Nora Kasrioui (e.a.), ik vrees je niet. Ik bekritiseer je.
Apr 13th, 2010 by Erik
Ik geef ruiterlijk toe dat het aan mij kan liggen, maar ik lees te vaak artikelen waarbij ik, eenmaal aan het einde aangekomen, werkelijk geen benul heb waar ik moet beginnen om de misselijke brij aan foutieve redeneringen eruit te halen. Vaak heb ik dan minstens een half uur nodig om een begin te maken met een bespreking. Deze keer niet. De aanzet tot dit artikel heeft minstens een uur nodig gehad. In mijn optiek is dat te danken aan de schrijfster, Nora Kasrioui, die het ondanks haar vermeende expertise weet te presteren om geen enkel eenduidig argument uiteen te zetten, maar zich verliest in een aaneenschakeling van onjuiste aannames. Een fenomeen waaraan ik gewend ben geraakt bij het voeren van discussies met gelovigen. Ik ontwaar een correlatie. Aan het vaststellen van enige causaliteit zal ik mij niet branden.
In haar stuk ‘Vrees ons niet, maar heb ons lief‘ neemt Kasrioui het onomstotelijk – en ik zou durven zeggen; ongenuanceerd – op voor de hoofddoek dragende medemens. Niets mis mee, natuurlijk. Mits je argumentatie hout snijdt. Maar juist daar scheelt het nogal aan.
Het artikel begint met een beschrijving van wat zij ‘de hoofddoekvrezenden’ noemt. Een karikatuur die wij vaak tegenkomen in religieuze argumenten. Alles dat onwelgevallig de eigen mening is, wordt niet gekenmerkt als ‘tegenstander’ of ‘criticus’, maar als angsthaas. Alsof het hebben van bezwaren louter zou voortkomen uit angst. Het is bijna vanzelfsprekend geworden om dit soort rare fratsen uit te halen wanneer men een weerwoord formuleert zonder dat men in staat is een eenduidige argumentatie te presenteren, zoals het stuk verder zal aantonen.
Allereerst moet er natuurlijk gesproken worden over de onderdrukkende kwaliteiten van het hoofddoekje waar Kasrioui met zoveel trots over spreekt. En ondanks – of moet ik zeggen dankzij – haar stropopredenering uit de opening van het stuk komt haar bezwaar inhoudelijk volstrekt niet uit de verf. Ze geeft geen enkel argument waarom het hoofddoekje door seculieren niet gezien zou mogen worden als poging tot onderdrukking van de vrouw. De reden hiervoor is evident: Zoals vrijwel iedere moslima, gaat zij niet in op de religieuze achtergrond van het ‘kopvod’, maar werpt zij zich vol overgave op de rechten-variant: “Wie zijn jullie om te beslissen wat wij wel en niet op ons hoofd mogen zetten”.
Tot dit doel claimt zij het lidmaatschap van een vereniging van ‘seculiere feministen’, onder het mom dat de laatsten niet het recht zouden hebben om dames die uit vrije wil zich onderwerpen aan de veronderstelde wet van allah het recht zichzelf feministe te noemen te ontzeggen. Dit zijn mijn woorden. Kasrioui rept met geen woord over de achtergrond van het hoofddoekje, behalve dat zij duidelijk voor de moslima’s van Nederland claimt te spreken. En hoe.
Wij staan een feminisme voor waar ook ruimte is voor vrijwillig gehoofddoekte moslimfeministen. In de nieuwe feministische stroming 3.0 gaan hoofddoek en feminisme zeer goed samen.
Hoe serieus zou u mij nemen wanneer ik zou zeggen: “Wij staan een pacifisme voor waar ook ruimte is voor vrijwillig gewelddadig gedrag”, of “Wij staan een vegetarisme voor waar ook ruimte is voor een biefstukje op zondag”? U zou mij (ten minste) twee verwijten maken. Ten eerste is het bijzonder aanmatigend dat ik zou claimen voor alle atheïsten te spreken. Ten tweede zou u mij wijzen op de overduidelijke tegenspraak in mijn bewering.
Kasrioui rept namelijk met geen woord over de religieuze achtergrond van haar hoofddeksel. Ondanks dat iedere ‘seculiere feminist’ en alle andere burgers van Nederland weten dat het hoofddoekje binnen de islam wel degelijk gezien wordt als religieus gebod. In het bijzonder als onderdeel van de scheiding tussen mannen en vrouwen. Een scheiding die voornamelijk gericht is op het voorkomen van door allah ongewenst contact van seksuele aard. De man begeert, dus de vrouw bedekt.
