Bekeringsverhalen. ‘Onderwerpen of vertrekken’
Mar 1st, 2010 by Erik
Gastbijdrage van Chris.
Het ‘dorp in Rotterdam’ waarin ik opgroeide bestond uit de verspreid wonende gemeenteleden van de kerk waartoe mijn ouders behoorden. Dat waren de enige mensen waarmee ik mocht omgaan. Buiten het dorp, in Rotterdam dus, woonden ook wel christenen maar die gingen naar de hel en alle anderen waren atheïsten en heidenen die als beesten leefden, zo werd mij verteld. Een blank dolerend christengezin van de juiste kerk was de ideale plaats om in terecht te komen, hoorde ik op school, van mijn ouders en in de kerk. En de zending was druk bezig het aantal gelukkigen uit te breiden: een ieder die naakt en gelukkig om de kookpot danste moest de Vreeze des Heeren opgelegd krijgen met behulp van een bijbel en een broek.
Toch twijfelde ik al vroeg aan mijn eigen geluk en begon vragen te stellen. Met wie trouwden de kinderen van Adam en Eva? Waarom had god wel aandacht voor het leven van een mus maar niet voor de levens van de volken die hij liet uitroeien? En als kinderen een geschenk van de heer waren, waarom waren mijn ouders dan niet blij met hun cadeautjes? Waarom moest ik stoppen met het geloof in Sinterklaas maar niet met het geloof in god? Vragen die me moeilijkheden opleverden. Ik werd verscherpt in de gaten gehouden, weinig alleen gelaten en mijn lectuur werd nog nauwkeuriger gescreend.
Ik zette mijn onderzoeken dus in het geheim voort. Tegen het einde van mijn lagere schoolperiode begreep ik dat er niet veel klopte van mijn wereldje; het gezin van mijn ouders was ernstig disfunctioneel: een broer was alcoholverslaafd; er waren depressies en zelfmoordpogingen. Niemand was gelukkig behalve mijn vader die altijd zijn zin kreeg. De kerk was niet sterk in analyse van de gezinsproblemen en de religieuze recepten voor een gelukkig bestaan werkten niet. Om meer te kunnen begrijpen moest ik mijn kooi kunnen verlaten en daarbuiten verder zoeken. De middelbare school die ik bezocht gaf me onvoldoende beeld van wat ik wilde weten: het functioneren van gewone mensen, en het leven buiten de kerk.
Ik telde de jaren en de zaken die ik moest regelen voordat ik kon vertrekken. Ik kon niemand in vertrouwen nemen, mijn leeftijdgenoten waren braaf ‘in de heer’, over jeugdhulpverlening had ik gehoord dat ze nauw samenwerkten met de ouders en mijn familie was als regel met eigen belang bezig en wilde alleen maar dat ik een gehoorzame dochter was. Ik maakte mijn middelbare school af, maar ondertussen nam de pressie van mijn ouders toe: zij vonden dat ik een ‘belijdend lid der gemeente’ moest worden voordat ik zelfstandig kon gaan wonen, maar de gezochte zelfstandigheid was hen een doorn in het oog. Achter mijn rug om begonnen ze gesprekken met een andere echtpaar uit hun kerk om me aan hun zoon te koppelen. Ik zag mezelf al in de ondergeschikte positie van een zuster der gemeente: zwanger, zogend en zorgend, zonder ooit te mogen bedenken wat ik wilde, net zoals mijn moeder.
Iedereen in de waan latend dat ik een brave dochter was, schreef ik me in voor belijdeniscatechisatie, brak mijn beroepsopleiding af en nam een baantje. “Je laatste kans om tevoorschijn te komen, god”, dacht ik bij de belijdenisceremonie. Een paar maanden later verhuisde ik naar een kamer die ik huurde en daarna liet ik me uitschrijven uit de kerk van mijn ouders. Het was 1972 en ik was achttien jaar. Ik had me niet gerealiseerd dat ik zo in één klap vrijwel mijn gehele sociale omgeving kwijt was, en dat ik er alleen voorstond in een wereld waarvan ik de mores niet kende – ik was niet alleen sociaal geïsoleerd geweest, maar ik had ook vrijwel geen toegang tot radio of tv gehad.
