredenering. Hier veronderstelt men exact datgene dat men dient te bewijzen. Er is geen enkel bewijs voor het bestaan van ‘niet reduceerbaar complexe systemen’. Sterker nog; voor zover creationisten specifieke claims gedaan hebben op het bestaan hiervan (zoals bij het oog, het bloedstollingssysteem en het bacterieel flagellum) zijn deze ALLEN naar het rijk der fabelen verwezen (voor meer informatie zie bijvoorbeeld de documenten van het zogenaamde Dover Trial). Het antwoord op deze stelling mag dan ook duidelijk zijn: Er bestaan geen bekende voorbeelden van ‘niet reduceerbaar complexe systemen’ en er valt derhalve niets te verklaren en zeker geen mechanismen te beschrijven.
Stelling 4
In ongeveer 19 miljoen wetenschappelijke publicaties werden van 453.732 gedocumenteerde mutaties slechts 186 als voordelig ingedeeld, waarbij bij geen enkele een toename van genetische informatie plaatsvond.
Creationisten en cijfers. Ze vertellen je nooit hoe ze er aan gekomen zijn. Laten we het maar wijten aan het feit dat ze doorgaans lak hebben aan het principe dat hij die eist ook dient te bewijzen. Maar niet getreurd; op de pubmed website kan men naar hartenlust bladeren door ongeveer 3000 artikelen waarin beschreven wordt hoe toename van genetisch materiaal geobserveerd is. Daarnaast kan ik ook hier een enkel voorbeeld aanhalen dat ik eerder heb gelinkt: Het briljante onderzoek van Richard Lenski en zijn E. coli bacteriën. De conclusie? Ofwel deze stelling is een leugen, of men heeft weer eens geen onderzoek gedaan.
Stelling 5 (we gaan als een speer zo!)
De bekende evolutiemechanismen mutatie, selectie, genoverdracht, combinatie van gensegmenten, genduplicatie en andere factoren zijn niet toereikend om nieuwe bouwplannen en functies te verklaren.
Feitelijk een herhaling van Stelling 4. Complete nonsense. Apekool. Quatsch.
Stelling 6
De werkverdeling en wederzijdse afhankelijkheid van vele planten- en diersoorten in een ecosysteem (biodiversiteit) weerspreekt de voorstelling van een stapsgewijs ontstaan.
Ook hier is op verborgen wijze sprake van een argument dat draait om het veronderstelde bestaan van ‘niet reduceerbare complexiteit’. In dit geval echter is het toegepast op de relatie van verschillende soorten onderling en niet, zoals eerder in stelling 3, op een specifiek onderdeel of orgaan in een organisme. Als wij deze stelling onderzoeken, zouden wij haar kunnen lezen als: “Het feit dat bijvoorbeeld bepaalde bloemen volkomen afhankelijk zijn van bijen voor hun voortplanting geeft aan dat ze beiden tegelijkertijd ontstaan moeten zijn, want de bloem zou niet kunnen overleven zonder de bij en de bij niet zonder de nectar van de bloem. Zodra er iets verandert aan deze relatie of één van beiden wegvalt, sterven beide soorten uit. Het is daarom onmogelijk dat ze los van elkaar ontstaan zijn en stapsgewijs een afhankelijkheid ontwikkeld hebben.”
Maar natuurlijk is dit allereerst een non-sequitur. Het feit dat bloemen NU niet zonder bijen kunnen, zegt niets over hun verre voorouders die dat wel konden (er bestaat namelijk ook nog zoiets als bestuiving. Een methode die nog steeds zeer succesvol blijkt in het plantenrijk) en hetzelfde geldt voor de voorouders van de bij.
De crux zit hem ook hier weer in het concept dat evolutie een zeer geleidelijk proces is dat niet doelbewust is. Het is in zijn geheel namelijk niet moeilijk om voor te stellen dat de relatie tussen bijen en bepaalde bloemen stapsgewijs ontstaan is! Het kan begonnen zijn met de voorouder van de bij die zich ging voeden met de nectar en zo direct ongewild diende als verspreider van het stuifmeel van de bloem. Daarnaast hoeven we alleen maar te beseffen hoe energieverspillend het mechanisme van het maken van stuifmeel is voor een bloem teneinde deze te laten verspreiden door de wind. Slechts enkele stuifmeelkorrels zouden het geluk hebben te landen op een soortgenoot en deze methode zou derhalve bijzonder inefficiënt zijn, maar boven alles zouden de bloemen die in staat zouden zijn om gerichter hun stuifmeel af te leveren vele malen succesvoller zijn als hun omgeving dit toe zou laten.
