95 Antwoorden – Deel VII
Nov 15th, 2009 by Erik
Nee, ik heb het niet opgegeven. Ik moest alleen even wat zin verzamelen om de 95 stellingen verder puntsgewijs af te werken. Het is namelijk niet alleen geestdodend om de meest onzinnige stellingen serieus te behandelen, het is ook nog eens dodelijk vervelend. Maar, met nieuwe moed gaan we verder.
stelling 41
Aangezien de resultaten van verschillende radiometrische meetmethoden bij hetzelfde gesteente systematisch aanzienlijk verschillen, moet bij de meetmethoden en/of hun waardebepaling een systematische fout aanwezig zijn
Nee, nee, neen en nog eens nee. Er bestaan verschillende methoden om (bijvoorbeeld) gesteente te dateren. Al deze methoden zijn gebaseerd op eigenschappen van het gesteente en dan voornamelijk op basis van de elementen die zich in het gesteente bevinden. Omdat niet alle gesteenten bepaalde elementen bevatten (omdat hun vorming en locatie hierbij van belang is), is niet iedere dateringsmethode geschikt voor het dateren van alle soorten gesteenten. Kalium-Argon datering zal men voornamelijk gebruiken voor het dateren van stollingsgesteenten en Uranium-thorium datering voornamelijk voor het dateren van koralen en kalksteen.
De overgrote meerderheid van dateringen middels verschillende methoden stemmen binnen een acceptabele foutmarge volstrekt overeen. De claim dat dit niet het geval is, is niets anders dan een onwaarheid.
Stelling 42
Metingen met een moderne Accelerator Mass Spectrometer (AMS) aan koolstofhoudende materialen zoals grafiet, marmer, antraciet en diamanten tonen een ouderdom van minder dan 90.000 jaar, desondanks wordt hen een vele miljoenen jaren hoge ouderdom toegeschreven.
Zoals gewoonlijk moeten we beginnen met het rechtzetten van een aantal zaken. Men heeft het hier namelijk over C-14-datering. Dat dit met een AMS plaatsvindt is voor het punt irrelevant. Waar het om gaat is dat C-14 datering alleen gebruikt kan worden voor organisch materiaal. De reden hiervoor is besloten in het feit dat C-14 opgenomen wordt door levende wezens en pas bij het stoppen van die opname (de dood) begint te ‘verdwijnen’. De ratio waarmee C-14 uit organisch materiaal ‘verdwijnt’ is beschreven door de halfwaardetijd van C-14. Deze is 5736 jaar. Dat wil zeggen dat na 5736 er nog de helft van de originele hoeveelheid C-14 over is. De andere helft is niet ‘verdwenen’, maar vervallen tot N-14. Na 57.360 jaar is er minder dan 99.9% C-14 over.
Deze methode is dus niet geschikt voor organische materialen die ouder zijn dan 57.360 jaar en dus niet 90.000 jaar! Daarnaast, verbeter me als ik het fout heb, is diamant, marmer, antraciet en grafiet geen organisme! Marmer zou je hooguit nog kunnen omschrijven als fossielen bevattend, maar ook in fossielen is er geen sprake van organisch materiaal.
Samenvattend: Als je de verkeerde methode gebruikt voor de verkeerde objecten, dan werkt het dateren volgens de radioactieve methode niet meer. Dat is niet de schuld van de methode, maar de schuld van degene die het gebruikt. In dit geval de creationisten.
Stelling 43
In gesteentelagen, die naar men zegt miljarden jaren oud zijn, kan men zirkonen vinden, die op basis van hun heliumgehalte waarschijnlijk slechts 4.000 tot 8.000 jaren oud zijn.
Zoals in de uitleg bij deze stelling al duidelijk gemaakt wordt, is er sprake van slechts één beschikbaar monster. Het is onverstandig om conclusies te trekken aan de hand van dergelijke zeer beperkte data, temeer alle andere dateringen die eerder besproken zijn wel degelijk bevestigen dat er sprake is van miljarden jaren, in plaats van minder dan 10.000, waar deze creationisten op af proberen te sturen. Met andere woorden: Zelfs al zou dit beeld overal zo zijn, dan nog spreken we hier van een uitzondering te midden van bergen dateringen die wel een bijzonder oude aarde aantonen.