Ik begon dus eindelijk aan de verkenning van de gewone wereld en een laat leerproces, waarbij heel erg veel afgeleerd moest worden, zoals de christelijke vrouwenhaat, zelfhaat en een serviele houding. Uiteindelijk ging ik met de stofkam door mijn bestaan om oude vooroordelen en andere onnuttige zaken kwijt te raken. Ondertussen moest ik de kost verdienen en een nieuwe sociale omgeving testen en opbouwen, een wel erg zware klus voor het wereldvreemde meisje dat ik was. Ook zwaar omdat er altijd mensen zijn die graag misbruik maken van zo´n situatie. Maar gaandeweg werd ik meer baas over mezelf en bouwde mijn wereldje uit. Ik haalde stukjes van mijn verloren jeugd in, er kwamen kennissen en andere contacten. Ik ging samenwonen en terug naar school, las de meest uiteenlopende boeken en ontwikkelde meningen op grond van wat ik leerde. Ik ben met tamelijk veel geluk en een beetje wijsheid op mijn pootjes terecht gekomen.
Spijt dat ik ben vertrokken heb ik nooit gehad, wel verdriet om alle bedorven vreugdeloze jaren. Ik ben ook nog steeds boos dat ik zoveel tijd en energie moest gebruiken om christelijke onzin aan te leren om die daarna weer te moeten vervangen door dingen waaraan ik wél wat had. En ik had verdriet om mijn ouders, die hun laatste restje liefde lieten ondergaan in hun vermeende verplichtingen aan hun god. Zij waren niet alleen daders maar ook slachtoffers.
Onder meer uit het boek Vlucht uit het land van de vrijheid van Anna Meijerink (2005) begreep ik dat het gezin van mijn ouders niet toevallig disfunctioneel was. Enig zoeken op internet leert dat een dergelijke disfunctionaliteit samenhangt met het streng religieuze leven en dat dit als regel eenzelfde patroon laat zien: de vader is een hypocriete huistiran en de moeder leeft als zijn slavin. De zoons kunnen niet kiezen op welke wijze ze het voorbeeld van hun vader moeten volgen – streng religieus of hypocriet? – en nemen dan vaak hun toevlucht tot gewelddadig gedrag. Voor dochters is de keus eenvoudiger: onderwerpen of vertrekken.
Chris,
Heel herkenbaar voor mij. Ook ik groeide op in ‘dorp Rotterdam’, maar waarschijnlijk een ander ‘dorp’ dan jij. Er werd scherp onderscheid gemaakt tussen de enkele Rotterdammers die tot de ‘Ware Kerk’ behoorden en de overgrote meerderheid der goddelozen.
Ik herinner me dat er een buurtgenoot door een auto aangereden was en liggend op straat lag te bidden. Ik vond het toen een ernstige vorm van godslastering dat iemand waarvan ik wist dat hij tot ‘de wereld’ behoorde god durfde aan te roepen.
Anders dan ji had ik het grote geluk op te groeien in een zeer goed functionerend gezin, met ouders die uiteindelijk hun kind niet lieten vallen. Maar situaties als de jouwe ken ik uit andere gezinnen van onze kerkgemeenschap.
Wellicht ongepast, maar ik wil toch van de gelegenheid gebruik maken om iedereen die een bekeringsverhaal te vertellen heeft op te roepen deze mij toe te zenden. Ik denk dat er in alle persoonlijke ervaringen heel veel nuttige informatie voor onze lezers (anoniem of niet) te vinden is.
erik@godvoordommen.nl
Beste Chris,
Gelukkig kom ik uit een gezin waar vrijheid, blijheid heerste. En religie zich afspeelde rond kerst en oud en nieuw. Na mijn huwelijk met iemand uit een orthodox christelijk milieu leerde ik pas iets over het begrip indoctrinatie. En is mijn afkeer sterk gegroeid t.a.v. religie en haar aanhangers. Het beneemt mensen het zicht op de werkelijkheid. Kinderen worden 7 dagen per week volgegoten met allerhande onbewezen dogma’s. En groeien op als klonen van hun ouders en herhalen dezelfde boodschappen. Geloofskritiek is dodelijk voor personen die in dit systeem functioneren. Men beschermt elkaar en sluit de rijen als er iets komt aanwaaien wat hun niet bevalt. In beginsel was ik een vrijzinnige maar door deze extremisten ben ik echt gaan nadenken. En het laatste restant van een achterhaalde wereldvisie heb ik overboord gegooid. Een voordeel bij een nadeel zullen we maar zeggen. Alleen jammer dat je door een relatie met iemand steeds maar weer terecht komt in deze verziekte bewegingen. Ik ben blij voor jou dat je los bent gekomen en eigen keuzes kunt maken. Voor velen is dit helaas niet mogelijk. Het aangeleerde patroon en de sociale structuren belemmeren hen in het maken van echte keuzes. In conflicterende situaties kiezen ze steevast voor de eigen partij. Hoor en wederhoor zijn in deze kringen onbekende fenomenen. En als er dan een klein spoortje afvalligheid tevoorschijn komt, dan is er een omgeving die hun heel snel de “juiste weg” weer wijst.
