95 Antwoorden – Deel V
Nov 4th, 2009 by Erik
Stelling 21
Omdat door de natuurlijke erosie de continenten na 10 miljoen jaar tot op zeeniveau zouden zijn afgesleten, zouden zich op het vasteland geen steenlagen meer kunnen bevinden, die fossielen bevatten.
Ik moest deze stelling een aantal keer lezen voor de betekenis mij duidelijk werd: We hebben serieus niet alleen te maken met creationisten, maar jonge aarde creationisten! Omdat, zo stelt men, er fossielen gevonden worden, kan het niet zo zijn dat de aarde heel erg oud is. Vanwege voortdurende erosie zouden de lagen waarin de fossielen vandaag de dag gevonden worden namelijk niet meer bestaan omdat zij reeds lang geleden de zee in gespoeld zouden zijn.
Waar te beginnen? Ten eerste is het opmerkelijk dat men niet beseft dat men met deze stelling een vorm van evolutie voorstelt die vele malen sneller zou verlopen dan hetgeen de evolutietheorie voor mogelijk houdt. Immers; als er geen miljoenen jaren ter beschikking zouden staan aan de evolutie der soorten, dan zou al deze flora en fauna in enkele duizenden of tienduizenden jaren ontstaan moeten zijn. Wat men namelijk vergeet is dat er nog steeds het bewijs is, niet alleen in het fossielenbestand maar ook in andere wetenschappelijke vakgebieden, van evolutie! Een opmerkelijk schot in de voet. Van zeer korte afstand, zullen we maar zeggen.
Ten tweede is het opmerkelijk te noemen dat men in stelling 1 nog repte van het feit dat evolutie onbewezen was omdat er nooit het ontstaan van nieuwe organen was waargenomen. Met andere woorden: Wat niet empirisch bewezen is, is onbewezen. Een creationistisch paradepaardje dat vaak haar weg vindt in het argument: “We waren er niet bij, dus we kunnen het niet weten”. Het evolutionaire antwoord is dat dat ook volstrekt niet nodig is, omdat er genoeg andere methoden zijn om feiten te achterhalen. En waar dit antwoord niet voldoet volgens de creationisten als het gaat om het aantonen van de waarheid van evolutie, is het plotseling geen enkel probleem om op basis van niet gegeven berekeningen te stellen dat er zoveel erosie heeft plaatsgevonden dat er geen fossielen meer te vinden zouden moeten zijn op land. Alsof dit plotseling wel waargenomen is! Deze tegenspraak zullen we later ongetwijfeld nogmaals tegenkomen wanneer we de standaard creationistische argumenten tegen radioactieve dateringsmethoden zullen behandelen.
Ten derde: Natuurlijk is dit argument volstrekte nonsense. In de eerste plaats vindt erosie niet overal even snel plaats, zijn er enorme opstapelingen van geologisch interessant materiaal (die wij ook wel bergen noemen) en ‘last but not least’ is het volstrekt onmogelijk om de snelheid van erosie in het verre verleden te kennen en daar uitspraken te doen op wereldwijde schaal. Eén ding staat echter als een polystrate paal boven water: Onze dateringsmethoden wijzen allemaal in dezelfde richting en derhalve is het buiten kijf dat de aarde rond de 4,6 miljard jaar oud is (Temeer andere vakgebieden deze conclusie ondersteunen).
Stelling 22
De grootte van verschillende rivierdelta’s toont aan, dat de rivieren hoogstens sinds enige duizenden jaren in de zee stromen, hetgeen een naar men zegt sinds miljarden jaren durend proces volstrekt weerspreekt.
Eigenlijk is dit een herhaling van stelling 21, waar ik nog aan toe zou willen voegen dat alle voorbeelden op de detail pagina weersproken worden door bevindingen die hun basis vinden in feitelijk wetenschappelijk onderzoek. Zo is de Amazone bijvoorbeeld om en nabij de 11 miljoen jaar oud en kreeg zij ongeveer 2,4 miljoen jaar geleden haar huidige vorm.
Stelling 23
Bij de uitbarsting van de vulkaan Mount St. Helens in het jaar 1980 zijn geologische formaties ontstaan, die in hoge mate overeenstemmen met diegenen, die in een naar men zegt vele miljoenen jaren durend proces zouden zijn ontstaan.