Met geen enkele mogelijkheid is deze aanleiding tot het scheppen van hoofddoekjes weg te redeneren als vrouwvriendelijk of zelfs geëmancipeerd. Het siert Kasrioui dat zij dit dus ook niet probeert. Tegelijkertijd is het dan natuurlijk een gotspe om te stellen dat “Hoofddoeken meerzinnig en meerduidig zijn!”. Want dat er een vrouwonvriendelijke en dwingende aard is, erkent zij indirect wel degelijk wanneer zij rept over het feit dat:
gedwongen worden je hoofddoek op te doen, is net zo erg als gedwongen worden je hoofddoek af te doen. Wij zouden graag zien dat de hoofddoek in de beeldvorming wordt losgekoppeld van onderdrukking. Want niet alle hoofddoekdragende moslima’s zijn zielig en worden onderdrukt.
Maar let u goed op; de reden dat de ‘hoofddoekvrezenden’ nu eens moeten ophouden met het leveren van commentaar bestaat volgens Kasrioui bij gratie van het feit dat er ook een groep moslima’s is die niet gedwongen worden, maar zelf kiezen om het lichaam te bedekken.
Als atheïst moet ik bezwaar maken, ik kan niet anders. Deze vrouwen, die zogenaamd uit vrije wil kiezen voor het dragen van een hoofddoek om allah te behagen zouden immers, indien zij opgegroeid waren zonder religieuze dwang, nooit en te nimmer tot dit besluit gekomen zijn! Hier spreekt derhalve geen vrije wil in de de zin dat deze dames werkelijk een weloverwogen besluit hebben kunnen nemen, maar vrije wil binnen de grenzen van de wegens afkomst opgelegde religie. Deze nuance is belangrijk en ontgaat Kasrioui logischerwijs volledig.
Vrije wil is niet louter een situatie waarin men zelf in staat is een keuze te maken, maar een situatie waarin men in staat is een keuze te maken op basis van zoveel mogelijk argumenten en mogelijkheden. En één van de mogelijkheden die moslima’s nu juist niet tot hun beschikking hebben, is de keuze om lak te hebben aan de regels van een oud boek en dito god! De vrije keuze van Kasrioui en de moslima’s voor wie zij claimt te spreken speelt zich geheel en al af binnen de opgelegde regelgeving van een god die meent dat de vrouw zich moet aanpassen aan de fouten waar hij de man mee gezegend heeft. En natuurlijk heeft iedere ‘seculiere feministe’ derhalve volslagen gelijk te ageren tegen een dergelijke gelijkschakeling van vrouwonvriendelijkheid en vrouwenrechten. Maar dit is natuurlijk niet het enige bezwaar.
Want Kasrioui lijkt ons ook te willen wijsmaken dat wij ons nu vooral juist niet moeten richten op die vrouwen die wel onderdrukt worden, maar op diegenen namens welke zij wil spreken: De dames die niet gedwongen worden, maar van de nood een deugd gemaakt hebben. De dames die een onberispelijke fashion-statement maken van het gebod van allah jezelf te bedekken door dagelijks te zorgen voor een hoofddoekje dat ofwel qua dessin ofwel qua kleurstelling bijzonder smaakvol past bij het rokje over de spijkerbroek, de nagellak, de lippenstift en de schoentjes met hoge hakken.
Natuurlijk heb ik hier mijn commentaar op, maar ik wil ten eerste wijzen op het feit dat Kasrioui hier feitelijk aantoont dat ook de islam in rap tempo aan het reformeren is. In de geest van het gebod van allah om niet verleidelijk te zijn voor welke man dan ook behalve je levenspartner, is het natuurlijk sec gezien een lachwekkende situatie dat het hoofddoekje nu vergezeld gaat van die attributen die nu juist bedacht zijn om het tegengestelde te doen! Begrijp me niet verkeerd; iedere dag dat ik een moslima zie met een leuk hoofddoekje en bijpassend rokje en schoenen, is voor mij een mooie dag. Het betekent namelijk dat deze dames zelf al vergeten zijn waarom ze het doekje überhaupt dragen. En dat is de eerste stap op weg naar het verruilen van het theïsme voor het ietsisme.