Groetjes,
PietV.
Chris, petje af voor hoe je je hebt weten te ontworstelen aan je -niet bepaald fijne- jeugd. Dat streng religieuze gezinnen nu niet bepaald de meest stabiele en gelukkige zijn, is helaas geen verrassing.
Achttien en toen al in staat om zo’n beslissing te maken, ik ben erg onder de indruk. Als individu kan ik alleen maar zeggen dat ik trots op je ben dat je koos om een individu te zijn. Blijf je verstand altijd gebruiken! (hugs) En als je nog iets zoekt, hopelijk kunnen wij het je bieden.
Gelukkig kan ik er niet over meepraten. Ik ben opgegroeid in een volstrekt atheïstisch gezin. Maar van anderen weet ik hoe verstikkend het christelijk milieu kan zijn. Van kennissen en vrienden, maar ook van schrijvers.
Hierbij het nawoord van “Wie God verlaat heeft niets te vrezen” van Maarten ‘t Hart
Zo geschiedt het: om te voorkomen dat je klagelijk zult schreien word je, grondig beneveld door een in brandewijn gedrenkte dot suiker, op een zondagmorgen een kerk ingedragen. Zonder dat je kunt protesteren wordt de volledig onbijbelse babydoop aan je voltrokken. Daarna is zowat het eerste wat je kunt stamelen een kindergebedje en blijkt het eerste liedje – ook een gebedje trouwens – dat je kunt zingen als volgt te luiden:
Ik ga slapen, ik ben moe,
‘k sluit mijn beide oogjes toe.
Here, houdt ook deze nacht,
over mij getrouw de wacht.
‘t Boze dat ik heb gedaan
zie het, Here, toch niet aan
schoon mijn zonden vele zijn,
maak om Jezus’ wil mij rein.
Je krijgt te horen dat Jezus van je verlangt dat je ‘een kaarsje zult zijn, brandend in de nacht’, en dat je in die hoedanigheid van kaarsje je hele leven bij voorkeur ‘in een klein hoekje’ moet doorbrengen. Al op de bewaarschool krijg je elke morgen van negen tot tien uur bijbelse geschiedenis, en datzelfde uur blijkt ook zes jaar lang op de lagere school het geschiktste tijdstip te zijn voor duurzame indoctrinatie met het Woord. Elke dag wordt bij elke maaltijd een hoofdstuk uit de Schrift gelezen en elke zondag hoor je van jongs af twee preken. Bovendien breng je het grootste deel van de zondagmiddag door op de zondagsschool, waar je ook weer elke week getrakteerd wordt op een bijbelse vertelling. Ditmaal met een heus flanelbord! Vanaf je twaalfde wordt geprobeerd je zover te krijgen dat je elke zondagavond naar de jongensclub Samuel zult gaan en vanaf je zestiende brengt men dominees en ouderlingen in het geweer om je ertoe te bewegen lid te worden van de jongelingsvereniging Credo. Elke voetstap, elke handeling, elke uiting dient in het teken te staan van en geijkt te zijn aan het ‘Eenig Nodige’. Hoewel de hele wereld bespikkeld is met een verwarrende, duizelingwekkende hoeveelheid godsdiensten, overtuigingen, levensbeschouwingen, krijg je elke zondag in de kerk te horen dat – hoe opmerkelijk – juist daar ‘de enige ware en waarachtige en volkomen leer der zaligheid gepredikt wordt.’
Men zet alles op alles om je zover te krijgen dat je, liefst zo klakkeloos mogelijk, zult aanvaarden wat je herders, je onderwijzers, je zondagsschoolmeesters, je ouders je voorhouden. Zodra het tijdstip in zicht komt waarop je niet meer minderjarig zult zijn, wordt er krachtige aandrang op je uitgeoefend om je via een totaal onbijbelse procedure die men eerbiedig aanduidt als ‘het afleggen van de openbare geloofsbelijdenis’, belijdend lid der Kerk te doen worden. Want ben je eenmaal belijdend lid, dan mag je – wat een zeldzaam voorrecht! – aanzitten aan de Tafel des Heren (om je aldaar eventueel een oordeel te kunnen eten en drinken).
