95 Antwoorden – Deel VI
Nov 5th, 2009 by Erik
Stelling 31
Nieuwe waarnemingen en berekeningen maken aannemelijk, dat de bekende granietdiapieren tot wel 100.000 maal snellen zijn ontstaan, dan tot nu toe werd aangenomen.
Meer van hetzelfde. Er zijn ook voorbeelden van stalactieten die zich hebben gevormd gedurende tientallen of honderden jaren. In al die gevallen is de snelheid waarmee deze vorming plaatsvond te herleiden naar de chemische samenstelling. Met andere woorden; de opmaak van het materiaal en de omstandigheden zijn van enorme invloed op de vormingssnelheid. Dit laat echter onverlet dat er wel degelijk radiometrische bewijzen overeind blijven die de enorme leeftijden rechtvaardigen.
Een ander foutje van logische aard moet ons echter ook hier opvallen: Deze stelling veronderstelt dat productie en stolling van vulkanisch materiaal in het verre verleden gelijk was aan wat men stelt waargenomen te hebben. Een claim die bewijs nodig heeft, dunkt mij.
Daarnaast vraag ik me af of deze ‘nieuwe’ vindingen ook meegenomen zijn in de berekening waarmee men stelde dat als de aarde echt zo oud is als de wetenschap beweert, zij tot op zeeniveau geërodeerd zou moeten zijn.
Stelling 32
“Vivum ex vivo” (Leven komt uitsluitend van leven) – deze door Louis Pasteur geformuleerde uitspraak is tot op heden niet weerlegd.
Helemaal juist! Een primeur, zou je bijna zeggen. Ware het niet dat het ontstaan van het leven helemaal niets te maken heeft met evolutie. Evolutie vindt plaats als er leven is, omdat evolutie alleen plaats kan vinden als er sprake van overerving van eigenschappen is (en derhalve op zijn minst voortplanting). Dit argument kan dus niet als ontkrachting van evolutie gelden, ondanks dat de achterliggende vraag natuurlijk een interessante blijft: Hoe is leven ontstaan? Wat van belang is, is dat men beseft dat ieder mens die ooit geleefd heeft en nu nog leeft het antwoord op deze vraag schuldig moet blijven, dus ook onze creationisten. Het is derhalve geen weerlegging van welke wetenschap dan ook, maar simpelweg een vraag die onderzoek nodig heeft teneinde haar te beantwoorden. Te stellen dat omdat we het niet weten er een schepper gepostuleerd dient te worden is niet alleen bijzonder onnozel en onzinnig, het is ook nog eens een drogredenering.
Stelling 33
Honderden zogenoemde Miller-experimenten (oersoep simulaties) konden het toevallig ontstaan van leven nog verklaren nog bewijzen.
Zie 32. Dat de toedracht rond het ontstaan van het leven onbekend is, is het inschoppen van een open deur.
Stelling 34
Laboratoriumexperimenten tonen, dat een toevallig ontstaan van DNA onder oersoepomstandigheden en zonder de hulp van een matrix (zoals een levende cel die biedt) niet mogelijk is.
Ontstellend. Waar ik al 33 stellingen lang argumenten lees die wetenschappelijke bevindingen naar de prullenmand verwijzen, wordt nu de wetenschap als betrouwbare methode gepresenteerd om aan te tonen dat DNA niet zomaar bij toeval ontstaan kan zijn. De hypocrisie van de schrijvers kan toch niet duidelijker geïllustreerd worden.
Daarnaast is hier ook nog eens sprake van een aantal drogredenen. Geen enkele bioloog beweert dat DNA toevallig ontstaan moet zijn, laat staan dat er bij het eerste leven sprake zou moeten zijn van DNA zoals wij dat vandaag de dag kennen! Naast deze stromannen loert ook overduidelijk de tegenspraak met stelling 33. Waarom zou er plots een ‘matrix’ nodig zijn, terwijl daar in ‘oersoep simulaties’ geen rekening mee gehouden is?