Kasrioui heeft namelijk volstrekt gelijk wanneer zij in haar slotoverweging stelt dat :
[...] het niet in overeenstemming [is] met de complexe realiteit, als de hoofddoek altijd en overal gezien wordt als een symbool van onderdrukking. De hoofddoek is meerzinnig en meerduidig!
en ik schaar mij van harte achter haar opvatting dat mensen die het hoofddoekje verboden zouden willen zien worden geen sluitende argumentatie aan hun kant hebben, mits het gaat om de gezichts- en lichaamsbedekkende variant – maar dan nog alleen onder bijzondere of dwingende omstandigheden.
Maar haar betoog is, zowel gezien vanuit het zogenaamde ‘seculiere feminisme’ als de islam zelf, natuurlijk een volledige wanvoorstelling van zaken, oorzaken en argumenten. Geen enkel van haar argumenten is steekhoudend of accuraat. Zij beroept zich slechts op een persoonlijke overtuiging waarin het hoofddoekje is overgenomen vanuit de islam en verworden is tot statement van ‘de moderne moslima’. De moslima die op haar eigen verholen manier net zo verleidelijk probeert te zijn als de gemiddelde westerse vrouw. Haar hoofddoekje is al bijna geen religieus statement meer, maar een relikwie uit vrouw-onderdrukkende voorbije dagen en het pleziert me om te lezen dat de vaart er goed inzit.
Dat deze groep moslima’s bestaat en dat zij bezig zijn zichzelf te onderwijzen, de Nederlandse rechtsstaat omarmen en wat dies meer zij is daarom een gelukkige constatering en ik onderschrijf dit van harte als feit. Maar dat mag niet verhullen dat het tot modeaccessoire verworden doekje van Kasrioui in zeer veel gevallen nog steeds een vieze vale doek is die gedwongen gedragen wordt – al was het maar omdat meisjes vanaf hun vroegste jeugd geen andere opties voorgeschoteld krijgen.
Het is daarom evident vast te stellen dat de hippe moslima’s namens welke Kasrioui spreekt nog niet zover zijn dat ze begrijpen dat zij geen moeite zouden moeten doen om zichzelf te excuseren, maar om hun mede-moslima’s te helpen. Per slot van rekening hoef ik niet overtuigd te worden van de onzin van religie, maar de mannen en de vrouwen die er nog steeds in gevangen zitten. Met schandalige levensomstandigheden tot gevolg, die op hun beurt het onderbuikgevoel van de gemiddelde PVV’er flink voedt.
En hiermee bezoeken wij nog eenmaal de angsthazen uit de opening van het artikel. Ik ben geen angsthaas, ik ben een criticus. Ik ben niet bang voor religie en hoofddoekjes. Ik ben bezorgd om de levens die ongeleefd verloren gaan omdat van opvoedingswege een oud boek gevolgd wordt als bron van wetgeving en goed gedrag. De hippe moslima’s maken zich hier spelenderwijs vrij van – niet op mijn manier, maar dat is een ander onderwerp – en verdienen daarvoor op zijn minst enig compliment. Het compliment zou echter zoveel groter kunnen zijn wanneer zij zouden stoppen zich te beroepen op hun rechten en respect te eisen, maar zich zouden richten op hun nieuwe plicht binnen hun religieuze gemeenschap en onze maatschappij. Een plicht die zij zich uit hoofde van hun hoofddoekjesreformatie eigen gemaakt hebben.
Mooi stuk, je raakt de kern van het probleem. Het is niet zozeer het doekje zelf maar de omgeving die dat afdwingt.
Alles wat dan niet een hoofddoek draagt is afvallig, vies, hoer of nog erger en daar kan dan ook naar gehandeld worden.
En dat past niet in onze samenleving dergelijke opvattingen en ditto behandelingen/benaderingen van vrouwen ongeacht geloof, wel of niet voorzien van een hoofddoek.
Erik,
Zeer goed genuanceerd verhaal. Ik vraag me overigens wel af of Kasrioui dit ook zo interpreteert…
ik denk het niet, daar gelovigen moeilijk met kritiek om kunnen gaan.
M.v.g.