Als we vervolgens rekening houden met het feit dat de bloemen die meer nectar zouden aanbieden succesvoller zouden zijn in het verspreiden van hun stuifmeel op hun soortgenoten omdat ze vaker aangedaan zouden worden, dan is het fenomeen van de symbiose tussen bijen en bloemen verklaard op een wijze die volstrekt overeenkomstig de Evolutietheorie is en die verklaart waarom insecten zelfs een specialisatie zouden ondergaan met betrekking tot de soorten die zij aandoen om hen van voedsel te voorzien.
Ook hier faalt daarom het gegeven van ‘niet reduceerbare complexiteit’ in zijn geheel, maar belangrijker nog; men heeft het niet aangetoond. Men heeft het louter geïnsinueerd op basis van foutief redeneren en een compleet gebrek aan inzicht in de Evolutietheorie en haar mechanismen. Een aardige wedervraag zou daarom zijn een creationistische verklaring te geven voor de aanwezigheid van mitochondriën in eukaryote cellen. Zoals u weet hebben mitochondriën hun eigen DNA. Vreemd ontwerp of co-evolutie? U mag het zeggen.
Stelling 7
Symbiose en slaafs gedrag van verschillende planten en dieren kunnen middels de bekende mechanismen van evolutie niet verklaard worden.
En zie; weer een herhaling van de voorgaande stelling (zo schieten we tenminste op!). Zie stelling 6 voor een uitleg.
Stelling 8
Meer dan 3.000 kunstmatige mutaties bij de vruchtvlieg Drosophila melanogaster sinds 1908 hebben geen nieuwe, voordelige bouwplannen tot stand gebracht; de vruchtvlieg bleef altijd een vruchtvlieg.
Inmiddels zien we in één oogopslag hoeveel er mis is met deze stelling. Ten eerste gebruikt de schrijver ook hier weer een definitie van de soort ‘fruitvlieg’ die hij niet nader definieert. Wat is voor hem een nieuwe soort? Naar goed gebruik zwijgt hij daarover teneinde alle voorbeelden van evolutie bij fruitvliegen te kunnen afdoen als ‘micro-evolutie’. Er wordt hier derhalve een uitdaging neergelegd aan welke nooit voldaan kan worden.
Dat maakt (ten tweede) de claim ‘eens een vruchtvlieg altijd een vruchtvlieg’ niet alleen een bijzonder slechte vertaling (FRUITvlieg), maar ook nog eens een lege huls.
Ten derde is het evident dat de simpele ziel (want die conclusie durf ik inmiddels wel te trekken) geen flauw benul heeft van de enorme hoeveelheden tijd die er nodig zijn om op natuurlijke wijze tot een organisme ‘te komen’ waarvan wij op het oog zouden zeggen dat het ‘een nieuwe soort’ betreft. De snelst evoluerende wezentjes lijken (voor zover bekend) cichliden te zijn en deze hebben al op zijn minst een jaar of 10.000 nodig om enige voortgang te boeken. Zou er dan werkelijk een nieuwe soort ‘vruchtvlieg’ kunnen ontstaan in 101 jaar?
Ehm, ja. Wel als je evolutie stimuleert in een laboratorium, want dat is namelijk exact wat twee lieden met lange namen (Theodosius Dobzhansky en Olga Pavlovsky) hebben gedaan in 1971. Maar gezien de opzettelijke afwezigheid van enige definitie aangaande het gebruik van het woord ‘soort’, zal het antwoord op dit onderzoek ongetwijfeld zijn: “Het ziet er nog steeds uit als een vruchtvlieg!”. Zonder melding te maken van het feit dat de mannelijk nakomelingen van een kruising tussen de nieuwe ‘vruchtvlieg’ en de ‘originele vruchtvlieg’ zonder uitzondering steriel zijn. Muildieren zijn volgens deze creationist dan ook vast ‘gewoon paarden’, nietwaar?