Toch kom je, ondanks deze verbluffende hersenspoeling, al vrij spoedig tot de ontdekking dat de bijbel een gruwelijk, duister, kwaadaardig boek is vol volkerenmoord en doodslag, en dat de wraakzuchtige, humorloze, opmerkelijk licht ontvlambare God van de bijbel die volkerenmoord en doodslag niet alleen regelmatig in de krachtigste bewoordingen van zijn gunstelingen eist, maar er ook Zelf niet voor terugschrikt om goedwillende mensen zoals Uza op de meest gruwelijke wijze om te brengen. Ook merk je al vrij snel dat de enigszins geëxalteerde, maar niet direct onsympathieke jongeman die als stichter geldt van de ‘enige ware godsdienst’ althans in de eerste drie evangeliën nergens met die draconische bewering leurt dat hij gekomen is om via zijn kruisdood de zonden der wereld weg te nemen. En het valt je al snel op dat hij er ook nooit op zinspeelt dat je alleen maar behouden kunt worden door dat te geloven. Integendeel: hij is vervuld van de verwachting van een koninkrijk dat zo spoedig zal komen dat een aantal van zijn volgelingen, zoals hij herhaaldelijk meedeelt, de komst ervan nog zal meemaken.
Toch wordt je jarenlang krachtig ingepeperd dat, mits je het gelovig aanvaardt, zijn kruisdood jouw behoud betekent. Tegelijkertijd ben je bang gemaakt voor de buitenste duisternis, waar het geween zal zijn en de knersing der tanden. Daardoor kost het je de grootste mogelijke moeite om al die absurde waanvoorstellingen enigszins te boven te komen en van je af te schudden – om te merken dat ze in je dromen regelmatig plegen terug te komen, zonder dat ze aan kracht ingeboet hebben.
En dan kom je, via een boek van Archibald Robertson dat naar de onschuldige titel The Origins of Christianity luistert, tot de ontdekking dat er een uitgebreide literatuur bestaat over de oorsprong van het christendom en over het historisch-kritisch bijbelonderzoek, waarover je, noch in de kerk, noch op de lagere school, noch op de zondagsschool, laat staan op de bijeenkomsten van al die clubs en verenigingen, ook maar iets te horen hebt gekregen. En wat je dan ervaart, is waarschijnlijk vergelijkbaar met wat een vrouw ervaart die erachter komt dat haar echtgenoot al jarenlang een vriendin heeft. Je hebt het gevoel alsof je op grove wijze bedrogen bent. Alles wat je zo grondig ingepeperd werd, blijkt op drijfzand te berusten. En na jarenlang lezen, twijfelen, studeren en tobben kom je uiteindelijk tot de bevrijdende conclusie: het is allemaal grote onzin.
Het blijft iets ongelooflijks dat je gedurende al die jaren van je jeugd dag in, dag uit met zulke onbedaarlijke apekool geteisterd mag worden. Terwijl het van de eerste tot en met de laatste lettergreep een kolossale leugen en verpletterend bedrog is. Toch wordt er geen enkele belemmering opgeworpen om er je hele jeugd mee te vergiftigen. Er wordt juist net gedaan alsof alle moraal, alle beschaving rechtstreeks uit deze levensovertuiging voortvloeit. En dat terwijl deze fanatiekste en onverdraagzaamste van alle godsdiensten een vreselijke geschiedenis achter de rug heeft. In het bijzonder heeft de paapse variant ervan geëxcelleerd in een eeuwenlange en feitelijk tot op de dag van vandaag voortdurende onderdrukking van de vrouw. Ook heeft deze paapse variant een gruwelijke geschiedenis achter de rug van de meest infame en meedogenloze kettervervolgingen, van eeuwenlange heksenverbrandingen en van zeldzaam misdadige kruistochten. Gesanctioneerd door het Woord, waarin slavernij door God zelf wordt aanbevolen, heeft men zich bovendien onbelemmerd uitgeleefd in slavenhandel. Maar het ergste van alles is ongetwijfeld geweest dat de Kerk vanaf het begin van haar ontstaan een virulent antisemitisme heeft gepredikt dat, onder andere door toedoen van een van de afschuwelijkste antisemieten die de wereld ooit gekend heeft, Maarten Luther, uiteindelijk heeft geresulteerd in de grootste tragedie die zich op deze wereld heeft afgespeeld.