Guus
Toen ik het stuk aan het lezen was, kwam ik inderdaad de belangrijke opmerking niet tegen: dat ze het recht heeft om een hoofddoek te dragen, maar dat ze ook het recht heeft om het NIET te dragen.
Dat merk ik vaker. Ze gaan nooit in op het feit dat ze ‘s ochtends voor de spiegel staan en zeggen: “‘t Is mooi weer, ik doe vandaag eens geen hoofddoek om/op.” Ze kiezen niet tussen wel of niet een hoofddoek, maar alleen wélke.
Geen woord over het eventuele heroverwegen van het eigen standpunt naar aanleiding van de “vele reacties”.
Ik vind dat jammer.
Pijnlijk is ook dat dit soort types een – voorzichtig uitgedrukt – heel eigen interpretatie geven aan het woord ‘feminisme’.
Vergelijkbaar met hoe creationisten het woord ‘wetenschap’ gebruiken…
Oeps, sorry René…
Spot on.
Geheel terzijde, ik erger me behoorlijk aan dat soort would-be vegetariërs. Ik eet zelf maanden achtereen geen vlees, en dan soms wat gerookte zalm (eens per drie maanden zeg maar), maar totdat ik daarmee stop zou ik me echt nooit vegetariër durven of willen noemen. Ik zeg ook niet dat ik daarmee wil stoppen, anders had ik dat al gedaan. Ondertussen heb ik mensen ontmoet die dingen zeggen als “ik ben vegetariër, maar ik eet wel vis” of “ik ben vegetariër, maar tijdens de feestdagen maak ik een uitzondering voor de kalkoen/haas/konijn/fazant/whatever.” Absoluut belachelijk en dat geldt wat mij betreft ook voor een “feminist” met een hoofddoek.
@7 Je kunt je dan vagetariër noemen als je af en toe vlees eet en een feministe met een hoofddoek is dan een mislima
@6 & @7: Maar dat is natuurlijk ook de rode draad in het excuusverhaal van Kasrioui. Men CLAIMT van een bepaalde denominatie te zijn, maar bij nader inzicht delen zij de meest fundamentele zaken niet.
De oorzaak daarvan is ook duidelijk, omdat je hetzelfde ziet binnen alle geloven. Neem het christendom waarin Genesis verworpen wordt, maar er nog steeds een ‘verlosser’ nodig is voor het ‘wegnemen’ van de erfzonde. WELKE ERFZONDE?
Deze dames zijn binnen alle redelijke grenzen geen moslima meer te noemen omdat ze basale voorschriften niet meer naleven. Niets mis mee, integendeel, maar door jezelf moslim te blijven noemen maak je er een potje van, bemoeilijk je de discussie en het belangrijkste: Geef je de ‘ware gelovigen’ een vrijkaartje.
@8: Briljant
@8
Vagetariër/mislima
Toen ik nog wel vis at maar geen vlees (toen biologisch vlees nog bijna nergens te koop was), noemde ik mijzelf weleens ‘vleesverlater’. Maar dat moet je toch altijd weer uitleggen.
Ik baal nogal van sommige woorddevaluaties. Het woord ‘feminist’ kan niet zomaar worden vervangen door iets anders, zonder dat het (weer) tot misverstanden leidt.
Aanvullend Pieter @3: “Want gedwongen worden je hoofddoek op te doen, is net zo erg als gedwongen worden je hoofddoek af te doen” schrijft ze. Maar nee natuurlijk. Het is dat ze niet mag kiezen.
Wat ze feitelijk betoogt is het recht om geen vrije keuze te hebben te kiezen voor een hoofddoek. Waarbij ‘vrije keuze’ een keuze is die bestaat uit ALLE mogelijke opties.
Dat is natuurlijk simpelweg een dom woordspelletje, maar wel één waarvan ze zelf niet lijken te beseffen dat ze het spelen.
@8: Haha, heel mooi. Goed, ik ben wel een beetje vagetariër of visgetariër dan.
Nog vergeten: als echte Hollander (geboren en getogen in Noord-Holland geldt toch ook als je geen vlees meer eet en niet meer in Nederland woont hoop ik?
) eet ik nog wel haring in bepaalde jaargetijden.
@11 Ik baal ook van woorddevaluaties, het woord respect is ook zo’n woord .Maar ja, religies staan bekend om hun retoriek, dat is de enige manier om iets dat krom is nog enigszins een recht aanzien te geven.Het zijn religies die op taal zijn gebaseerd immers,heel hun bestaan heeft met taal en tekst te maken, verbeelding waar een betekenis aan gegeven wordt die er niet is en dat kan in taal uitstekend.