Stelling 9
In toenemende mate blijkt, dat grote delen van het zogenaamde Junk-DNA, die men tot voor kort als “evolutionair afval” omschreef, wel degelijk bepaalde functies vervullen.
Eindelijk een correct feit. Wat dit precies afdoet aan evolutie is mij geheel onduidelijk, behalve dat men waarschijnlijk probeert te beargumenteren dat een intelligente schepper nooit junk-DNA zou creëren en dat deze ontdekking dus aangeeft dat de schepper zo dom nog niet was. Ik zou junk-DNA nooit als argument daarvoor gebruiken. Liever verwijs ik naar het ontwerp van het menselijk oog om de onnozelheid van de schepper aan te tonen.
Stelling 10
Nieuwe onderzoeken maken aannemelijk, dat zogenaamde pseudogenen, die lange tijd als functieloos beschouwd werden, wel bepaalde functies hebben.
En ook hier probeert men de intelligente schepper te wreken. Een oefening die ik aan mij voorbij laat gaan vanwege eerder aangegeven voorliefde voor het ontwerpfiasco waarmee men mijn woorden tot zich neemt.
Tot zover. Morgen verder met stelling 11, waarin wij ons moeten verdiepen in het fenomeen ‘Homeotische genen’. Nog nooit van gehoord, maar dat gaat dus veranderen!
Creationisten gebruiken moeilijke woorden en zinsconstructies en fingeren daarmee een bepaalde intelligentie/autoriteit. Uiteindelijk zeggen deze creationisten op Urk dat zij geloven in god omdat zij een leven na de dood wensen en niet wensen af te stammen van mensapen. Zij hebben in Rondom 10 al erkend dat wanneer Genesis onwaar is dat álle overige verhalen uit de ‘heilige boeken’ ook onwaar zijn. Het geloofssysteem zou dan als een kaartenhuis in elkaar donderen.
Weldenkende mensen die alle stellingen, inclusief verwijzing naar wetenschappelijke bronnen, goed gemotiveerd kunnen ontkrachten behoren NIET tot de doelgroep van deze moderne missionarissen.
Er zijn voldoende mensen die niet begrijpen wat de volgende woorden betekenen: macro-evolutie, hypothese, niet reduceerbaar complexe systemen, genetische informatie, genoverdracht, gensegmenten, genduplicatie, biodiversiteit, Symbiose, vruchtvlieg Drosophila melanogaster, Junk-DNA, pseudogenen, homeotische genen, Rudimentaire organen (halfklare of functieloze), biogenetisch principe, micro-evolutie, DDT-resistente, genoom, cambrische explosie, bioturbatie en humusvorming, Polystrate fossielen, microben, granietdiapieren, “Vivum ex vivo”, aminozuurketens, stasis, Accelerator Mass Spectrometer (AMS), zirkonen, radiometrie, uranium- en poloniumstralingspatronen, systematische verschil in metalliciteit, kosmische microgolven-achtergrondstraling, evolutionaire psychologie,
Ik noem alle niet-alledaagse woorden zodat mensen die op deze woorden googlen deze website vinden en hopelijk tot het inzicht komen dat alle stellingen op z’n minst dubieus, onwaar en onwetenschappelijk zijn.
Op Universiteiten wordt niet de stellingname van creationisten ontkracht, het culturele fenomeen van het creationisme wordt besproken.
“Liever verwijs ik naar het ontwerp van het menselijk oog om de onnozelheid van de schepper aan te tonen.”
Of dat onze ruggengraat beter geschikt is om op 4 poten te lopen… etc, etc, etc.
Deze stellingen zijn verbazingwekkend slecht onderbouwd, btw.
“Onderzoek brengt steeds meer onsystematisch verdeelde kenmerken van levende wezens aan het licht, zodat de hypothese van een stamboom van de soorten als weerlegd moet worden beschouwd.”
Ik als bioloog denk dat hiermee bedoeld wordt dat de vroege stamboom geen stamboom was, maar een zooitje. Denk maar aan al die eencelligen in de oersoep – ze hadden geen seks, maar kopieerden en plakten naar hartelust elkaars DNA. Totale chaos, en nauwelijks systematisch (hoewel natuurlijke selectie hier een rol moet hebben gespeeld, tot uit die chaos het sexvoordeel opdook).
@3 LiMbO83
http://en.wikipedia.org/wiki/Horizontal_gene_transfer