Stelling 35
Aangezien zich in een denkbeeldige oersoep met zekerheid ook water bevonden heeft, is het onmogelijk, dat zich daarin lange aminozuurketens of zelfs complete eiwitten (proteïnen) zouden hebben kunnen vormen.
Onjuist. Het experiment van Schlesinger en Miller uit 1983 toont aan dat dit wel mogelijk is.
Stelling 36
Omdat voor de bouw van een levende cel uitsluitend linksdraaiende aminozuren geschikt zijn, is een toevallig ontstaan van cellen ondenkbaar.
Ha, dat schiet op. Ook deze claim is onjuist. Zie Talkorigins voor meer informatie over onderzoeken die exact het tegengestelde bewijzen. Daarnaast gaat men ook hier uit van de huidige bouw van de cel, terwijl dat juist een claim zou zijn die men eerst dient te bewijzen.
Stelling 37
Er is geen mechanisme bekend, waarmee de correcte opvouwing van proteïnen mogelijk is.
Onjuiste stelling. Er zijn voorbeelden bekend die meer dan 400 miljoen jaar oud zijn.
Stelling 38
Een toevallig ontstaan van de juiste adressering van proteïnen in de cel is niet voor te stellen.
Tsja. Wat moet je met zo’n stelling behalve het overduidelijke duidelijk te maken: Omdat jij je het niet kunt voorstellen, betekent dat niet dat het niet zo is. Een schoolboek voorbeeld van een drogreden ad ignorantiam.
Stelling 39
Het mechanisme, dat de productie van proteïnen start en stopt, moet bij elke cel vanaf het begin foutloos zijn.
Ook hier gaat men abusievelijk uit van het feit dat DNA in één keer ontstaan moet zijn in het eerste leven. Dit is natuurlijk wederom een claim die bewijs vereist. Bewijs dat niet gegeven wordt en niet gegeven kan worden omdat er geen informatie bekend is van de samenstelling van het eerste leven. In de echte wetenschap gaat men er overigens van uit dat in het eerste leven DNA niet de drager was van het erfelijk materiaal, maar (een variant van) RNA of een nog eenvoudiger voorloper als PNA. Daarbij zijn geen proteïnen nodig.
Stelling 40
Controle mechanismen in de cel werken elke soort overschrijdende ontwikkeling tegen, want het leven is fundamenteel op het behoud van de bestaande proteïnen (stasis) ingericht.
Het begint er op te lijken dat men omstreeks stelling 35 begonnen is de boel een beetje af te raffelen. Wat valt er anders te denken van de uitleg bij deze stelling dat:
Deze mechanismen [zouden] elke macro-evolutionaire ontwikkeling tegenwerken, omdat zij proteïnen, die het organisme een voordeel zouden kunnen geven, elimineren, indien zij niet in het bestaande ontwerp passen.
Ik heb maar één opmerking hierover. Als dit waar zou zijn, zou de eerder toegegeven micro-evolutie (waarbij volgens de creationisten de soortgrens niet overschreden wordt) ook niet plaatshebben. Je kunt niet beargumenteren dat micro-evolutie wel kan, maar macro-evolutie niet zonder het mechanisme bloot te leggen volgens welke de soortgrens behouden blijft. Er zijn namelijk geen markeerpunten in een DNA waaraan soort-DNA herkent kan worden als ‘spul waar je niet aan moet zitten of dat onmiddellijk gecorrigeerd moet worden’.
Niet alleen spreekt men zichzelf weer eens direct tegen, maar ook hier vergeet men de stelling te onderbouwen met bewijs.
Het leukste van deze stelling is eigenlijk dat het een scheppende god onmogelijk maakt, mocht het waar zijn.
Volgens de biologie zijn er zeven kenmerken die leven beschrijven en om als leven aangemerkt te worden moet aan de meeste, zo niet aan alle van die kenmerken voldaan worden.
http://en.wikipedia.org/wiki/Life#Biology
Aangezien god hier niet aan voldoet kan god dus niet als leven worden aangemerkt en is dus een overtreding van de stelling “Vivum ex Vivo”.