Inhoudelijk zijn er veel opmerkingen te doen waarvan deze mijns inziens het meeste hout snijdt. De snelheid van het weglekken van helium is onderhavig aan vele verschillende omstandigheden, waarvan niet in de laatste plaats temperaturen en druk. Aangezien beiden over lange perioden onherleidbaar zijn is de hoeveelheid aanwezige helium in zirkonen een zeer onbetrouwbare manier om gesteenten te dateren. Maar waarom zou je ook helium gebruiken als je radioactief verval hebt?
Stelling 33
Naast uranium-238 vervallen 52 andere elementen met een halfwaardetijd van enige microseconden tot enige duizenden jaren eveneens tot lood-206, waarmee in de berekeningen van de conventionele radiometrie geen rekening wordt gehouden.
Ik moest deze stelling even heel vaak heel goed lezen voor ik hem nog steeds niet begreep. Het punt dat men lijkt te maken is dat alle dateringsmethoden die gebaseerd zijn op radioactief verval gebruik maken van het meten van de reststoffen (hetgeen dat overblijft na verval van het radioactieve element). En aangezien, zo stelt men, er veel meer radioactieve elementen zijn die uiteindelijk tot lood-206 vervallen en men niet de reststof van het ene proces van het andere kan scheiden, is het onmogelijk om uitspraken te doen over de uiteindelijke leeftijd. Dit voorbeeld maakt gebruik van uranium-238, maar men meent dat dit voor alle reststoffen geldt.
Het kernpunt dat men derhalve lijkt te maken is dat er geen uitspraken gedaan kan worden over het nulpunt van een reststof van radioactief verval. Nu wil en kan ik niet alle voorbeelden weerleggen (daar is google voor), maar een eenvoudige weerlegging blijkt al uit het feit dat bijvoorbeeld de C-14 methode niet de reststoffen meet, maar de nog aanwezige hoeveelheid C-14! Daarnaast is het relatief eenvoudig om deze methode te kalibreren door bijvoorbeeld jaarringen te tellen op een boomstam.
Eenzelfde weerlegging kan men formuleren met betrekking tot de Kalium-Argon methode. Argon is een edelgas. Edelgassen zijn inert, wat zoveel wil zeggen als dat ze niet makkelijk een verbinding aangaan met andere stoffen. Wanneer men derhalve argon meet in stollingsgesteente kan men er zeer zeker van zijn dat deze afkomstig is van de halvering van kalium. Deze stelling kan men onderbouwen door op zoek te gaan naar argon in gesteenten waar een verwaarloosbare hoeveelheid kalium in te vinden is; de hoeveelheid argon zal navenant klein zijn.
Stelling 45
Indien men de radioactieve materialen tot op plasmatemperatuur verwarmt, zinkt de halfwaardetijd van bijvoorbeeld uranium-238 van 4,5 miljard jaar naar 2,09 minuten; dit weerspreekt de visie, dat de halfwaardetijden van radioactieve elementen constant zijn.
Los van het feit of deze stelling inhoudelijk waar is of niet: Men gebruikt niet voor niets selectieve elementen en bijbehorende halveringstijden voor datering! Het is werkelijk te gek voor woorden dat men insinueert dat het niet het eerste punt van belang zou zijn voor een wetenschapper om vast te stellen of er inderdaad vanuit gegaan kan worden dat een halfwaardetijd binnen redelijke grenzen stabiel genoemd mag worden.
En ook hier kan bevestigend op geantwoord worden waarbij astronomie aangehaald kan worden als verschaffer van een bewijs van het feit dat er wel degelijk sprake is van constante halveringstijden. Zo kan men door middel van het meten van de frequenties en afname daarin van gamma stralen van supernova’s (die bekend staan een bron van radioactieve isotopen te zijn) ‘simpelweg’ vaststellen dat de halfwaardetijd van ‘element x’ 200.000 jaar geleden identiek was aan de huidige omstandigheden.