Niettemin blijven pausen, kardinalen, bisschoppen, dominees, voorgangers, evangelisten en hoe al deze bedriegers verder ook mogen heten, onder de naam ‘blijde boodschap’ en onder schaamteloos voorbijzien van de resultaten van historisch-kritisch bijbelonderzoek en van alles wat bekend is geworden over de oorsprong van het christendom, die barbaarse lariekoek nadrukkelijk verkondigen. Je kunt er je stem tegen verheffen, maar in feite ben je als individu machteloos. Ze hullen die stokoude waanideeën in een nieuw gewaad, ze beweren dat de theologie van schaamte en schuld is vervangen door de theologie van moed en bevrijding. Ze vervangen de weliswaar barse, maar klare taal van calvinisten en katholieken door schimmige, bloedeloze beuzelpraatjes over ‘God, die een open vraag is’. Ze verkondigen minzaam dat je de bijbelverhalen niet letterlijk, maar symbolisch moet opvatten. In gewoon Nederlands komt hun boodschap erop neer dat God ons aangaande Zijn bedoelingen onderwijst met lullige sprookjes over lispelende slangen, sprekende ezels en drijvende bijlen.
Komt toch allen die vermoeid en belast zijn met deze beuzelpraatjes. Werp het allemaal met soevereine minachting voor dominees en priesters van u af. Ervaar hoe het is om eindelijk, bevrijd van getob en twijfel, met hersenen waaruit al het spinrag van deze ziekelijke overtuigingen weggeblazen is, opgelucht als nooit tevoren en weloverwogen te kunnen uitroepen: ‘God bestaat niet!’.
Chris, hulde voor de keuze die je hebt durven maken ondanks de consequenties die het had op sociaal gebied. Ook ik heb het geluk gehad volledig atheistisch (soms bijna anti-theitisch) te zijn opgevoed (je had mijn pa moeten zijn als er weer een stel jehova’s geruigen de fout had gemaakt bij ons aan te bellen) maar helaas ken ik ook iemand die hetzelfde als jij heeft moeten doormaken. Heel veel succes in je verdere rationele leven.
Mooi geschreven en niet herkenbaar omdat ik zelf uit een goddeloos gezin stam en het atheïsme met de pol/paplepel ingegoten kreeg (en helaas dansten we ook niet naakt om de kookpot). Moge dit verhaal opgenomen worden in het nieuwe boek der boeken, het boek van de natuur, het boek van de verwondering en het boek van de bevrijde geest met als centraal hoofdstuk het verhaal van Chrisdus.
Die megalomane kant van religie is iets dat me in de loop van de jaren steeds meer is tegen gaan staan.
Het idee “ik heb gelijk.. en JIJ dus niet” kan er bij mij niet in.
Dat soort stellingen zorgen voor verdeeldheid, onzekerheid en angst.
Die “verdeel en heers” mentaliteit past niet en hoort niet in een moderne samenleving thuis.
Hoe kan ik als gelovige samenleven wetende dat mijn moslim-buurman voor eeuwig zal branden in de hel, alleen omdat zijn wiegje ergens anders heeft gestaan?
En wie zegt me welke schepper de juiste is.. Mithra? Wodan misschien? of toch G. te H. en zoonlief J. te N.
Gaan we ook niet achter komen ook.
Laat ze het boven eerst lekker zelf uitzoeken voordat ze mij er mee gaan lastig vallen.
Of er is maar 1 god en de rest is decoratie of iedereen heeft gelijk en stja.. dan gaan we allemaal richting vagevuur. (dat van mijn buurman in mijn geval)
Wel eens aan gedacht dat de hemel en de hel de meeste tijd hebben leeg gestaan?
Ik wil het echt begrijpen en religie respecteren maar het lukt me niet.
Het is me echt een brug te ver.. hoe iemand zo een wild verhaal uit de brons-tijd wil geloven en er zijn hele bestaan naar wil leven wetende dat het ongelijkheid in de hand werkt zal ik nooit begrijpen.
Misschien wel uit angst voor de dood?