Harry Potter bleek een concurrent voor het christendom terwijl iedereen die een beetje verstand heeft weet dat het verzonnen verhalen zijn,maar wie het een gelooft ……………..
Tekst ,tekst en nog eens tekst en als je het maar vaak genoeg herhaalt krijgt het een heel andere betekenis en gaan mensen het nog over nemen ook. Ik vind het een perfect verhaal van Erik en een heel goed gekozen onderwerp omdat het illustreert wat in alle religies speelt .Het gaat niet alleen om het dragen van hoofddoekjes ,het gaat om het idee dat je eigen identiteit afhankelijk is van wat andere mensen kunnen herkennen en van je eisen . Het zijn puberende meisjes die in de knoop zitten met wie ze zijn en nooit hebben nagedacht over de gevolgen van hun keuze en er vervolgens de rest van hun leven aan vast zitten . In feite is het net zo beladen als incest of sex met minderjarigen, het is geen keuze voor iemand die zo jong is . En de metadiscussie die er om heen ontstaat klinkt misschien heel erg aardig maar loopt het feit voorbij dat het in welk geval dan ook nooit een echte keuze is .
Ze maakt (maken) het zich ook wel erg moeilijk. Gebruikte tegenstellingen: seculier/moslim, angstig/rationeel, feministen/PVV-stemmers, wij=6 schrijvers/ons=moslims (bijvoorbeeld begin 2e alinea; een geniepige, hoor). Dat maakt 16 mogelijke invalshoeken oftewel tegenstellingen. Geen wonder dat Erik een uur werk had.
Of nog beter, iemand met een psychische stoornis: de islamofoob.
Ik vind die moslima’s sprekend lijken op die SGP vrouwen die ruimte willen voor een partij die vrouwen passief kiesrecht ontneemt (en het algemeen kiesrecht zou afschaffen als ze aan de macht zouden komen).
Twee SGP meisjes schreven gisteren in Trouw dat de SGP heel vrouwvriendelijk is, want ze zijn immers tegen prostitutie. De manier van denken is dus; je bent vrouwvriendelijk als je vrouwen dingen VERBIED, uiteraard voor hun ‘eigen bestwil’.
Misschien kunnen de SGP vrouwen en de hoofddoek-moslima’s samen feminisme 3.0 verder ontwikkelen?
Ik hoop het Erik, ik hoop het. Een probleem is echter, waarom dragen meer moslima’s dan ooit een hoofddoek? Kijk eens naar deze schokkende foto’s van een universteit in Cairo. In 1950 draagt nog niemand van de dames een hoofddoek, iedereen ziet er westers uit. 1978: stones kapsels en broeken met wijde pijpen. 1995: opeens zien we hoofddoekjes opduiken. 2004: vrijwel alle meiden hebben hoofd en nek bedekt met lappen.
De eerste generatie islamitische immigranten in Europa waren ook veel westerser gekleed dan hun nazaten.
Per saldo lijkt de trend in de islamitische wereld helaas te zijn: meer islam, meer afwijzing van westers seculier denken.
Ik krijg ineens zin om me, bij wijze van experiment natuurlijk, in hijab of nog beter niqaab te vertonen, en desgevraagd te verduidelijken: “Ik moslim? Nee hoor, atheïst. Ik vind dit gewoon leuk. Moet kunnen toch?”
@7 Frenzie:
Als aanvulling, ik noemde me tot voor kort ook vegetariër bij gebrek aan een beter woord (zeker als me gevraagd werd waarom ik geen vlees hoef). Zoals Werebitch @11 al schreef, ik noem me nu dan maar vleesverlater want een biefstukje op zijn tijd… Jummie.
@ 3 Pieter:
Ik denk dat dat het probleem inderdaad is. Ik stoor me net zoveel aan hoofddoekjes als aan petjes, ware het niet dat de achterliggende gedachte compleet anders is. Iemand kan een petje op doen als die persoon naar buiten wil, of niet, en er zal geen haan naar kraaien. Bij een hoofddoek zal er een enkeling naar kraaien en die komt hoogstwaarschijnlijk uit de directe omgeving van die persoon.