Men hoeft immers alleen de straling van een supernova op 200.000 lichtjaar afstand daarvan te onderzoeken. Tenzij de creationist claimt dat ook die 10.000 jaar geleden door god geschapen zijn, met bijbehorende straling.
Stelling 45 is echt een mooi voorbeeld van hoeveel poep deze mensen praten, hoe ze zeer selectief bezig zijn en een dubbele moraal er op na houden. Laten we de uitleg van de stelling er maar eens bij halen:
http://www.0095.info/nl/index_stellingen_thesennl_nl45.html
15,4 miljard graden Kelvin…. slechts 13 miljard graden hoger dan de hoogste temperatuur OOIT door de mens bereikt (het record ligt op 2 miljard graden, en de onderzoekers hebben geen idee hoe ze dat bereikt hebben) en ruim duizend! keer zo hoog als het binnenste van de zon. Laten we eens kijken wie dit experiment heeft uitgevoerd, zodat hij zsm de nobelprijs mag krijgen. In de referenties vinden we alleen de naam Edward Boudraux, grappig genoeg nog fout gespeld ook, en een wetenschappelijk artikel is nergens te vinden, er wordt alleen verwezen naar een creationistische conventie. Gelukkig levert zijn naam iets meer informatie op:
http://creationwiki.org/Edward_Boudreaux
Blijkbaar is hij na zijn pensioen in 1991 nog flink bezig geweest, vooral in de theoretische scheikunde ten behoeve van het creationisme.
Ik denk ook dat menig leger geinteresseerd is in de methodes die meneer Boudreaux gebruikt heeft, aangezien je bij een halfwaardetijd van U-238 van 2,09 minuten een atoombom in handen hebt die de huidige atoombommen doet verbleken.
Weer terug naar de stelling: blijkbaar hoeven de eigen stellingen niet te voldoen aan datgene waar ze de wetenschap van beschuldigen: het ontbreken van experimenteel bewijs. Blijkbaar is een creationistische hypothese meer waard dan vele jaren wetenschappelijk onderzoek met bijbehorende conclusies.
Ho, ho! Die meneer Boudr(e)aux is wel peer reviewed, hoor. En kijk eens naar zijn acomplishments (sic).
En, een kniesoor die er op let, het is toch
gradenKelvin?Voor de mensen die een “artikel” willen “lezen” waarna gerefereerd wordt,
http://www.youtube.com/user/youngearthorg#p/c/C8B3038E81A12591/0/aAw4bKmrYPY
@4, WeekendTuber: Je bedoeldt waaran gerefereerd wordt?
bedoelt, natuurlijk. Ook sorry voor mijn “autoombom” van hedenochtend.
@Stelling 43. Inderdaad. Waarom helium gebruiken als zirkoon zich uitermate goed leent voor radioactief verval. Er zijn vele zirkonen gevonden in gesteente. En rara. De meeste zijn ouder dan een paar duizend jaar. Juist zirkoon is uitermate geschikt om een erg hoge ouderdom vast te stellen. Het oudste zirkoon is gevonden in Australie en is meer dan 4 miljard jaar oud.
Als de creationisten op deze samples uranium/lood of thorium/lood dateringen zouden uitvoeren komt er ongetwijfeld een heel ander getal uit. Altijd maar weer onnauwkeurige/onjuiste meetmethoden gebruiken, zo vreselijk doorzichtig. Zo ook stelling 42. Iets dat inmiddels al wel duizenden keren weerlegd is en ze blijven er maar mee komen.
Kunnen die mensen niet gewoon eens stoppen met het liegen voor hun god en iets constructiefs gaan doen? Ook deze stellingen maken weer duidelijk hoe vreselijk veel poep deze mensen praten. En ik wil bij dezen de profetie uitspreken dat ze nog veel meer poep zullen uitpraten als ze weer creatief gaan doen met meetmethodieken. Het zou me niets verbazen dat ze met een weegschaal in staat zijn het kleurenspektrum van een goudvis te bepalen.