@ Rijk Zandstra; prachtig verhaal waarin de “religieuze opvoeding” centraal staat. Tussen alle verplichte uitjes mis ik er nog één. Catechesatie op de dinsdagavond. De dominee die een uur lang de kindertjes (> 12 jaar) onderhanden neemt. Twijfelaars worden onder druk gezet en het groepsproces doet zijn werk. Waarbij de dominee de coach is en degene die even duidelijk maakt hoe er gedacht moet worden. Na deze 4 jarige cyclus; ben je meestal zo ver om na te denken over het aspect lidmaat. Waarna dus belijdeniscatechese volgt. Jarenlang gedram over de Heidelbergse Catechismus. Waarbij zondag voor zondag wordt behandeld. Steeds omringd door gelijkgestemden. Aangemoedigd om vooral niet kritisch te zijn. Maar met volle overgave de geneugten der debiliteit tot je te nemen.
En na deze jarenlange onderwerping en geestelijke beproevingen ben je klaar om toe te treden tot de kerk. Waarna je aan het avondmaal mag. En in sommige gemeenten ben je pas echt een engerd als je staat tijdens het gebed. Dan wordt er gemompeld: “Dat is een uitverkore, hij heeft het licht gezien”.
@10, @6: Lieve Rijk,
Ik hoor nu van twee kanten dat je een mooie, goedgeschreven bijdrage hebt geleverd. Ik geloof die mensen op hun woord. Maar mijn (oude) (redactionele) ogen verdragen het eenvoudig niet je lap tekst door te
ploeterenscrollen.Witregels.
Dammit.
Witregels.
@6, Rijk: Ondanks het gebrek aan witregels mijn welgemeende complimenten voor je bijdrage.
Dat slaapliedje hebben ze mij ook geleerd, vroeger. Ik zing het eerste couplet nog wel eens voor mijn kinderen, maar dan met “moeder houdt ook deze nacht / over mij getrouw de wacht”. Bij wijze van bevestiging.
Zo’n moeder zij alle kindertjes gegund. (Kindertjes in de datief.)
Mijn moeder was gelukkig zo wijs om het tweede coupletje voor ons geheim te houden.
Ik herinner me wel dat ik het een beetje gemeen vond dat de Here blijkbaar wel ‘s nachts de wacht kwam houden, terwijl ik hem overdag nooit te zien kreeg.
@René
Ere wie ere toekomt: Maarten ‘t Hart. Wat niet wegneemt dat ik Rijk erg dankbaar ben van het plaatsen van deze lap tekst.
Tipje: knip de tekst en plak ‘m in je favoriete tekstverwerker met je favoriete lettertype. Doe hier & daar (meestal wijst het zich vanzelf) zelf een extra witregeltje. Desnoods print je de boel voor nog betere leesbaarheid. Het is de moeite waard.
Graag gedaan.
@14 mezelf: dankbaar voor het plaatsen, natuurlijk.
@14: Ha, de verwijzing naar ‘t Hart was ik alweer vergeten toen ik eindelijk was uitgelezen. Ik vond het al zo literair
Het tweede couplet is mij gelukkig ook bespaard gebleven.
Ik prijs mezelf vaak gelukkig dat ik uit een agnostisch en vrij van dogma’s gezin kom. Mijn ouders waren zelf niet eens gelovig opgevoed (was toen – 65 tot 80 jaar geleden – een zeldzaamheid). Ik ben dus niet met een gelovig wereldbeeld opgevoed en niet geïndoctrineerd. In mijn puberteit begon ik zelf heel atheïstisch te worden. Later werd ik weer wat milder en de laatste jaren weer minder mild.
Maar als ik het daar met anderen wel eens over heb, zeggen zij dat ik tóch geïndoctrineerd ben, nl. met het ‘wetenschappelijke’ wereldbeeld, of zoals ik het zie, met het wereldbeeld dat de werkelijkheid het best benaderd. Dat je kinderen nooit vrij van waarden e.d. op kan voeden.
Ik ben het daar niet mee eens. Natuurlijk ben ik met bepaalde waarden opgevoed (gelukkig maar), maar die betreffen vooral de letterlijke opvoeding en geen opdringing van wereldbeeld. Er is nl geen op te dringen wereldbeeld, maar een zo goed mogelijke benadering van de werkelijkheid, die niet dogmatisch is en aan verandering / verfijning onderhevig.
@ 11
godvoordommen.nl heeft nogal de neiging witregels op te eten.