Met inachtneming van één klein verschilletje; ze zijn niet in miljoenen jaren ontstaan, maar in enkele maanden. Het feit dat er gelijkende structuren ontstaan in een fractie van de tijd, toont niet aan dat alle andere informatie en onderliggende bewijzen van formaties die daadwerkelijk vele malen ouder zijn overboord gegooid dienen te worden. Daarnaast; wat betekent ‘in hoge mate overeenstemmen’? Is dit weer het gebruikelijke argument van creationisten dat we al eerder tegenkwamen wanneer men sprak over soorten? “Het ziet er zo uit, dus het is hetzelfde”?
Daarnaast introduceert men ook hier weer een geweldig probleem. De feiten zijn dat in alle aardlagen die miljoenen jaren oud zijn, per laag unieke fossielen gevonden worden. Dat kan ook niet anders; evolutie vertelt je exact waarom dit het geval is. Deze unieke fossielen behoren toe aan uitgestorven soorten en komen derhalve niet meer voor in jongere aardlagen (Een mogelijkheid tot absolute weerlegging van de Evolutietheorie dient zich aan…) maar ook niet in oudere aardlagen. Als deze lagen zich, zoals de creationisten hier betogen, in enkele maanden zouden kunnen vormen, hoe verklaart men dan het fenomeen dat er in alle fossiele vondsten sprake is van unieke fossielen per laag? Zouden deze soorten dan niet in verschillende lagen fossiliseren, door elkaar gegooid vanwege het geweld waarmee ze in korte tijd ontstaan? Hoe kan het dat fossielen van uitgestorven diersoorten zich altijd en zonder uitzondering bevinden in eenzelfde aardlaag, maar nooit in jongere aardlagen? God moet wel bijzonder opgeruimd van aard zijn.
Stelling 24
De eigenschappen van de sedimentlagen, die zichtbaar en voor onderzoek toegankelijk zijn, getuigen van korte en intensieve afzettingsprocessen.
Een herhaling van stelling 23.
Stelling 25
De laaggrenzen van geologische formaties vertonen in de regel geen of slechts in geringe mate oppervlakte-erosie, bioturbatie en humusvorming, hetgeen een hoge ouderdom van de lagen weerspreekt.
Wederom een gedeeltelijke herhaling van stelling 23. Alles is er op toegespitst om te beredeneren dat aardlagen kunnen ontstaan in enkele jaren of zelfs maanden, in plaats van de gedateerde leeftijden van tienduizenden en zelfs miljoenen jaren. Wat men vergeet is dat er niet alleen sprake is van feitelijke datering (daarover later meer), maar dat er een klein onbesproken probleem is met betrekking tot de distributie van soorten fossielen in die aardlagen. Een onderwerp dat men heel handig vermijdt te behandelen.
Stelling 26
Polystrate fossielen, dus boomstammen en fossiele dieren, die zich over meerdere geologische lagen uitstrekken, weerspreken een langzaam ontstaan van deze lagen.
Tenzij het in het voordeel gebruikt kan worden, natuurlijk! Want dan is het van het grootste belang om de lezer er op te wijzen dat er fossielen bestaan die zich ogenschijnlijk niet houden aan die waargenomen ordening! Laat dit punt goed op u inwerken: Men rept niet over de gestructureerde ordening van fossielen die men met het model van de jonge aarde dient te verklaren (!), maar louter over hetgeen ogenschijnlijk de eerder besproken gestructureerde ordening tegenspreekt. Met andere woorden: Waar ogenschijnlijk 99% van de fossielen een verdeling volgt die volstrekt past binnen de Evolutietheorie en zelfs als methode tot het falsifiëren ervan aangemerkt mag worden, kiest men ervoor om louter in te gaan op die 1% waarvan men meent dat men er een goed argument in kan vinden. En dan nog niet eens om de eigen theorie te bekrachtigen, maar om de Evolutietheorie te ontkrachten.
Nu zet ik u natuurlijk een beetje op het verkeerde been, want deze 1% is geenszins een ontkrachting van de Evolutietheorie. Ook hier is men namelijk niet te beroerd om een stroman op te werpen. Geologen hebben geen enkel probleem met polystrate fossielen. Sterker nog; Er zijn genoeg voorbeelden bekend van polystrate bossen. Wat is er immers mis met een snelle afzetting van sedimenten waardoor een boomstam in rechte positie gefossiliseerd wordt?
Stelling 27
Het bestaan van zogenaamde levende fossielen doet gerechtvaardigde twijfel over de gangbare interpretatie van het fossielenverslag rijzen.
Als je een creationist bent die niet snapt wat evolutie precies betekent wel ja. Als je echter begrijpt dat het nageslacht van een organisme louter onder selectiedruk zal evolueren, dan begrijp je ook dat als de selectiedruk laag, of zelfs afwezig is, er dus geen of zeer weinig evolutie zal plaatsvinden. Meer valt daar eigenlijk niet over te zeggen.