@18 Maria:

Dan kan ik rond gaan lopen in een burka:
“Ik moslima? Nee hoor, atheïst. En man. Ik vind dit gewoon leuk. Moet kunnen toch?”
Niemand die het ziet.
@20, Superbeest: Uitstekend idee! Naast casual Friday heeft het bedrijfsleven m.i. dringend behoefte aan een burqa Thursday en een hijab Monday. Even flink laten inburgeren en dan na een tijdje kijken wie er nog behoefte heeft aan een hoofddoek als versterking van de identiteit.
@19 Superbeest:
Dat klinkt als een iets andere context dan waar ik aan dacht toen ik dat schreef. Ik had het meer over een “vertel eens iets over jezelf” context, zeg maar. Wat dacht je trouwens van semi-vegetariër of bijna-vegetariër?
@ 22 Frenzie:
) ben. Dat lijkt me niet zo te boeien, net zo min als dat iemand bij een introductie vermeldt dat hij erg gesteld is op boerenkool met worst.
Ah zo. Ik zal nooit zeggen dat als ik een verhaaltje over mezelf moet doen dat ik semi- of bijna-vegetariër (
Dit alles geldt natuurlijk niet als het gaat om een kook-clubje.
Graag omarm ik de met bomgordels volbepakte relioot omdat ik zo graag lief heb.
Trouwens net als keppeltjes, kruisjes, hoofddoekjes en weggesneden lichaamsdelen gaan de bomgordeltjes straks ook tot standaard kledingseis voor religieuzen horen en moeten we dat maar respecteren
Ik zie een parallel met de SGP die vrouwen moeten toelaten op de kieslijst na de uitspraak van de Hoge Raad. De mannen en vrouwen uit die partij beweren dat zij, de vrouwen, helemaal niet verkiesbaar gesteld willen worden, uit eigen vrije wil. Ja, me hoela! Die vrouwen zijn van kinds af aan grootgebracht met de idee dat zijn minderwaardig zijn en ondergeschikt aan de man. Dat blijkt immers uit de (door voornamelijk mannen geschreven) bijbel. Dus ze weten niet beter.Indoctrinatie heet dat en het zou verboden moeten worden!
P.S. Ik ken mensen uit het zwarte kousenmilieu, dus ik weet waarover ik praat.
Klasse artikel, maar wat diep treurig dat we in 2010 dit soort verhalen moeten ophoesten. Het is verschrikkelijk om elke keer maar weer naar de pen te moeten grijpen.
Ik doe dat bij elk krantenartikel waarin een journalist meent het woord atheisme kracht te moeten bijzetten met een negatief adjectief: altijd zijn atheisten bitter, fanatiek, verstokt, dogmatisch enz.
Recent nog een overzichtje gestuurd aan de hoofdredacteur van NRC. Nog geen reactie. Steevast vraag ik naar bewijzen als men schrijft: atheisten schreeuwen het van de daken. Dat is dan zogezegd spreekwoordelijk bedoeld, maar intussen…
Vermoeiend dus, maar noodzakelijk. Helaas hoeven we van De Vrije Gedachte momenteel niks te verwachten, dat minuscule clubje is vooral bezig elkaar te bestrijden, helaas. Om van die verschrikkelijke nep-universiteit voor humanistiek maar te zwijgen.
@ 22
vleesch noch visch: vegetarier.
geen vleessch, wel visch: pescotarier.
vleesch noch visch, maar af en toe vleesch en visch: hou maar lekker een ander voor de gek.
@ 28 michelin:
Ik hou niemand voor de gek hoor…
“iedere dag dat ik een moslima zie met een leuk hoofddoekje en bijpassend rokje en schoenen, is voor mij een mooie dag.”
Ha inderdaad, waar ik woon zie ik ze ook regelmatig voorbij lopen, “netjes” met hoofddoekje en rok en alles, maar dan wel zo strak en daardoor zichtbaar met een figuur dat je als man wel moet denken “daar zou ik met alle plezier de doekjes eens vanaf winden”.
Maar goed, op zo’n manier beginnen zulke dingen toch, dus ook ik kan er om twee redenen met plezier naar kijken.
Toename hoofddoekjes is gevolg van falen van ‘seculiere’ dictaturen in M-O en opkomst van islamitische bewegingen als gevolg (islamitische revolutie 1979).