Stelling 28
Vondsten van menselijke gebruiksvoorwerpen in de aardlagen, die ouder zijn dan 2 miljoen jaar, doen vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de conventionele tijdtafels.
Alle voorbeelden die men noemt zijn afkomstig uit het boek “The Hidden History of the Human Race”. Om u een impressie te geven van de agenda van de schrijvers en van deze creationisten die ook hier weer bijzonder selectief te werk gaan bij het zoeken naar ondersteunende citaten: Op pagina 115-116 is een beschrijving te vinden van een gedeelte van een schoenzool die men in een formatie vond die meer dan 200 miljoen jaar oud was. Hier vindt u de enige afbeelding (tweede plaatje van onderen). Op pagina 262 bespreekt men de voetstap van Laetoli die ongeveer vier miljoen jaar oud moet zijn. De schrijvers van het boek stellen onomwonden dat wetenschappers stellen dat er “onmiskenbare en zeer grote overeenkomsten zijn met de anatomie van de voet van de moderne mens”.
Ik denk niet dat je een groot wetenschapper hoeft te zijn om door deze argumentaties heen te prikken. Al was het maar omdat de schrijvers geen moment uitleggen waarom de voetganger van Laetoli geen schoenen aanhad die, volgens hun eigen claims, toch op zijn minst bijna 200 miljoen jaar eerder al uitgevonden waren.
Stelling 29
De levensvatbare microben, die men vaak in oude zout- en steenkoollagen vindt, kunnen onmogelijk tot 500 miljoen jaar oud zijn.
In de detail pagina voor deze stelling vindt men een verwijzing naar hetgeen waar men klaarblijkelijk op doelt wanneer men het heeft over de 500 miljoen jaar oude microbe. Een klein foutje is echter wel dat het onderzoek waarnaar men verwijst niet rept over 500 miljoen jaar, maar 250 miljoen jaar. Dit is ook te zien op de detail pagina zelf, dus ook hier zullen onze creationisten waarschijnlijk niet gelezen, maar louter vertaald hebben.
Het tweede probleem met deze stelling is echter wel wat ernstiger van aard. Men stelt namelijk dat er sprake zou zijn van “levensvatbare microben” als waren wetenschappers bezig evolutie te bewijzen door gebruik te maken van Frankensteiniaanse methoden. Niets van dit alles is natuurlijk waar. En dan bedoel ik ook niets. Evolutie staat of valt niet met de aanwezigheid van sporen genetisch materiaal in oude gefossiliseerde resten, maar belangrijker nog: Er is absoluut geen sprake van het tot leven wekken van welke oude microbe dan ook! Het onderzoek waar men naar verwijst, spreekt over het sequensen van de genetische code van de oeroude microbe. En wat is daar exact het probleem van, behalve dat men ook hier weer niet snapt waarvan men spreekt?
Stelling 30
Nieuwe inzichten omtrent micro-evolutionaire soortenvorming (ondersoorten vorming) tonen, dat de soortenrijkdom van de fossiele zeedieren in het Nusplinger platenkalk in enkele tientallen jaren kon ontstaan.
Laten we vandaag beëindigen met een vrolijke noot. Voor het geval u nog niet in lachen bent uitgebarsten, zou ik u willen vragen bovenstaande stelling nog eens rustig door te lezen. Heeft u hem? Evolutie heeft niet plaatsgevonden, zo is de kern-aanname van deze 95 Stellingen, tenzij ik me al 29 stellingen vreselijk aan het vergissen ben.
Wat is dan een beter argument tegen de Evolutietheorie dan te stellen dat evolutie (en dan ook nog de soortenrijkdom en dus het ontstaan van soorten) wel degelijk heeft plaatsgevonden, en nog veel sneller dan die vermaledijde evolutionisten beweren ook? Hulp komt soms uit onverwachte hoek, zullen we maar zeggen.
De werkelijkheid is natuurlijk dat men zo gefocust is op het weerleggen van het feit dat de aarde zo enorm oud is, dat men vergeten is dat men ondertussen natuurlijk ook nog evolutie moet blijven ontkennen. Mijn voorlopige conclusie is dat het brein van een creationist niet bijzonder geselecteerd is voor het onderhouden van verschillende denkwijzen tegelijkertijd. Ik zal nadenken over een empirisch experiment waarmee ik mijn hypothese wellicht tot theorie kan verheffen.